De lucratieve handel is in toenemende mate het domein van internationale criminele netwerken. En wie is daar tegen opgewassen?

Waarschijnlijk denk je bij wildstroperij aan mannen in camouflerende kleding die gewapend met vallen of kleine wapens hun handen proberen te leggen op een wild dier. En die stropers zijn inderdaad met name in Afrika actief. Maar ze zijn niet alleen, zo bewijzen schrijnende beelden in de documentaire ‘The Last Animals‘. Te zien is hoe er ook vanuit helikopters en met automatische wapens op wilde dieren gejaagd wordt. Die wilde dieren zijn kansloos. Net als de mannen die zijn aangesteld om hen te beschermen. “Het zijn professionals,” vertel Henk Simons, verbonden aan de International Union for Conservation of Nature and Natural Resources (IUCN), over deze stropers. “En juist op die professionals kun je moeilijk grip krijgen.”

Stropers hebben het vaak voorzien op de neushoorn. Afbeelding: Kdsphotos / Pixabay.

In ‘The Last Animals‘ beschrijft een ranger van een nationaal park hoe hij meer dan 20 dode olifanten in zijn park aantreft: stuk voor stuk zijn ze vanuit een helikopter in de bovenzijde van de kop geschoten. Het kostbare ivoor dat de olifanten sierde, is weg. Het verhaal staat niet op zichzelf. Elke dag worden zo’n 55 Afrikaanse olifanten gedood. En elke acht uur vindt een neushoorn door toedoen van stroperij de dood. De stropers hebben het voorzien op de hoorns van de olifanten en neushoorn. Het olifantenivoor is populair in Azië, waar men er onder meer sieraden van maakt. De neushoornhoorn vindt met name in Vietnam en China gretig aftrek; nog altijd schrijft men aan de hoorns een geneeskrachtige werking toe. Dat olifanten en neushoorns hoog op het verlanglijstje van stropers staan, weten de meeste mensen wel. Maar het dier dat het vaakst gestroopt wordt, is veel kleiner en minder bekend. We hebben het over het schubdier. Stropers hebben het voorzien op hun vlees en pantser; aan de schubben van de dieren wordt eveneens een geneeskrachtige werking toegeschreven. “Naar schatting worden er elk jaar zo’n 100.000 gestroopt,” aldus Simons.

In beslag genomen schubben van het reuzenschubdier. Afbeelding: U.S. Fish and Wildlife Service Headquarters (via Wikimedia Commons).

Populatiecijfers
Dat stroperij een groot probleem is, zien we terug in de populatiecijfers. De Afrikaanse olifant staat te boek als kwetsbaar. En de zwarte neushoorn – voornamelijk te vinden in het zuiden van Afrika – wordt ernstig bedreigd. De zuidelijke witte neushoorn is in het wild zelfs al uitgestorven. En ook alle soorten schubdieren – er zijn er vijf – worden in meer of mindere mate met uitsterven bedreigd.

Lucratief
Dat grote, internationale criminele netwerken zich graag in de stroperij mengen, is goed te verklaren. Want het is een lucratieve handel. “Het is lastig in te schatten, maar vermoed wordt dat er per jaar zo’n 20 miljard dollar in omgaat,” vertelt Simons. “Daarmee neemt stroperij in het lijstje met illegale handelspraktijken de vierde plek in. Alleen drugshandel, vervalsing en mensensmokkel zijn lucratiever.”

Dynamische markt
Net als alle markten is ook de wildlife crime-markt continu in beweging. “De stroperij van Afrikaanse olifanten bereikte tussen 2009 en 2011 een piek. In drie jaar tijd werden er zo’n 100.000 olifanten gestroopt. Sinds 2012 lijkt het iets af te nemen, waarschijnlijk doordat er internationaal meer aandacht voor is. Wat ook helpt, is dat China de invoer van ivoor beperkt heeft. Voor de neushoorns lag de meest recente piek in 2014, toen werden er zo’n 1200 neushoorns per jaar gestroopt.” Inmiddels is dat aantal iets afgenomen. “Maar nog steeds gaat het om zo’n 1000 neushoorns op jaarbasis.” Die fluctuaties zijn volgens Simons deels te herleiden naar vraag en aanbod en dus de prijs van het product. “Rond 2014 steeg de prijs van neushoornhoorn bijvoorbeeld naar meer dan 20.000 dollar per kilo.” Dergelijke prijzen moedigen stropers aan om er een stapje bij te doen. Ook conflicten blijken een belangrijke drijvende kracht achter de stroperij te zijn. “Je ziet bijvoorbeeld dat rebellengroepen in Kongo, maar ook de Lord’s Resistance Army in Oeganda stroperij zien als een manier om hun conflicten met de overheid te financieren.” Ook corruptie speelt een rol. “Dat zagen we bijvoorbeeld in Tanzania, waar rond 2010 enorm veel olifanten gestroopt werden. In die tijd hadden Chinese handelaren een aantal hoge ambtenaren in Tanzania aan hun kant staan. Dat veranderde toen Tanzania een nieuwe president kreeg. Ook de olifantenstroperij nam toen sterk af.”

“De grootste hindernis als het gaat om het bestrijden van stroperij is de menselijke hebzucht”

Strijd tegen stroperij
Het bestrijden van stroperij kent eveneens pieken en dalen, zo blijkt uit The Last Animals. Zo is in de documentaire te zien hoe rangers een collega begraven, nadat deze door stropers is vermoord. Ook de beelden die laten zien hoe een Amerikaanse onderzoeker zich over honderden resten van gestroopte dieren buigt in hun poging hun afkomst vast te stellen, blijven hangen. Maar er worden ook successen geboekt. Zo werd een lange jacht op de ivoorhandelaar Feisal Mohammed in 2016 bekroond toen de man twintig jaar gevangenisstraf kreeg. Een veroordeling die je rustig historisch mag noemen. “Grote zakenlieden zoals Feisal wordt vaak de hand boven het hoofd gehouden; ze werken samen met mensen hoog in de overheid,” vertelt Simons. Het maakt ze doorgaans ongrijpbaar. En zelfs als ze worden opgepakt, vinden ze vaak nog mazen in de wet. Zo ook Feisal die in augustus van dit jaar door het hooggerechtshof in Mombasa op vrije voeten werd gesteld. “De grootste hindernis als het gaat om het bestrijden van stroperij is de menselijke hebzucht, het onvermogen om niet toe te geven aan lucratieve zaken,” concludeert Simons.

De stroperij heeft een lange geschiedenis, zo bewijst deze foto die rond 1880/1890 werd gemaakt. De gevolgen daarvan zien we nu: onder invloed van stroperij – maar ook andere negatieve menselijke invloeden, zoals aantasting van natuurgebieden en klimaatverandering – komen steeds meer soorten in het nauw. Afbeelding: via Wikimedia Commons.

Daarnaast is het belangrijk om te benadrukken dat het bestrijden van wildstroperij alleen niet genoeg is. “We moeten ook in actie komen tegen de stroperij van land.” Mensen nemen – ook met name in Afrika – steeds meer oppervlak in beslag. “De vraag is dan ook of er in de toekomst – naar verwachting is de Afrikaanse bevolking in 2050 twee keer zo groot als nu – überhaupt wel ruimte is voor wild.” Want je kunt de stroperij wel terugdringen, maar daarmee is de soort nog niet gered. “Je moet ook het leefgebied zien te behouden.”

Actie vereist
Al met al geeft de stroperij reden tot zorg. Maar toch blijft Simons voorzichtig optimistisch, juist omdat er plekken zijn waar de wildstroperij met succes wordt bestreden en we zien dat dat ook een effect heeft op de bedreigde populaties. “Zo hebben we bijvoorbeeld gezien dat olifanten een heel veerkrachtige soort zijn. Zodra het stropen stopt, kunnen hun aantallen snel toenemen. Zo zijn er recent in Malawi olifanten verplaatst vanuit parken waar eigenlijk te veel olifanten rondliepen.” Maar we moeten het probleem vooral niet bagatelliseren. “Voor een aantal soorten wordt het gewoon heel lastig. Ik denk dan met name aan de neushoorn, maar ook aan de mensapen.” Reden genoeg om nu in actie te komen en deze soorten nog een kans te geven. Wie denkt dat daarbij alleen een taak is weggelegd voor de Afrikanen en Aziaten die dicht bij de stroperij en illegale handel in gestroopte producten betrokken zijn, heeft het mis. Ook wij Nederlanders kunnen onze handen niet in onschuld wassen. “Redelijk wat handel loopt via Nederland,” weet Simons. Resten van gestroopte dieren reizen via Schiphol en de Rotterdamse Haven de wereld over. “Daar zou strikter naar moeten worden gekeken.” Ook zouden Europese overheden armere landen kunnen ondersteunen bij het bestrijden van de stroperij.

Of we stroperij met vereende krachten daadwerkelijk de wereld uit kunnen helpen, is twijfelachtig. “Zolang er vraag is naar gestroopte producten en de verkoop lucratief blijft, zal de stroperij – ongeacht welke regels je instelt – doorgaan.” Maar die wetenschap geeft ons zeker geen vrijbrief om het daar dan maar bij te laten. Simons onderstreept dat door het recente Living Planet-rapport van het WNF aan te halen, dat aantoont dat populaties wilde dieren sinds 1970 gemiddeld 60% kleiner zijn geworden. “Je kunt concluderen dat we er in de afgelopen 35 jaar niet op vooruit zijn gegaan. En met die conclusie mogen we geen genoegen nemen. We moeten veel meer doen.”