Het verlangen naar iemand is net zo belangrijk – zo niet belangrijker – dan de werkelijke tijd die je met je geliefde doorbrengt.

Mensen hebben een sterke behoefte aan innige relaties. En niet alleen omdat dit ons een goed gevoel geeft. Het helpt bijvoorbeeld ook tegen stress en ziektes. Het betekent dat we ons leven graag delen met een geliefde levenspartner. “Om relaties in de loop van de tijd te onderhouden, moet je echter wel gemotiveerd zijn om je geliefde graag te willen zien, ook als je op dat moment fysiek niet bij elkaar bent,” zegt onderzoeker Zoe Donaldson. “Onze studie is de eerste die de neurale basis voor die genoemde motivatie aanwijst.”

Monogamie
In de studie onderzochten wetenschappers de prairiewoelmuis. Prairiewoelmuizen behoren tot slechts 5% van de zoogdiersoorten -inclusief mensen – die voor het leven een stelletje vormen. Zoals uit deze cijfers blijkt zijn zoogdieren dus zelden monogaam. “Monogamie is ook zelden logisch vanuit evolutionair oogpunt,” legt Donaldson aan Scientias.nl uit. “Mannetjes dragen in vergelijking met vrouwtjes relatief weinig bij om de overleving van de nakomelingen te waarborgen. De dracht en het verstrekken van voedsel wordt bijvoorbeeld uitsluitend door vrouwtjes gedaan. Het lijkt daarom voordeliger voor het mannetje om de tijd te besteden aan het vinden van een nieuwe partner om meer nakomelingen te verwekken.” Monogamie in het dierenrijk treedt eigenlijk alleen op wanneer hulp van de vader het verschil tussen leven en dood is. “Bijvoorbeeld als zijn nageslacht niet zal overleven als hij zijn kinderen, of de moeder, niet beschermt,” zegt Donaldson. “Dit in tegenstelling tot vogels, waar mannetjes meehelpen om de eieren warm te houden en in voedsel voorzien. 90 procent van de vogelsoorten is monogaam.”


Een prairiewoelmuis-gezinnetje. Prairiewoelmuizen behoren tot slechts 5% van de zoogdiersoorten -inclusief mensen – die voor het leven bij elkaar blijven. Afbeelding: Zoe Donaldson/CU Boulder

Toch lijken mensen wel te hunkeren naar een vaste relatie. En het liefst eentje voor het leven. Om dit beter te begrijpen, bestudeerden de onderzoekers het gedrag en de hersenactiviteit van monogame knaagdieren. Want hierdoor krijgen ze beter inzicht in welke hersengebieden – tot op cellulair niveau – het instinct aandrijven om duurzame en langdurige relaties aan te gaan. In de studie gebruikten de onderzoekers piepkleine cameraatjes en geavanceerde technologie om de hersenen van tientallen woelmuizen op drie verschillende momenten te bekijken: 1) het moment dat een woelmuis net een soortgenoot ontmoet, 2) drie dagen na de paring en 3) twintig dagen nadat ze in wezen samen zijn ingetrokken. Daarnaast observeerden de onderzoekers de dieren ook op momenten dat ze een interactie aangingen met andere woelmuizen die ze toevallig tegenkwamen.

Partner vs vreemde
Hersenonderzoek bij mensen heeft aangetoond dat wanneer een proefpersoon de hand van zijn geliefde vasthoudt, de nucleus accumbens (dat deel uitmaakt van het beloningssysteem in het brein) oplicht. Wanneer je eet, seks hebt of drugs neemt, wordt dit beloningssysteem actief en geeft je – met behulp van allerlei chemische stofjes – een fijn gevoel. Wanneer iemand echter de hand van een vreemde vasthoudt, licht dit gedeelte niet op. Het onderzoeksteam ging er dus in eerste instantie vanuit dat ook de hersenactiviteit bij woelmuizen anders zou zijn wanneer ze een interactie aangingen met hun partner, tegenover een willekeurige woelmuis. “Verrassend genoeg is dit niet wat we vonden,” zegt Donaldson. Vreemdeling of minnaar, de hersenen van de woelmuizen zagen er in principe hetzelfde uit.

Verlangen
De onderzoekers sloegen aan het denken. “Toen we dieper na begonnen te denken over wat er echt toe doet om onze relaties te versterken, begonnen we ons af te vragen waarom we eigenlijk elke keer naar onze geliefde terugkeren.” En juist dit ‘verlangen’ naar je geliefde blijkt ontzettend belangrijk. Pas toen de woelmuis-stelletjes van elkaar verwijderd waren, maar naar elkaar toerenden om elkaar te ontmoeten – stel je een klassieke romantische herenigingsscène op een vliegveld voor – lichtte een uniek cluster van cellen in de nucleus accumbens op. Daar komt nog bij dat hoe langer de dieren een stelletje vormden, hoe nauwer hun band was geworden en hoe groter het gebied dat in de hersenen oplichtte. Naderde een woelmuis echter een vreemde, dan lichtte een heel ander cluster van cellen op. “Dit suggereert dat het verzamelen van die cellen mogelijk belangrijk is voor het vormen en behouden van een sterke band,” concludeert Donaldson. Het verlangen naar iemand blijkt dus een belangrijke emotie te zijn in het opbouwen van een innige band. “We wisten tot op heden echter verrassend weinig over hoe dit in onze hersenen kan worden gecodeerd.”


Samenzijn
De bevindingen wijzen erop dat dus vooral het verlangen naar iemand de innige band in stand houdt. Dit is mogelijk net zo, zo niet belangrijker dan de tijd die je werkelijk met je geliefde doorbrengt. De onderzoekers vermoeden dat hormonen zoals oxytocine, dopamine en vasopressine – waarvan is aangetoond dat ze zowel bij mens als dier een rol spelen bij het bevorderen van vertrouwen – bij het proces betrokken zijn. Toch is het nog niet helemaal duidelijk wat het cluster van cellen precies doet. Ook is het nog onzeker of de specifieke ‘neurale code’ die geassocieerd wordt in de woelmuizen met het verlangen om elkaar te zien dezelfde emotie bij mensen oproept. Maar meer onderzoek is onderweg. Uiteindelijk zouden de bevindingen kunnen worden gebruikt om nieuwe behandelplannen op te stellen voor mensen met autisme, ernstige depressie of stoornissen die het moeilijk maken om emotionele banden op te bouwen.

Pandemie
Tegelijkertijd geeft de studie ook inzicht waarom sociaal afstand houden tijdens de huidige pandemie zo verdraaid lastig is. “We zijn op een unieke wijze bedraad om nauwe relaties op te zoeken als bron van troost,” vertelt Donaldson. “En dat gebeurt vaak door fysieke aanrakingen. De negatieve gevoelens die velen van ons op dit moment ervaren kunnen het gevolg zijn van een mismatch: we hebben een neuronaal signaal dat ons vertelt dat we ons beter voelen als we bij geliefden zijn, terwijl praktische beperkingen betekenen dat aan deze behoefte niet kan worden voldaan. Je kunt dit vergelijken met niet eten terwijl je wel honger hebt. Alleen in plaats van een maaltijd over te slaan, ben je nu langzaam aan het verhongeren.”

Daarom adviseert Donaldson om wel contact te houden, al is het maar via de computer of telefoon. “Virtueel afspreken is misschien niet zo lonend als elkaar persoonlijk opzoeken, maar het helpt wel mee om een band te vormen en om stress te verminderen,” stelt ze. Bovendien geeft deze tijd ook ruimte voor nieuwe mogelijkheden. “Er is nu geen verschil meer met een vriend of vriendin die dichtbij of ver weg woont,” zegt ze. “Vriendschappen die mogelijk zijn verwaterd kun je nu dus nieuw leven inblazen. En uiteindelijk moeten we ons realiseren dat de huidige omstandigheden niet eeuwig zullen duren.”