Een simpele beweging zoals naar boven of naar beneden wijzen, lijkt misschien niet zo zinvol. Maar dat is het wel. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat motorische bewegingen deels bijdragen aan het bovenhalen van emotionele herinneringen. Of deze positief of negatief zijn, hangt af van de beweging.

De Nederlandse onderzoekers Daniel Casasanto en Katinka Dijkstra trekken die conclusie nadat ze proefpersonen met knikkers lieten bewegen. Wanneer de proefpersonen de knikkers naar boven bewogen, herinnerden ze zich mooie dingen. Wanneer ze de knikkers naar beneden bewogen, kwamen de verdrietige herinneringen bovendrijven.

Als mensen het over positieve of negatieve gevoelens hebben dan drukken ze zich vaak uit in metaforen: ze wanen zich in de zevende hemel. Of ze zitten in de put. Sommige wetenschappers vermoeden dat dat al aangeeft hoe mensen aan herinneringen denken: hoog en laag.

Casasanto en Dijkstra testten die hypothese met bewegingen. Ze vroege studenten om een glas met knikkers naar beneden of boven te bewegen. Vervolgens begonnen de onderzoekers de studenten vragen te stellen zoals: “Vertel me eens over een tijd waarin je trots op jezelf was.” Of: “Vertel me eens iets over een tijd waarin je je voor jezelf schaamde.” Wanneer de proefpersonen naar negatieve herinneringen werd gevraagd dan antwoordden ze sneller wanneer ze het glas naar beneden bewogen. In het geval van de positieve herinneringen was het net andersom. Conclusie: zodra de bewegingen van de proefpersoon met de emotie overeen kwamen, kon hij of zij zich dat beter herinneren.

In een tweede experiment kregen de proefpersonen meer algemene vragen. Bijvoorbeeld: “Vertel me eens iets over de middelbare school.” De proefpersonen konden kiezen of ze iets positiefs of negatiefs wilden vertellen. Die keuze bleek echter deels bepaald te worden door de beweging die ze maakten. Studenten die omhoog bewogen bleken eerder positieve herinneringen te vertellen. Studenten die naar beneden bewogen, hielden het bij negatieve herinneringen.

“Deze gegevens suggereren dat ruimtelijke metaforen voor emotie niet alleen in taal zitten,” concludeert Casasanto. Wellicht kunnen de onderzoeksresultaten in de toekomst bijdragen aan een behandeling die mensen helpt om positiever te denken.