Na jaren van stijging nemen de IQ-scores nu af. Hoe komt dat? En betekent het dat we massaal dommer worden?

Nadat de intelligentiescores in verschillende landen jarenlang een stijgende lijn vertoonden, lijkt er een plafond bereikt te zijn en is er momenteel zelfs sprake van een serieuze daling. Deze resultaten roepen verschillende vragen op: welke oorzaken liggen er ten grondslag aan de achteruitgang? En betekent het echt dat we allemaal steeds minder intelligent worden?

Het Flynn-effect
De Nieuw-Zeelandse professor en intelligentieonderzoeker James Robert Flynn ontdekte omstreeks 1980 dat de IQ (intelligentie-quotiënt)-scores tussen 1932 en 1978 met 13,8 punten waren toegenomen. Deze stijging werd bevestigd door latere onderzoeken en over het algemeen wordt er gesproken over een toename van drie punten per tien jaar. Het fenomeen bleef bovendien niet beperkt tot landen in de ontwikkelde wereld; het werd tevens waargenomen in enkele ontwikkelingslanden.


Verklaring
Verschillende verklaringen voor dit ‘Flynn-effect’ zijn in de loop der jaren de revue gepasseerd, zoals de invloed van maatschappelijke veranderingen, technologische ontwikkelingen, kleinere gezinnen, betere voeding, betere gezondheidszorg en een beter onderwijssysteem. Flynn zelf opperde uiteindelijk dat het vooral te maken zou kunnen hebben met een verandering in de manier van denken. Lange tijd was men immers gewend te denken in praktische oplossingen maar als gevolg van alle ontwikkelingen binnen de maatschappij begon men steeds meer in abstracte termen te denken. Dit zou betekenen dat mensen niet zozeer slimmer waren geworden, maar eerder dat zij slim waren op andere manieren.

“Inmiddels is duidelijk dat de IQ-scores ook in Nederland afnemen”

Het negatieve Flynn-effect
Voordat er een sluitende, definitieve verklaring werd gevonden, stuitten wetenschappers alweer op een nieuw probleem: in een aantal landen bleken de IQ-scores af te nemen. Niemand had verwacht dat ze eindeloos zouden blijven stijgen; net zoals bij lengte wordt er voor dit soort metingen op een gegeven moment een maximum bereikt. Het is daarom niet verwonderlijk dat een dergelijk plafondeffect ook plaatsvond op het gebied van de IQ-scores. Dat de scores na deze afvlakking daadwerkelijk zouden afnemen was echter iets waar niemand rekening mee had gehouden. Het negatieve Flynn-effect, of anti-Flynn-effect, werd vanaf ongeveer 1995 waargenomen in enkele Noord-Europese landen zoals Noorwegen, Denemarken en Zweden. Het gaat hierbij om een verlies van ongeveer 2,5 IQ-punt per tien jaar. Inmiddels is duidelijk dat de daling ook in andere landen en werelddelen plaatsvindt, waaronder Nederland. Waar komt dit nu door? Worden we met zijn allen steeds minder slim door, bijvoorbeeld, het veelvuldige gebruik van smartphones en onze voortdurende aanwezigheid op internet en de sociale media, zoals sommigen beweren?

Verklaringen voor de daling
Volgens dr. Jan te Nijenhuis van de Vrije Universiteit Amsterdam ligt het allemaal niet zo simpel. Hij houdt zich al vele jaren bezig met intelligentieonderzoek en het (negatieve) Flynn-effect en hij is van mening dat er vier soorten effecten een rol spelen bij de daling van de IQ-scores: biologische/genetische effecten, biologische/niet-genetische effecten, culturele effecten en tot slot een combinatie van deze drie.


“Mijn schatting is dat de genetische intelligentie over 200 jaar zo’n 8 punten gedaald is”

Dysgenetica en immigratie
In het kader van de biologische/genetische effecten wordt er dikwijls gesproken over dysgenetica. Deze enigszins omstreden theorie houdt in dat mensen met een hoog IQ over het algemeen minder kinderen krijgen dan mensen met een lager IQ. Hierdoor zou de genetisch bepaalde intelligentie afnemen. Te Nijenhuis benadrukt dat deze effecten maar een heel klein stukje van de puzzel vormen: “Mijn schatting is dat de genetische intelligentie over 200 jaar zo’n 8 punten gedaald is. Dat zijn grote effecten maar per tien jaar gaat het hier dus echt om hele kleine effecten.”
Hij noemt verder nog de rol die immigratie kan spelen, voornamelijk als de immigranten afkomstig zijn uit landen waar het gemiddelde IQ een stuk lager ligt. Met de flink toegenomen immigratie is het dan niet heel gek dat de gemiddelde IQ-scores in het nieuwe vestigingsland afnemen.

Toxische stoffen
Met betrekking tot de biologische/niet-genetische invloeden haalt hij de denkbeelden aan van mensen als professor Barbara Demeneix, een Franse biologe, die beweert dat de werking van onze schildklier door toxische stoffen in de omgeving zodanig is aangetast dat het brein minder goed functioneert. Enkele gevolgen: een toename van het aantal mensen met autisme en ADHD en een geleidelijke verslechtering van de menselijke intelligentie. Te Nijenhuis ziet echter geen aanwijzingen dat de omgeving werkelijk steeds viezer en giftiger wordt en zet daarom zijn vraagtekens bij deze theorie.

Kan het feit dat kinderen en jongeren steeds meer tijd kwijt zijn aan computer, televisie, telefoon en tablet misschien helpen verklaren waarom de IQ-scores afnemen? Afbeelding: StockSnap / Pixabay.

Scholing
Culturele effecten hebben mogelijkerwijs een grote invloed. Zo kan de helft van het Flynn-effect volgens Te Nijenhuis verklaard worden door scholing en wellicht zijn negatieve invloeden op het scholingsproces een belangrijke oorzaak van het anti-Flynn-effect: “Jonge mensen besteden tegenwoordig ongeveer 4,5 uur per dag aan computer, televisie, telefoon en internet. Daarmee vindt er nauwelijks verdieping plaats. Het lezen van een boek doet bijvoorbeeld een beroep op hele andere cognitieve vaardigheden dan het scrollen over een beeldscherm. Daarnaast zie je duidelijk dat de lees-, reken- en schrijfvaardigheid onder scholieren en studenten afneemt. Dit heeft allemaal effect op de IQ-scores.”

“Ons zelfstandig denkvermogen lijkt steeds minder te worden aangesproken, of in ieder geval op andere manieren”

Nieuwe norm
Tot slot zou je nog kunnen spreken van een combinatie van de verschillende factoren. Te Nijenhuis noemt hierbij als voorbeeld negative social multipliers: “Zelfs op hoog niveau, bij bekende hoogleraren en ministers, zie je dat er openlijk fouten worden gemaakt op het gebied van taal of rekenen. Mensen denken dat dit normaal is en nemen het over, waardoor er een soort nieuwe norm ontstaat. Fouten worden steeds meer geaccepteerd.” Ons zelfstandig denkvermogen lijkt steeds minder te worden aangesproken, of in ieder geval op andere manieren. Waar vroeger het hoofdrekenen bijvoorbeeld enorm belangrijk was, is daar nu de calculator. Dit alles heeft niet alleen effect op onszelf, maar ook op onze kinderen en de generaties daarna.

Zegt een IQ-score iets over intelligentie?
We kunnen er dus niet omheen dat de intelligentiescores afnemen. Maar intelligentie is een zeer complex en veelomvattend begrip; er is niet één vorm van intelligentie. Bij een IQ-test worden er dan ook allerlei verschillende facetten gemeten. De één is beter op verbaal gebied, de ander op het gebied van ruimtelijk inzicht. En dit is dan nog het meest basale onderscheid. Het feit dat er vele verschillende IQ-tests (zoals de WAIS, de GIT of de RAKIT) in omloop zijn, die verschillende dingen meten, maakt het er niet overzichtelijker op. Het is daarom de vraag of we op basis van een algemene IQ-score wel iets kunnen zeggen over iemands werkelijke intelligentie. Daarbij moeten we beseffen dat de eerste IQ-test ontwikkeld werd aan het begin van de vorige eeuw door de Franse psycholoog Alfred Binet. Hoewel de tests sinds die tijd veel verder gemoderniseerd en ontwikkeld zijn, is het denkbaar dat er verdergaande veranderingen en/of vernieuwingen noodzakelijk zijn.

Anders meten
Als we inderdaad op andere manieren zijn gaan denken, zoals Flynn zelf vermoedde, wordt het dan geen tijd dat we ook op andere manieren gaan meten? Wellicht levert dit weer hele andere resultaten op. Tot die tijd kunnen we niet zomaar concluderen dat we massaal dommer – of liever minder slim – worden, hooguit dat de maatschappij verandert en dat wij mee veranderen. Hierbij worden we niet alleen beïnvloed door genetische factoren maar ook door de omgeving.

Dit houdt echter niet automatisch in dat we de huidige bevindingen kunnen negeren. Zij duiden op belangrijke ontwikkelingen en veranderingen waar we ons best bewust(er) van mogen zijn. Toekomstige onderzoeken zullen ongetwijfeld nog meer intrigerende en tot nadenken stemmende resultaten genereren.

Over de auteur
Charlotte Phebe Post is afgestudeerd in de cognitieve psychologie aan de Universiteit van Leiden. Sinds 2008 werkt zij als freelance tekstschrijver, in dit werk komen haar passie voor schrijven en wetenschap mooi samen. Hoewel zij een bijzondere interesse heeft in de psychologie, de emoties en het gedrag van het dier, schrijft zij ook graag artikelen over de menselijke psychologie en over opvallend wetenschappelijk nieuws in het algemeen. Meer weten over Charlotte? Neem een kijkje op haar website.