Klimaatverandering, maar ook onze vraag naar omega 3 maken de toekomst van krill en het Antarctisch ecosysteem onzeker.

Krill is een verzamelterm voor kleine garnaalachtige schaaldiertjes die, als ze volwassen zijn, zo groot kunnen worden als je eigen oog. Maar onderschat ze niet. Want ondanks hun kleine voorkomen, zijn ze erg belangrijk voor het mariene voedselweb. Krill is een essentiële voedselbron voor vele Antarctische diersoorten, waaronder walvissen, zeehonden, pinguïns en vliegende vogels. Zo kan een blauwe vinvis bijvoorbeeld zo’n slordige vier ton (!) krill per dag eten en ook de dwergvinvis schuift per dag zo’n 300 kilo krill naar binnen. Maar er dreigt gevaar. Want door de afname van het zee-ijs rond Antarctica en onze eigen zucht naar omega 3, kan het voortbestaan van krill, en daarmee van een heel ecosysteem, op losse schroeven komen te staan.

Toename
Sinds een aantal jaar is de visserij op krill toegenomen. Deze toename heeft voornamelijk te maken met een belangrijk bestandsdeel dat krill rijk is: omega 3. Omega 3-vetzuren zijn meervoudig onverzadigde vetzuren die beschermen tegen hart- en vaatziekten en cholesterol. Tegenwoordig zijn er daarom zelfs voedingssupplementen op de markt met krillolie. Toch is het de vraag of je toegevoegde omega 3 echt nodig hebt als je bewust en gezond eet. “Het valt te bediscussiëren of het nuttige producten zijn,” zegt bioloog Jan Andries van Franeker van Wageningen Marine Research (zie kader hieronder). “Het is meer een gezondheidshype. Als je boter verkoopt met toegevoegde omega 3, dan klinkt dat ineens heel gezond. Maar ik denk zelf dat als je gevarieerd eet, je ook voldoende vitamines en bouwstoffen binnen krijgt en de meeste mensen helemaal geen toegevoegde oliën nodig hebben.” Daarnaast is het een vergissing dat omega 3 alléén maar uit krill of vissen te halen valt. Zo zit het ook in plantaardige producten, zoals noten, groene bladgroentes en peulvruchten. Toch is er op dit moment veel vraag naar krillolie en reizen visserijen nog steeds naar Antarctica af om in de behoefte te voorzien. De restanten van het krill worden vervolgens tot vismeel verwerkt waar bijvoorbeeld gekweekte vissoorten en varkens en kippen mee worden gevoerd. Iets wat ook nog weleens tot discussie leidt. “Persoonlijk vind ik het onzinnig om een soort die heel belangrijk is in voedselketens te gaan bevissen voor dit soort doeleinden,” benadrukt Van Franeker.


Jan Andries van Franeker werkt als bioloog bij Wageningen Marine Research in Den Helder. Daar is hij onder andere verantwoordelijk voor het Antarctisch onderzoek dat zijn instituut uitvoert in opdracht van het Ministerie van LNV en dat moet bijdragen aan de rol van Nederland in het internationale visserijverdrag rond de zuidpool.

Geconcentreerde visserij
Hoewel andere soorten krill ook elders in de oceanen voorkomen – bijvoorbeeld in het hoge noorden – zijn de hoeveelheden op Antarctica talrijker en wijken schepen daarom het liefst naar het zuiden uit. Vervolgens wordt er vooral op geconcentreerde plekken, zoals rond het Antarctisch Schiereiland, op krill gevist. En dat kan gevolgen hebben voor de dieren die hier leven en afhankelijk zijn van de aanwezigheid van krill. Zo kunnen sommige dieren niet gemakkelijk naar andere gebieden trekken om daar de concurrentie met vissersboten te ontwijken. Met name pinguïns kunnen terwijl ze hun kuikens grootbrengen zich niet al te ver van hun nest verplaatsen. Toch zijn de effecten van de krillvisserij op de zeezoogdieren en vogels in het gebied knap lastig aan te tonen. “Je kunt niet uitsluiten dat er lokaal effecten zijn,” zegt Van Franeker. “Maar het is erg lastig hard te maken. Voedselketens zitten heel ingewikkeld in elkaar. Daarnaast speelt ook het tijdsaspect mee. Als je uit een bepaalde tijdsperiode een hap neemt, wil dat nog niet zeggen dat je in de maanden daarop gelijk iets merkt aan het succes van de pinguïns.”

De plekken waar krill voorkomt. De grootste concentraties bevinden zich in de Scotiazee en rond het Antarctisch Schiereiland. Afbeelding: NASA

Moet je het risico willen nemen?
Of er op dit moment sprake is van overbevissing, weten we dus eigenlijk niet. Dit komt mede doordat de modellen die zouden moeten vaststellen hoeveel je mag vissen zonder teveel schade aan te richten, erg onzeker zijn. “We weten onder andere niet precies hoe krill zich voortplant en wanneer dit goed of slecht gaat,” zegt Van Franeker. “Hierdoor worden er veel aannames gedaan die de modellen onzeker maken.” Visserijen hebben daarom met elkaar een grensniveau afgesproken, dat is gebaseerd op vangsthoeveelheden van de populatie krill uit de vorige eeuw waarbij geen negatieve effecten werden gezien. Echter is het onbekend of deze vangstlimieten – gebaseerd op oude waarnemingen – nog wel kloppen. Toch gaat de visserij door, ook in beschermde gebieden. Greenpeace en andere partijen proberen hier echter wat aan te veranderen. Zo vinden zij dat – of het nou hard te maken valt of niet – je sowieso niet het risico moet willen nemen om op hele geconcentreerde plekken op krill te vissen. Gelukkig wordt hier vanuit de visserij gehoor aan gegeven. Zo hebben ’s werelds meest toonaangevende krillvisserijen in overleg met Greenpeace toegezegd om te stoppen met de vangst van krill in enkele kwetsbare gebieden. “Dit is een stap in de goede richting,” zegt Van Franeker. “Iedere stap waarbij belangrijke kustgebieden beschermd worden, is nuttig.”

“Iedere stap waarbij belangrijke kustgebieden beschermd worden, is nuttig.”

Er lonkt meer gevaar…
Maar met de medewerking van krillvisserijen is het gevaar voor het voortbestaan van krill nog niet geweken. Zo zou de hoeveelheid volwassen krill sinds de jaren ’70 met zo’n 80 tot 90 procent zijn afgenomen. Waar deze afname aan ligt, weten onderzoekers niet zeker. Sommige stellen dat het te maken heeft met veranderingen in de omgeving, terwijl anderen de daling toeschrijven aan toenames van walvispopulaties. Maar misschien moeten we niet de vraag stellen waarom, maar juist kijken wat de toekomst brengt. Daarom probeerde een nieuwe studie gepubliceerd in het tijdschrift Geophysical Research Letters inzicht te krijgen in de gevolgen die klimaatverandering de komende decennia voor krill heeft. En de onderzoekers kwamen tot een schokkende conclusie. Zo zou de opwarming van de oceaan en het smeltende zee-ijs in de Antarctische wateren het leefgebied van krill tegen het jaar 2100 met zo’n 80 procent verkleinen.

De oorzaken
Deze immense krimp heeft met meerdere zaken te maken. Ten eerste is een warmere oceaan funest voor krill-larven. Zo kunnen ze, fysiologisch gezien, geen temperaturen boven de 2 graden Celsius verdragen. Toch voorspellen klimaatmodellen dat naarmate de oceaan meer warmte opneemt, de zeeën rond polaire gebieden tegen het einde van de eeuw 1 tot 1,5 graad warmer zullen zijn dan nu. Ten tweede betekent een warmere oceaan, meer smeltend zee-ijs. En dat terwijl krill-larven afhankelijk zijn van het zee-ijs voor voedsel. “In het zee-ijs bevinden zich algen die de larven van voedsel voorzien,” legt Van Franeker uit. “Die larven kunnen maar twee tot drie weken zonder voedsel. Als het zee-ijs voor een groot gedeelte smelt, verdwijnt ook voor een groot deel het gebied waar de krill-larven moeten overleven.” Minder zee-ijs in de winter betekent dus minder voedsel en onderdak voor de larven. En dit betekent op zijn beurt dat minder krill volwassen zal worden, wat grote consequenties heeft voor het gehele voedselweb. “Je krijgt dan een heel ander ecosysteem,” zegt Van Franeker. “Voor sommige soorten pinguïns zal er minder leefruimte zijn, maar ook baleinwalvissen die in de zomerseizoenen binnenkomen hebben dan minder krill tot hun beschikking. En of die een alternatief kunnen vinden, is koffiedik kijken. In ieder geval zullen sommige soorten flinke klappen krijgen.”

Deze figuur geeft de levenscyclus van Antarctisch krill weer. Het begint wanneer vrouwtjes aan het oppervlak eieren leggen. Terwijl de eieren zich ontwikkelen, zinken ze langzaam naar diepten van 700 tot 1000 meter. Nadat de eieren uitgekomen zijn, zwemmen de krilllarven naar het oppervlak om zich de rest van de zomer en vroege herfst te voeden met algen. Het krill overwintert onder het zee-ijs en wordt tegen het voorjaar volwassen. Afbeelding: American Geophysical Union

Onbeantwoorde vragen
Op dit moment is er nog veel onzeker en zitten we met een heleboel onbeantwoorde vragen. Op hoeveel krill mogen visserijen vissen? Is er al sprake van overbevissing? Zitten zeezoogdieren op Antarctica al in zwaar weer? Allemaal vragen die terugslaan op die ene grote, nog niet beantwoorde vraag: hoe groot is die populatie krill op dit moment nou werkelijk? Om een plan de campagne te maken, moeten er wel eerst harde cijfers komen. Toch laten die nog op zich wachten. Zo vond de laatste schatting van de omvang van de krillpopulatie plaats in 2000 en valt het te betwijfelen of deze getallen bijna twintig jaar later nog steeds deugen. Krill is erg gevoelig voor veranderingen in het milieu en de groeiende dreiging van klimaatverandering vereist daarom actuele informatie over de status van het Antarctisch krill. Toch blijkt ook zo’n telling een lastig vraagstuk. Want wie gaat dat uitvoeren? En hoe kun je de omvang precies meten?

Al met al moeten we op het ergste voorbereid zijn. Want op dit moment ziet de situatie er eerder dreigend, dan rooskleurig uit. Maar als consument kun je iets doen. “Geen producten meer kopen met toegevoegde omega 3,” stelt Van Franeker voor. “Dat zou al schelen. Als de markt van omega 3 instort, is het vissen op krill niet lonend meer. Het is namelijk maar de vraag of krillvisserijen voor het produceren van alleen het vismeel nog naar Antarctica afreizen. Het is hele kostbare visserij.” Ook kiloknallers kun je beter mijden. “Kiloknaller vlees is ook een typisch geval waarbij dieren vismeel gevoerd krijgen,” zegt Van Franeker. “Koop dus geen producten meer waarin krill wordt verwerkt, zoals voedingssupplementen met omega 3 en goedkoop vlees en vis.” Op die manier kunnen consumenten die zich zorgen maken hun steentje bijdragen.