En ze op te laten draaien voor de kosten die klimaatverandering met zich meebrengt?

Talloze mensen kwamen recent tijdens de klimaattop van Bonn aan het woord. James Hansen was er één van. Hansen is een gerenommeerde klimaatonderzoeker én een luis in de pels van de Amerikaanse overheid. Want Hansen steekt zijn mening niet onder stoelen of banken. En eerder schaarde hij zich vierkant achter een grote groep kinderen die momenteel de Amerikaanse overheid aanklaagt, omdat deze mede-verantwoordelijk zou zijn voor en te weinig doet tegen klimaatverandering. Tijdens de klimaattop in Bonn ging Hansen echter nog een stapje verder. Hij riep op om naast overheden ook de grote vervuilers op aarde voor de rechter te dagen en aldaar verantwoordelijk te houden voor hun daden en op te laten draaien voor de hoge kosten waar de wereld door toedoen van een veranderend klimaat mee te maken heeft. “Om het klimaat te stabiliseren, moet er CO2 uit de lucht worden gehaald,” zo stelde Hansen. “En daar is geld voor nodig. En het is alleen maar rechtvaardig als we dat geld onttrekken aan degenen die het meest geprofiteerd hebben van het verbranden van fossiele brandstoffen: de zogenoemde Carbon Majors (zie kader, red.).”

Carbon Majors

De Carbon Majors zijn de 100 meest actieve producenten van fossiele brandstoffen. Zij werden eerder dit jaar in dit rapport publiekelijk aan de schandpaal genageld. Onderzoek wees uit dat deze 100 bedrijven – waaronder grote namen als Gazprom, Shell en ExxonMobil – in verband kunnen worden gebracht met zo’n 71% van de industriële uitstoot van broeikasgassen sinds 1988.

Belangrijke uitspraak
Hansen is zeker niet de eerste die met dit idee op de proppen komt. Maar sinds een paar weken lijkt het idee ook een kans van slagen te hebben, zo stelt klimaatjurist Dennis van Berkel, verbonden aan Urgenda, een organisatie die Nederland sneller duurzaam wil maken en daarom eerder (met succes) de Nederlandse overheid aanklaagde. “Een paar weken geleden heeft het Hof in Hamburg wat dit betreft een belangrijke uitspraak gedaan in de zaak die een Peruaanse boer had aangespannen tegen RWE (een Duits energiebedrijf, red.).” De boer in kwestie woont nabij een meer dat gevoed wordt door een gletsjer. Die gletsjer heeft – door toedoen van klimaatverandering – in steeds sterkere mate te maken met smelt en volgens de boer is het een kwestie van tijd voor de gletsjer twee grote brokken ijs verliest en een vloedgolf veroorzaakt in het gletsjermeer (zie ook onderstaand filmpje). Die vloedgolf zou niet alleen het land van de boer, maar ook het dorpje waarin hij woont grotendeels kunnen verzwelgen. Om dat te voorkomen, wil de boer het gletsjermeer bedwingen met een grote dam of muur. Maar wie gaat dat betalen? Daartoe kijkt de boer verwachtingsvol naar RWE: een energiebedrijf dat verantwoordelijk is voor zo’n 0,5% van de wereldwijde CO2-uitstoot en volgens de boer dus mede-verantwoordelijk is voor de veranderingen die de gletsjer doormaakt en in ieder geval deels op moet draaien voor de kosten die gemaakt moeten worden om mensen tegen de gletsjer te beschermen.

De eerste vraag die het Hof in Hamburg zich stelde, is of een bedrijf aansprakelijk kan worden gehouden voor het aan klimaatverandering gerelateerde overstromingsgevaar. “En het Hof van Hamburg heeft nu bepaald dat die aansprakelijkheid bij bedrijven kan liggen.” Daarmee heeft de boer de rechtszaak nog niet gewonnen: hij zal nu eerst moeten bewijzen dat er ook echt een verband is tussen de activiteiten van het energiebedrijf en de smeltende gletsjer. Maar toch is de uitspraak van het Hof in Hamburg heel belangrijk. Het is namelijk voor het eerst dat een rechter erkent dat een bedrijf in principe verantwoordelijk kan worden gehouden voor zijn aandeel in klimaatverandering en de daaruit voortvloeiende problemen en kosten.

De Klimaatzaak

Het aanklagen van grote vervuilers is relatief nieuw. Maar overheden worden al geruime tijd – en ook steeds vaker – voor de rechter gedaagd. Het overkwam ook de Nederlandse Staat, in 2013. Urgenda was ontevreden over het Nederlandse klimaatbeleid en daagde de Nederlandse Staat voor de rechter om een scherper klimaatbeleid af te dwingen. En dat lukte. De organisatie won de rechtszaak in 2015 en de rechter deelde de Staat mee dat de CO2-uitstoot in 2020 25% lager uit moest vallen dan in 1990. “Eerder stevende Nederland af op een afname van 17% in 2020,” aldus Van Berkel. De Nederlandse Staat ging in hoger beroep en op 28 mei 2018 treffen de twee partijen elkaar opnieuw in de rechtbank. Toch is de ‘Klimaatzaak’ zoals de rechtszaak ook wel wordt genoemd volgens Van Berkel een succes. “Je ziet dat het voorbeeld in veel landen wordt opgevolgd. Recent nog in Ierland, waarbij de Ierse overheid ter verantwoording werd geroepen. Bovendien zie je dat rechters steeds meer tot het inzicht komen dat voor hen in dit alles een rol is weggelegd. De overheid vindt het een zaak van het parlement. Maar rechters zien in dat klimaatverandering zo groot en zo gevaarlijk is dat het de rechten van burgers aangaat. En dat inzicht heeft ook impact op het politieke systeem. Want dat politieke systeem is dan opeens vatbaar voor juridische toetsing. Rechters kunnen dus kijken of de handelingen van de overheid als het gaat om het klimaat niet beneden een bepaald niveau zakken.”

Attributie
Van Berkel verwacht dat we in de nabije toekomst nog veel meer van deze rechtszaken gaan zien en dat heeft verschillende redenen. “De schade die klimaatverandering aanricht, wordt steeds duidelijker zichtbaar. Daarnaast is er in de wetenschap een enorme vooruitgang geboekt op het gebied van attributie.” Steeds nauwkeuriger kunnen wetenschappers aangeven in hoeverre gebeurtenissen samenhangen met klimaatverandering. “Zo kunnen weersextremen nu aan klimaatverandering gelinkt worden. En recent is nog een onderzoek verschenen waarin men het aandeel dat de EU had in een hittegolf in Argentinië vaststelde.” Op vergelijkbare wijze kan ook de bijdrage die individuele bedrijven aan de opwarming van de aarde leveren, worden vastgesteld. Dat was een aantal jaren geleden nog ondenkbaar en daarmee was het aanklagen van individuele bedrijven dus ook tamelijk kansloos. Dat we de klimaatproblematiek waarschijnlijk in toenemende mate op het bureau van de rechter zien eindigen, heeft volgens professor Sybe de Vries, verbonden aan de Universiteit Utrecht en het daarbij behorende UGlobe – een centrum dat zich buigt over wereldwijde uitdagingen, zoals klimaatverandering en milieuschade – echter nog een reden. “Je ziet dat steeds vaker erkend wordt dat het klimaat en klimaatverandering een mensenrechten-aangelegenheid is. En in die hoek speelt de rechter een belangrijke rol.”

Lastige afwegingen
De gang naar de rechter lijkt dus steeds logischer te worden. Tegelijkertijd lijkt het ook een beetje hypocriet. Natuurlijk: het staat buiten kijf dat de grote vervuilers op aarde een directe bijdrage hebben geleverd aan de opwarming van onze planeet. Maar dragen we – door hun benzine, stroom en gas te verbruiken – eigenlijk niet allemaal bij aan die smeltende gletsjer in Peru? En is het dan wel helemaal eerlijk om die bedrijven op het matje te roepen? “Dat is wel een punt,” vindt ook De Vries. “En dat maakt het voor een rechter ook zo lastig. Het is bijvoorbeeld allemaal een stuk minder concreet dan de rechtszaak die tegen Shell is aangespannen, vanwege vervuiling in Nigeria. Het is een stuk gemakkelijker om een specifieke vervuiling aan een vervuiler te koppelen. “In het geval van een smeltende gletsjer waar veel meer bedrijven aan hebben bijgedragen, is dat een stuk lastiger.” De rechter die zo’n klimaatzaak op zijn of haar bureau krijgt, is dan ook niet te benijden. “Zo’n rechter staat voor lastige afwegingen, waarbij allerlei rechten met elkaar botsen.”

“Ik denk dat er steeds meer rechtszaken op dit onderwerp gevoerd gaan worden”

Schuilen achter de overheid
De juridische route is voor alle partijen dus een behoorlijke opgave. Zo zullen ook de juridische afdelingen van de grote vervuilers aan de bak moeten om de verantwoordelijkheid die de aanklager in hun schoenen probeert te schuiven, af te wenden. “Ik denk dat ze – ten onrechte – zullen proberen om zich achter de overheid te verschuilen,” stelt De Vries. “Bedrijven kennen – zeker in de westerse wereld – private autonomie. Zij zouden bijvoorbeeld kunnen zeggen dat deze private autonomie of de vrijheid van ondernemerschap in dit geval alleen beperkt moet worden door de wetgever die bepaalde normen oplegt en dat ze niet rechtstreeks kunnen worden aangesproken op internationale normen waar ze slechts zijdelings bij betrokken zijn geweest.” Of ze daarmee het vege lijf kunnen redden? Het zal onder meer afhangen van het land waarin zij aangeklaagd worden. “Zo kent Nederland, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Noorwegen geen recht op een veilig klimaat en schoon milieu dat in de grondwet is vastgelegd.” In dergelijke landen heeft een rechtszaak waarbij een beroep wordt gedaan op mensenrechten om burgers tegen klimaatverandering te beschermen, een grotere kans van slagen. “In Nederland zul je dan misschien een andere weg moeten vinden, bijvoorbeeld via het privaatrecht of via wetgeving waarin bedrijven verantwoordelijk zijn voor milieuschade.”

Van Berkel verwacht desalniettemin dat het een kwestie van tijd is voor ook in ons land – linksom of rechtsom – een vervuilend bedrijf wordt aangeklaagd. “Ik denk dat er steeds meer rechtszaken op dit onderwerp gevoerd gaan worden.” Dergelijke rechtszaken zullen – zelfs als ze glorierijk gewonnen worden door de aanklager – niet direct resulteren in een beter klimaat. Want daar gaan deze rechtszaken eigenlijk helemaal niet over. “Deze juridische route gaat maar over één vraag: is er de plicht om maatregelen te nemen? Het gaat over wie er verantwoordelijk is,” aldus Van Berkel. Ook De Vries ziet de rechtszaken meer als “een noodsprong” dan een structurele oplossing voor het klimaatprobleem. “Als het om het klimaat gaat, moeten we het uiteindelijk samen doen. En wat is daarvoor de beste plek? Het parlement, met een steuntje in de rug van de rechter? Of de rechtbank waar het individu de rechter opzoekt?” Het antwoord ligt voor de hand. “Ik denk dat de rechter meer een aanvullende rol heeft, dat is ook wat je nu bijvoorbeeld in de VS ziet waar de overheid niet op feiten gebaseerde keuzes omtrent het klimaat maakt. Daar kan de rechter een corrigerende werking hebben. Maar idealiter moet een samenleving als geheel dit soort beslissingen nemen. Dan worden ze immers ook breed gedragen.”