Ze combineren daartoe twee of meer elementen die afzonderlijk van elkaar compleet nutteloos zijn.

Dat hebben onderzoekers ontdekt. Het is bijzonder: tot op heden werd gedacht dat alleen mensen en mensapen het inzicht hadden om meerdere elementen – die afzonderlijk van elkaar nutteloos zijn – te combineren zodat een nuttig gereedschap ontstaat.

Combineren
De onderzoekers schotelden acht wipsnavelkraaien een grote doos voor. De wipsnavelkraaien hadden die doos nog nooit gezien. In de doos zat iets lekkers verstopt, dat de wipsnavelkraaien er alleen met behulp van een stokje uit konden peuteren. Die stokjes kregen de kraaien ook aangeleverd. En jawel: als spoedig slaagden ze erin om met zo’n stokje het lekkers te bemachtigen. Vervolgens maakten de onderzoekers het de kraaien wat lastiger. Ze stopten het voedsel wat dieper in de doos, waardoor zij langere stokjes nodig hadden om het eruit te halen. Maar: de wipsnavelkraaien kregen geen langere stokjes. In plaats daarvan lagen er allemaal korte stokjes die met elkaar gecombineerd konden worden. De stokjes waren namelijk hol en konden deels in elkaar worden geschoven. Zonder dat de onderzoekers dat aan de kraaien hadden laten zien of de kraaien enigszins hielpen, bleken vier van de acht vogels er zelfstandig in te slagen om een langere stok te maken en het voedsel uit de doos te krijgen.

Nog moeilijker
Reden genoeg voor de onderzoekers om het nog wat lastiger te maken. Ze stopten het voedsel weer diep weg in de doos, maar gaven de kraaien nu nóg kortere stokjes. Ze moesten nu dus meer stokjes combineren om dat voedsel te pakken te kunnen krijgen. Met name één wipsnavelkraai – Mango genaamd – spande de kroon: hij was in staat om uiteindelijk een gereedschap te maken dat uit vier onderdelen bestond.

“Het is opmerkelijk, omdat de kraaien geen hulp kregen bij of getraind werden om deze combinaties te maken, ze vogelden het helemaal zelf uit,” vertelt onderzoeker Auguste von Bayern. “De resultaten benadrukken dat deze kraaien over flexibele vaardigheden beschikken die ze in staat stellen om nieuwe problemen snel op te lossen,” voegt onderzoeker Alex Kacelnik toe. Hoe de kraaien dat precies doen, is echter onduidelijk. “Het is mogelijk dat ze een soort virtuele simulatie van het probleem uitvoeren, waarbij ze zich in hun brein verschillende mogelijke acties voorstellen tot ze een goede oplossing vinden en die gaan toepassen.”

Eén ding staat – ongeacht hoe de wipsnavelkraaien het precies doen – wel vast: het is bijzonder dat ze nieuwe gereedschappen kunnen ‘uitvinden’. Er zijn maar weinig dieren die in staat zijn tot het maken en gebruiken van gereedschappen en zelfs wij mensen ontwikkelen die vaardigheid pas vrij laat. Kinderen beginnen gereedschappen meestal rond een leeftijd van 18 maanden te gebruiken, maar zijn vaak al vijf jaar oud voor ze in reactie op een probleem zelf een gereedschap kunnen ‘uitvinden’. En ook als we naar onze evolutionaire geschiedenis kijken, kwamen gereedschappen pas vrij laat om de hoek kijken. Archeologische vondsten suggereren dat we pas rond 300.000 jaar geleden gereedschappen gingen maken die uit meerdere onderdelen waren opgebouwd. Mogelijk ontwikkelden we het vermogen om gereedschappen uit meerdere onderdelen op te bouwen tegelijkertijd met het vermogen om onze acties te plannen en ons middels taal te uiten. Dat wipsnavelkraaien ook gereedschappen kunnen bouwen, wil volgens de onderzoekers zeker niet zeggen dat ze over dezelfde cognitieve mechanismen beschikken als mensen en mensapen. Maar het kan ons wel meer inzicht geven in de cognitieve processen die ten grondslag liggen aan het oplossen van problemen in de omgeving.