Een paar lepeltjes kattenvoer moet genoeg zijn om een einde te maken aan het floreren van de agapad in Australië. Dat concluderen onderzoekers. Het voer trekt vleesetende mieren aan die op hun beurt jonge agapadden aanvallen en zo de populatie flink terugdringen. De methode lijkt effectiever dan de vorige; golfclubs en cricket bats.

De Australiërs worstelen al jaren met een enorme hoeveelheid agapadden. De diertjes werden in 1935 vanuit Hawaï naar het land down-under gebracht om de kevers die het suikerriet bedreigden tegen te gaan. Ondertussen is niet langer de kever, maar de agapad zelf een probleem. Het diertje plant zich met een ontzagwekkende snelheid voort, waardoor miljoenen exemplaren over het eiland zwerven en vele andere diersoorten bedreigen.

Bevriezen

In eerste instantie probeerden de Australiërs de dieren met cricket bats en golfclubs dood te slaan. Later werden de dieren bevroren of vergast. Het lijken effectieve methodes, maar de agapad is een taaie soort en neemt nog steeds in aantal toe.

Gif
Er zijn weinig andere diersoorten die de agapad – met een grootte tussen de 15 en 23 centimeter – aankunnen. De pad laat tijdens een aanval namelijk een gif los dat het hart van de aanvaller aanpakt. Er is echter één soort dat zich niets van het gif aantrekt: vleesetende mieren. “Een enkele pad kan 30.000 eieren per keer leggen, dus er is een enorme hoeveelheid kikkervisjes die in één keer pad wordt,” legt onderzoeker Rick Shine uit. “Er kunnen letterlijk op hetzelfde moment tienduizenden padden ontstaan. En zij zijn kwetsbaar ten opzichte van vleesetende mieren als de kolonie ontdekt dat er ergens een voedselbron is.”

Aanval
De onderzoekers legden aan de rand van de vijver kattenvoer en wachtten tot de kikkervisjes in padden veranderden. Het kattenvoer trok ondertussen de aandacht van de vleesetende mier en tegen de tijd dat die aan de rand van de vijver arriveerde, klommen de jonge padden uit het water. 98 procent van de padden werd binnen twee minuten door de mieren aangevallen. Van de weinige padden die wisten te ontsnappen, stierf tachtig procent binnen één dag aan de opgedane verwondingen.

Oneerlijk
De baby-padden zijn ongeveer net zo groot als de vleesetende mieren (één centimeter). De mieren zijn echter in tegenstelling tot de pad enorm agressief en hebben sterke kaken waardoor ze in staat zijn zelfs dieren die groter zijn dan zijzelf te doden. “Het is nogal een oneerlijk gevecht,” bekent Shine. “De padden hebben een vreselijk stomme reactie op de aanval en dat is: stilzitten en niets doen.”

Twijfel
Hoewel de methode er op het eerste gezicht veelbelovend uitziet, heeft Graeme Sawyer – ambtenaar en belast met de bestrijding van de pad – zijn twijfels. “De impact van vleesetende mieren op padden kan van betekenis zijn als er een kleine groep agapadden is. Maar als je gebieden hebt waar veel padden zitten dan lijkt het geen verschil te maken.” Ook de Australische dierenbescherming wordt niet blij van de nieuwe methode. “RSPCA (Royal Society for the Prevention of Cruelty to Animals, red.) erkent dat de padden moeten worden gecontroleerd, maar dringt er bij de onderzoekers op aan om zich te richten op het ontwikkelen van effectieve methodes die geen onnodige pijn of nood veroorzaken,” laat de organisatie in een mail weten.

Shine erkent dat de oplossing relatief is. “Je moet wel wanhopig optimistisch zijn, wil je denken dat we ooit een eind kunnen maken aan de agapadden in Australië.”