Het lijkt steeds minder aannemelijk te worden dat het coronavirus een voorkeur heeft voor winterse weersomstandigheden.

Griep- en verkoudheidsvirussen gedijen beter in de winter. En gevreesd wordt dat datzelfde geldt voor SARS-CoV-2. Het feit dat het virus zich in de wintermaanden over de wereld verspreidde en het aantal besmettingen tegen de zomer afnam, lijkt dat te onderschrijven. Maar omdat in de periode dat de temperaturen en luchtvochtigheid stegen er ook lockdowns werden geïmplementeerd en coronamaatregelen werden getroffen, is onmogelijk met zekerheid te zeggen dat de afname in besmettingen die we in diezelfde periode zagen, verband houdt met veranderende weersomstandigheden. Bovendien zien we dat het aantal besmettingen – ondanks zomerse temperaturen – nu in tal van landen weer toeneemt. Het doet vermoeden dat de coronamaatregelen – die in veel landen versoepeld zijn en op steeds meer plekken ook minder strikt worden opgevolgd – een groter stempel drukken op het aantal besmettingen dan weersomstandigheden.

WHO
Zo denkt men er bij de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ook over. Eerder deze week liet dr. Margaret Harris, woordvoerder van de WHO, weten dat SARS-CoV-2 hoogstwaarschijnlijk geen seizoensgebonden virus is. Ze wijst er daarbij onder meer op dat veruit de meeste besmettingen nu plaatsvinden in de VS, waar het momenteel hartje zomer is. En ook in het warme Brazilië neemt het aantal besmettingen snel toe.


“De seizoenen lijken geen invloed te hebben op de transmissie van het virus,” aldus Harris. “Wat de transmissie beïnvloedt, zijn massale bijeenkomsten, mensen die samenkomen en geen afstand houden en geen voorzorgsmaatregelen nemen.”

Onderzoek
Wetenschappers proberen al maanden een antwoord te vinden op de vraag of SARS-CoV-2 – net als bijvoorbeeld het griepvirus – seizoensgebonden is en ‘s winters beter gedijt dan in de zomer. Het resulteert in weinig eenduidige studies. Zo suggereert Australisch onderzoek dat het virus zich gemakkelijker verspreidt bij een lagere luchtvochtigheid. Terwijl een Chinees onderzoek er weer op wijst dat het coronavirus zowel bij een lagere luchtvochtigheid als een lagere temperatuur beter gedijt. Ondertussen suggereerde een ander Chinees onderzoek weer dat temperatuur, maar ook luchtvochtigheid en UV-straling nauwelijks invloed heeft op de verspreiding van het virus.

Lastig
De tegenstrijdige resultaten zijn waarschijnlijk te verklaren door het feit dat het bijzonder lastig is om het effect dat weersomstandigheden op het virus hebben te onderscheiden van het effect dat andere factoren – zoals de eerder genoemde coronamaatregelen – op de verspreiding van het virus hebben. Wat ook niet helpt, is dat het virus ons pas sinds eind vorig jaar bekend is en we het dus ook nog niet gedurende alle seizoenen in actie hebben gezien.


Belangrijk
Hoewel het lastig te onderzoeken is, is het toch heel belangrijk om vast te stellen of het virus ook maar enigszins door bepaalde weersomstandigheden in de kaart wordt gespeeld, zo stelt professor Jürg Luterbacher, verbonden aan de World Meteorological Organization (WMO). “Het is van groot belang dat we gaan begrijpen welke meteorologische, klimatologische en omgevingsfactoren de verspreiding van de ziekte buiten- en binnenshuis promoten.” Hij wijst erop dat COVID-19 naar verwachting nog jaren onder ons zal zijn en dat een beter begrip van de impact die weersomstandigheden op het virus hebben, overheden kan helpen om doeltreffende maatregelen te nemen die erop gericht zijn om het virus in te dammen. In een poging meer grip te krijgen op het eventuele effect dat de seizoenen op de verspreiding van het virus hebben, organiseert de WMO begin volgende week dan ook een virtueel symposium, waaraan honderden meteorologen uit verschillende delen van de wereld deel zullen nemen. Zij gaan zich buigen over de vraag of er een verband is tussen de verspreiding van COVID-19 en het weer, klimaat en bepaalde omgevingsfactoren. Tijdens het symposium zullen de meteorologen eerder uitgevoerde studies bespreken en vaststellen wat we op dit moment wel en niet weten. Vervolgens kan op basis daarvan weer gekeken worden hoe toekomstig onderzoek eruit moet gaan zien.

Satellietonderzoek
Ondertussen proberen ook Europese onderzoekers met behulp van satellietdata grip te krijgen op een eventueel verband tussen COVID-19 en weersomstandigheden. Door het aantal doden door COVID-19 en nieuwe besmettingen naast weergegevens zoals gemiddelde temperatuur en luchtvochtigheid te leggen, moet blijken of het virus het bij bepaalde temperaturen en luchtvochtigheid beter doet. De eerste gegevens wijzen erop dat het virus zich oorspronkelijk voornamelijk verspreidde in gebieden waar de gemiddelde temperatuur rond de 10 graden Celsius lag (zie kader).

In eerste instantie verspreidde SARS-CoV-2 zich gedurende de winter vanuit China voornamelijk over het noordelijk halfrond en via landen met ongeveer hetzelfde klimaat. Het suggereert dat het virus een voorkeur heeft voor bepaalde weersomstandigheden. Maar opnieuw is het mogelijk dat deze opmerkelijke verspreiding van het virus niet verklaard kan worden door weersomstandigheden. Zo kan het ook te herleiden zijn naar handels- en menselijk bewegingspatronen, aldus de WMO.

Maar inmiddels lijkt van een voorkeur geen sprake meer te zijn, zo stellen de Europese onderzoekers op basis van de satellietdata. Ze wijzen daarbij eveneens op de grote uitbraken in het warme Brazilië en Mexico. “Het suggereert dat de impact dat het klimaat op de verspreiding van het virus waarschijnlijk heel klein is, als er al sprake is van een impact.”

Het lijkt voorzichtig goed nieuws. Maar wetenschappers hebben duidelijk meer tijd en data nodig om de precieze impact van meteorologische en klimatologische omstandigheden op COVID-19 vast te stellen. Ondertussen blijft de naderende winter – afgezien van die eventuele impact van koudere temperaturen of een lagere luchtvochtigheid – voor veel wetenschappers toch een bron van zorg. Zeker nu steeds meer mensen de social distancing-maatregelen – waarvan inmiddels wél vaststaat dat ze een enorme impact hebben op de verspreiding van het virus – aan hun laars lappen. Ook is men bang dat andere virussen waarvan we zeker weten dat ze ‘s winters beter gedijen – zoals het griepvirus – in combinatie met SARS-CoV-2 tot een overbelasting van het zorgstelsel zullen leiden. Tenslotte vreest men dat ook het feit dat mensen ‘s winters vaker binnenshuis te vinden zijn – alwaar het virus zich in slecht geventileerde ruimtes mogelijk ook via de lucht kan verspreiden – tot meer besmettingen kan leiden.