Al vele jaren zijn wetenschappers in Afrika op zoek naar de wortels van de mensheid. Dat klinkt als een prachtig Indiana Jones-achtig verhaal. Maar schijn bedriegt, zo blijkt wel uit een onthullend boek dat deze wetenschappers een gezicht geeft.

Misschien zou u het zelf ook wel eens mee willen maken: een nieuwe mensachtige ontdekken. U struint door Afrika, struikelt over iets en belandt languit op de grond. Boos richt u u op, om de kei waarover u struikelde eens een flinke trap na te geven. Maar de kei blijkt geen kei. Het is een schedel. En na even graven en poetsen ontdekt u nog veel meer. En voor u het weet, kunt u de ontdekking van een missend puzzelstukje in de evolutie van de mens op uw naam schrijven.

Eenvoudig
Wanneer u hier op Scientias.nl over de ontdekking van een nieuwe mensachtige leest, lijkt het misschien eenvoudig. Een wetenschapper vindt iets, analyseert het, publiceert een artikel en levert zo een substantiële bijdrage aan die prangende vragen die de hele mensheid al vele millennia bezighouden: wie zijn we? Waar komen we vandaan? De conclusies van zulke onderzoeken worden met gejuich ontvangen en de wetenschap draagt deze onderzoekers op handen. In werkelijkheid gaat het echter heel anders. Onderzoekers die een nieuwe mensachtige ontdekt hebben, worden bestookt met vragen, krijgen te maken met sceptische opmerkingen, twijfel, jaloezie en soms worden ze zelfs samen met hun onderzoek de grond in geboord. Het is de prijs die ze moeten betalen voor het uitvoeren van een bijzonder complex onderzoek dat zo uitzonderlijk dicht bij ons bestaan, ons zijn, in de buurt komt.

Achter de schermen
In het boek ‘Afrika, de bron van ons bestaan’ vertelt schrijver Martin Meredith het verhaal van de onderzoekers die in Afrika op zoek gaan naar onze wortels. Vaak zijn het buitenbeentjes of worden ze dat al snel wanneer ze met resultaten komen die de verbeelding van hun collega’s te boven gaan. Vaak blijken die resultaten uiteindelijk te kloppen, soms zitten ze er een beetje naast. Soms blijven ze vechten voor hun gelijk. Soms gooien ze het bijltje er na alle kritiek en twijfel aan hun kennis en vaardigheden bij neer. Namen uit wetenschappelijke bladen komen in het boek tot leven en gunnen een uniek kijkje achter de schermen van een bijzonder omvangrijke zoektocht naar de bron van ons bestaan.

Reck en Dart
Meredith opent zijn boek met het verhaal van Hans Reck. Hij ontdekte in 1913 menselijke resten die volgens hem zeker 150.000 jaar oud waren. Dat zou betekenen dat de moderne mens veel ouder was dan daarvoor werd aangenomen. Maar de claim van Reck werd niet zomaar geaccepteerd: velen twijfelen aan zijn datering. Daarna volgt het verhaal van Raymond Dart, die in 1924 de fossiele resten van Australopithecus ontdekt. Zijn paper over de vondst wordt door veel collega’s direct van tafel geveegd. Volgens Dart liep deze mensachtige ondanks zijn relatief kleine herseninhoud overeind. Een opvatting die haaks stond op de ideeën uit die tijd. Darts werk werd de grond in geboord en Dart keerde de paleoantropologie de rug toe. In de hoofdstukken die volgen, licht Meredith telkens een volgende onderzoeker uit. Na Dart is bijvoorbeeld Broom aan de beurt die het werk van Dart voortzette en bewees dat de onderzoeker het bij het juiste eind had.

Meredith slaagt er uitstekend in om het voortdurende spanningsveld waar de onderzoekers uit de vorige en huidige eeuw met te maken hebben, te beschrijven. Geldnood, twijfels aan het thuisfront, de wedloop om zaken eerder bloot te leggen dan de concurrentie, enzovoort. En dat alles op totaal onontgonnen terrein, soms omringd door gevaarlijke inheemse stammen, altijd omringd door theorieën en aannames die al jaren of decennialang halsstarrig door de bedenkers ervan en hun aanhang worden vastgehouden, maar die door de vondst van één botje of één voetafdruk plots twijfelachtig kunnen worden. Het verhaal van Meredith leest bijna als een roman. Hij neemt de lezer aan de hand, leidt u langs de verhalen van onverschrokken ontdekkingsreizigers die omwille van de wetenschap bereid waren om hun kop uit te steken. Het is iets om dankbaar voor te zijn. Doordat ze niet bang waren voor kritiek en theorieën en aannames in twijfel durfden te trekken – ook al kostte het ze soms hun geloofwaardigheid – weten we nu zoveel meer over onze afkomst.

Hebben!
Wilt u dit fascinerende boek aan uw collectie (wetenschappelijke) boeken toevoegen? Bestel het boek dan hier direct!