Plantenetende dino’s produceerden mogelijk voldoende methaan om een klimaatverandering te bewerkstelligen. Dat blijkt uit onderzoek.

De plantenetende dinosaurussen waren de echte groten der aarde. Ze leefden op alle continenten (zelfs op Antarctica) en konden mogelijk meer dan vijftig meter lang en meer dan negen meter hoog worden. Om dat gigantische lijf te onderhouden, aten de dino’s héél veel planten.

Bacterie
Gelukkig stonden de plantenetende dino’s er als het op hun spijsvertering aankwam niet alleen voor. Ze kregen – net als de planteneters vandaag de dag – hulp van bacteriën. Deze bacteriën produceerden terwijl ze de planeneters hielpen met het verteren van planten, methaan. En niet zo’n klein beetje ook, zo schrijven wetenschappers nu in het blad Current Biology.

Model
“Een simpel wiskundig model suggereert dat de bacteriën die in de sauropoda (de planenetende dinosaurussen, red.) leefden genoeg methaan produceerden om een belangrijk effect op het klimaat tijdens het Mesozoïcum te hebben,” vertelt onderzoeker Dave Wilkinson. De berekeningen van de wetenschappers wijzen er zelfs op dat de dino’s mogelijk meer methaan produceerden dan alle moderne bronnen – zowel natuurlijk als door mensen gefabriceerde bronnen – bij elkaar.

WIST U DAT…

Koeien
Het idee dat dinosaurussen middels methaan miljoenen jaren geleden bijdroegen aan klimaatverandering lijkt misschien vergezocht. Maar is het dat wel? Vandaag de dag wordt methaan gezien als een ‘gevaarlijk’ gas dat het broeikaseffect enorm kan verergeren. Tegenwoordig wordt methaan onder meer gefabriceerd door koeien. Hun productie van methaan is zo groot dat klimaatwetenschappers er serieus rekening mee houden. Waarom zou dat miljoenen jaren geleden anders zijn geweest?

Uitstoot
We kunnen tegenwoordig precies achterhalen hoeveel een koe uitstoot. De onderzoekers erkennen dat het achterhalen van de uitstoot van een dinosaurus iets lastiger is. Om tot een ruwe, maar betrouwbare schatting te komen, bestudeerden de onderzoekers eerst de uitstoot van dieren die nu nog leven. Die uitstoot bleek nauw samen te hangen met hun massa. De massa van een plantenetende dino weten we. Ook weten we ongeveer wel hoeveel er in een gebied voorkwamen. Op basis daarvan berekenden de onderzoekers hun uitstoot. De dino’s zouden jaarlijks zo’n 520 miljoen ton methaan hebben geproduceerd. Die hoeveelheid is vergelijkbaar met de totale hoeveelheid methaan die we vandaag de dag uitstoten. Ter vergelijking: vóór de industriële revolutie werd er jaarlijks zo’n 200 miljoen ton methaan per jaar uitgestoten.

Het onderzoek benadrukt maar weer eens dat we als het om klimaatverandering gaat niet alleen naar de grote vervuilers moeten kijken. Ook veel kleinere factoren kunnen een doorslaggevende rol spelen.