Nieuw onderzoek toont aan dat huidige behandelingen niet werken en onderstreept dat we eigenlijk helemaal niet weten hoe wintertenen ontstaan.

Als je bij vorst op de fiets stapt en je handschoenen vergeet, kun je er zomaar last van krijgen: rode, zeer pijnlijke vingers. Gelukkig is dat snel genoeg weer over als je thuiskomt en je handen op temperatuur zijn gekomen. Maar er zijn mensen bij wie dergelijke klachten in de wintertijd chronisch zijn. Tussen de 15.000 en 30.000 mensen die de huisarts bezoeken hebben ‘s winters last van wintertenen en -handen, ook wel chronische perniones genoemd. Hun klachten zijn te voorkomen door handen en voeten goed warm te houden. Maar genezen is lastig. Op dit moment grijpen huisartsen voor behandeling van wintertenen en -handen naar vitamine D3, nifedipine en bètamethasoncrème. Van geen van deze behandelingen is echter overtuigend aangetoond dat ze werken.

Niet beter dan een placebo
Huisarts Ibo Souwer besloot daarom onderzoek te doen naar de effectiviteit van deze drie behandelingen. Hij ging na of vitamine D3, nifedipine en bètamethasoncrème beter werkten dan een placebo. Na zijn onderzoek bleef van het positieve effect dat vitamine D3 zou hebben, niet veel over. En ook nifedipine en bètamethasoncrème werkten niet beter dan het placebo.

Waarom voorschrijven?
Waarom worden deze middelen dan toch voorgeschreven? Volgens Souwer werd het gebruik van vitamine D van dokter op dokter overgegeven zonder dat de artsen eigenlijk een idee hadden van het werkingsmechanisme. Nifedipine werd voorgeschreven, omdat het de bloedvaten verwijdt en zo tot een betere doorbloeding leidt. Gedacht werd dat het middel de symptomen van wintertenen verlicht. Bèthamethasoncrème werd voorgeschreven, omdat het de ontstekingsverschijnselen van de huid bij wintertenen tegen zou kunnen gaan.

De oorzaak
Souwer heeft niet onderzocht hoe wintertenen ontstaan, maar kan op basis van zijn studie wel een aantal oorzaken uitsluiten. Omdat de onderzochte behandelingen niet werken, is het bijvoorbeeld onwaarschijnlijk dat de ontsteking van de huid een doorslaggevende rol speelt bij wintertenen. “Wel kan het evenwicht tussen het bewaren van een normale lichaamstemperatuur en het voorkomen van huidschade door afkoeling een rol spelen,” vermoedt Souwer. “Bij afkoelen trekken de bloedvaatjes in de huid samen om warmte vast te houden. Het lichaam blijft warm, maar de huid koelt plaatselijk af. Als tegenreactie verwijden de bloedvaatjes van de huid zich steeds kortdurend. Een verstoring van die reactie leidt mogelijk tot huidschade en de klachten van rode, gezwollen en jeukende tenen en vingers.”

Souwer – die maandag op dit onderwerp promoveert – pleit voor meer onderzoek naar wintertenen en andere alledaagse ziekten waar nu nog te weinig over bekend is. “Onderzoek naar alledaagse ziekten lijkt binnen alle onderwerpen in de geneeskunde misschien niet heel relevant, maar dit zijn wel de vragen waar een huisarts oplossingen voor moet hebben.”