Leiderschap is fascinerend. Want waarom wint toch elke keer die sterke, charismatische man de verkiezingen? En waarom is uw baas de baas? Professor Mark van Vugt (VU Amsterdam, University Oxford) schreef er samen met wetenschapsjournaliste Anjana Ahuja een razend interessant boek over. Een goede reden om Van Vugt het hemd van het lijf te vragen.

In uw nieuwe boek Selected, Why some people lead, why others follow, and why it matters benadert u leiderschap wel vanuit een hele bijzondere invalshoek. Waarom?
“Er is heel veel geschreven over leiderschap, maar de vraag waarom wij eigenlijk leiders hebben is tot dusverre nooit beantwoord. Toen we dat gingen uitzoeken, kwamen we vanzelf bij de evolutionaire geschiedenis van de mens uit. Wij hebben voor de beantwoording van deze vraag dan ook een schets gemaakt van meer dan 2,5 miljoen jaar leiderschap. We hebben gekeken hoe dat bij dieren werkte: we hebben vogels, vissen, maar ook de voorouders van de mens – de primaten – bestudeerd. We komen tot de conclusie dat leiderschap en volgelingschap adaptieve gedragingen zijn. Dat wil zeggen dat het goed was voor de groep en de individuen om voor het oplossen van groepsproblemen leiders en volgelingen te hebben.”

U concludeert in het boek dat modern leiderschap eigenlijk helemaal niet bij ons ‘oude’ brein past.
“Dat klopt. Zoals gezegd is leiderschap adaptief gedrag: het was goed voor onze voorouders om leiders te volgen. Daardoor is het door de evolutionaire geschiedenis heen uitgegroeid tot een instinctieve reactie. Leiderschap en volgelingschap is als het ware in onze hersenen en genen verankerd geraakt. Die biologische evolutie gaat langzaam. De samenleving daarentegen is in korte tijd sterk veranderd en veel complexer geworden. We hebben nu leiders die miljoenen volgelingen hebben zoals de presidenten van Amerika en China.”

Ons brein is dus eigenlijk nog niet klaar voor deze samenleving?
“Daar lijkt het op. Vroeger kozen mensen hun leider mede op basis van fysieke kenmerken. Vaak betekende dat dat een lange, sterke man de leiding nam. Zo’n sterke man kon tijdens conflicten zijn troepen aanvoeren en de groep verdedigen. Dat was toen logisch, maar de samenleving is veranderd en toch hebben we nog steeds zo’n voorouderlijk prototype in ons hoofd. Uit onderzoek is gebleken dat een verkiezingsstrijd tussen een lange en kortere leider vrijwel altijd door de lange leider gewonnen wordt. In het geval van de VS heeft nog maar één of twee keer een kortere verkiezingskandidaat de verkiezingen gewonnen. Kleine leiders als Berlusconi staan vaak op een podium om imposanter te lijken en Sarkozy draagt schoenen met flinke hakken. En dat terwijl de lengte er in deze samenleving niet meer toedoet. De Amerikanen, Fransen en Italianen weten heus ook wel dat hun president zijn troepen niet fysiek aanvoert en alleen maar achter zijn bureau zit.”

Is dat een probleem?
“Nou, soms wel. Uit onderzoek is gebleken dat een verkiezingsstrijd tussen een lange en kortere leider vrijwel altijd door de lange leider gewonnen wordt. In het geval van de VS heeft nog maar één of twee keer een kortere verkiezingskandidaat de verkiezingen gewonnen. En dat terwijl de lengte er in deze samenleving niet meer toedoet. Kunnen we onze leiders niet beter op hun kwaliteiten selecteren?”

Vanuit dat evolutionaire oogpunt valt het te verklaren dat vrouwen aan de top zo schaars zijn.
“In onze voorouderlijke samenleving waren vrouwen eigenlijk nooit de leiders van de groep. Hoewel ze soms wel informele leiders waren: voornamelijk als vredestichters. Dus daar komt inderdaad ons vooroordeel jegens vrouwelijke leiders vandaan, ja. En dat terwijl we in de huidige samenleving leiders nodig hebben die verbaal sterk zijn en goed in staat zijn om relaties te onderhouden. Dat zijn vakgebieden waarop vrouwen excelleren, maar toch hebben onze breinen een voorkeur voor mannelijke en fysiek imposante leiders. En die keuze pakt niet altijd goed uit. Zo hoorde ik laatst een beroemde Israëlische auteur verzuchten dat vrede onhaalbaar is zolang Israël oorlogszuchtige, militaire leiders blijft kiezen.”

De geschiedenis leert ons dat leiderschap soms vreselijk uit de hand kan lopen. Neem bijvoorbeeld Adolf Hitler of de leiders van terroristische organisaties. Zijn wij ‘ondergeschikten’ eigenlijk in staat om zo’n ‘foute’ leider een halt toe te roepen?
“Zeker. We zijn instinctief zeer goed in staat om leiders in toom te houden. Onze voorouders hadden daar veel strategieën voor. In ons boek noemen we die STOPS: Strategies To Overcome the Powerful. Eén daarvan is bijvoorbeeld roddelen. Door kwaad te spreken over leiders kunnen we de macht afnemen. De media spelen daarin tegenwoordig vanzelfsprekend een belangrijke rol. De media zijn een belangrijk democratisch wapen en daar moeten we blij mee zijn. Zij verspreiden verhalen over mensen in machtsposities en zorgen er zo voor dat zij hun macht niet misbruiken. Een andere manier is het voor de gek houden van je leiders. Vroeger hadden we daar de hofnar voor. Deze zette de leiders op een grappige manier een hak en herinnerde ze eraan dat zij niet boven de wet verheven waren. Rebelleren is ook een optie. Dat gebeurt natuurlijk nog steeds: we kiezen nu een leider, maar wanneer deze niet bevalt dan kiezen we een ander. Of we doden de leider zelfs. Wat dat betreft zijn we geëvolueerd om de leider in toom te houden.”

Is iedereen in staat om leider te worden of word je als leider geboren?
“Allebei eigenlijk. Onderzoek laat zien dat bepaalde eigenschappen de kans op leiderschap vergroten. Extraversie bijvoorbeeld. Of intelligentie. Maar het hangt ook van de omgeving af. Stel je bent intelligent en extravert, maar je hebt een dominante broer dan is de kans aanwezig dat je toch geen leider wordt. Maar het kan ook andersom. Stel dat je een kind krijgt, dan kun je nog zo verlegen zijn, maar je neemt toch de leiding over het gezin.”

Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919): één van de bekendste Nederlandse anarchisten én dominee.

Leiders zijn eigenlijk overal?
“Dat willen we met ons boek laten zien, ja. Je hebt ze in alle lagen van de bevolking: in bedrijven, in de politiek, maar ook in het gezin en op het schoolplein. Er zijn ook verschillende soorten leiders. Sommigen zijn echt vredestichters. Anderen leraren of entrepreneurs. Zo zijn er overigens ook verschillende soorten volgers. Sommigen volgen onverschillig, anderen zijn bereid om voor de leider te sterven.”

Als ik dat zo hoor, lijkt het erop dat anarchisme onhaalbaar is; wij mensen hebben nu eenmaal leiders nodig.
“Nee, dat is toch niet zo. Wanneer we naar de geschiedenis kijken dan zien we dat leiderschap door onze voorouders situationeel werd ingevuld. Als je goed kon jagen, dan leidde je de jacht. Kon je goed kinderen opvoeden, dan kreeg je daar de leiding. Er was niet één duidelijke leider. Dat zie je nog steeds in traditionele samenlevingen. Als je daar komt en je vraagt: ‘Breng me naar je leider’ dan hebben ze geen flauw idee waar ze heen moeten. Iedereen is er leider en volger tegelijkertijd. We zijn van huis uit eigenlijk gewoon democratische apen. Als er tijdsdruk is en er moet snel een beslissing genomen worden dan is de hiërarchie belangrijk, maar als het gevaar geweken is, moet de persoon snel de macht teruggeven, anders loopt het fout met hem af. Wat dat betreft is er best hoop voor kleine democratische systemen waar eigenlijk anarchie achter zit.”

De kans is aanwezig dat wij binnenkort weer een nieuwe leider moeten kiezen. Hoe kan een ambitieuze politicus die per se premier wil worden, zijn campagne dan het best invullen?
“Uiteindelijk wordt een leider afgerekend op hoe genereus en bescheiden hij is. De evolutionaire geschiedenis leert dat hij zijn volgelingen moet dienen. De politicus moet dan ook onthouden dat leiderschap bij gratie van de volgelingen bestaat. Als je een leider wilt zijn, dan moet je nooit te ver voor je troepen uit marcheren, want dan raak je je volgelingen kwijt.”

Bent u nieuwsgierig geworden naar het boek? U kunt het hier bestellen of er meer over lezen. In februari verschijnt het boek in het Nederlands.