wiskunde

Wiskundigen kunnen wiskundige formules wel eens beschrijven als ‘mooi’ of ‘prachtig’. En hun brein denkt er net zo over, zo blijkt uit onderzoek. Gepassioneerde wiskundigen activeren bij het zien van ‘mooie’ formules het hersendeel dat ook actief wordt wanneer ze naar prachtige kunst kijken of mooie muziek luisteren.

Wanneer we spreken over ‘schoonheid’, denken we vaak aan mooie mensen, of misschien wel mooie kunst of een prachtig muziekstuk. Maar er zijn nog meer bronnen van schoonheid. En wel op intellectueel niveau. Zo is het niet ongebruikelijk dat gepassioneerde wiskundigen bepaalde wiskundige formules met termen zoals ‘mooi’ omschrijven.

Het bracht onderzoekers op een idee: zou die vorm van schoonheid werkelijk te vergelijken zijn met de schoonheid van bijvoorbeeld een schilderij of muziekstuk? Ze namen de proef op de som en verzamelden vijftien wiskundigen en legden ze formules voor die eerder als ‘prachtig’, ‘neutraal’ als ‘lelijk’ waren beoordeeld. Terwijl de wiskundigen naar die formules keken, werd hun hersenactiviteit gemeten.

Wat vinden wiskundigen mooi?

“Voor velen van ons kunnen wiskundige formules heel droog en ontoegankelijk lijken, maar voor een wiskundige kan een wiskundige vergelijking de belichaming van de kern van schoonheid zijn,” legt onderzoeker Semir Zeki uit. “De schoonheid van een formule kan voortkomen uit de eenvoud, symmetrie, elegantie of de uiting van een onwrikbare waarheid.”

Uit het onderzoek blijkt dat deze wiskundigen bij het zien van een mooie wiskundige formule de mediale orbitofrontale cortex activeren. Dit deel van het brein wordt ook actief wanneer mensen mooie kunstwerken bekijken of mooie muziekstukken luisteren. Blijkbaar reageert dit deel van het brein dus niet alleen op waarneembare schoonheid, maar ook op intellectuele en abstracte schoonheid. “We ontdekten dat – net zo als wanneer we visuele of muzikale schoonheid ervaren – de activiteit van het brein sterk samenhangt met de intensiteit waarmee mensen deze schoonheid ervaren,” vertelt onderzoeker Semir Zeki. En dat is best verrassend. Aangezien deze bron van schoonheid heel abstract is. “Het beantwoordt een belangrijke vraag in onderzoek naar esthetiek, een vraag waar al sinds de Klassieke Oudheid over gedebatteerd wordt, namelijk of ervaringen op het gebied van schoonheid gekwantificeerd kunnen worden.”