Meer dan één miljoen wilde kamelen struinen door de Australische woestijn. En ze hebben allemaal vreselijke dorst…

In een wanhopige zoektocht naar water maken de kamelen alles waarin zich ook maar een druppeltje water kan ophouden kapot. Van airconditionings tot toiletten.

Aboriginals
Ook de aboriginals die in de woestijn wonen, ondervinden hinder van de grote beesten. Zowel de mensen als de dieren zijn afhankelijk van schaarse waterputten. Wanneer een groep kamelen er één op het oog heeft, laten ze die kans niet schieten. Ze gaan er op af en in hun enthousiasme duwen ze er wel eens andere kamelen in. Die komen vast te zitten en sterven. Het gevolg: besmet water en een volledig vernielde waterput.

WIST U DAT…

Beperking
In een poging om te achterhalen waar de kamelen zich ophouden en wat ze precies doen, is een nieuwe website gelanceerd: CamelScan. Als mensen een kameel tegenkomen of zien dat er iets vernield is, kunnen ze dat melden. Zo krijgen autoriteiten een beter beeld van de verspreiding van de dieren. Het doel is om het aantal kamelen nabij belangrijke gebieden uiteindelijk terug te brengen tot één kameel per tien vierkante kilometer. Nu leven er soms nog twintig kamelen in zo’n relatief klein gebied.

Consumptie
De kamelen kunnen gevangen worden en gebruikt worden voor consumptie. Maar sommige kamelen bevinden zich in zo’n afgelegen gebied dat ook dat geen mogelijkheid is.

De kamelen werden na 1850 vanuit India naar Australië gebracht om daar in de woestijn dienst te doen als vervoersmiddel. Toen later de treinen en wegen er kwamen, werden de dieren overbodig. Hun eigenaren lieten ze los in de woestijn. Sinds die tijd zijn hun aantallen elke acht tot negen jaar verdubbeld. Naar schatting zwerven er nu iets meer dan één miljoen rond.