Ouderen die cognitief gezien niet zo goed functioneren, presteren aanzienlijk beter wanneer ze World of Warcraft gaan spelen.

Dat concluderen wetenschappers in het blad Computers in Human Behaviour. Ze baseren hun conclusies op experimenten met mensen tussen de 60 en 77 jaar.

Experiment
Eerst werd het cognitief functioneren van de ouderen vastgesteld. Daarna deelden de onderzoekers de proefpersonen in twee groepen in. De ene groep kreeg de opdracht om in de twee weken die volgden 14 uur World of Warcraft te spelen. De controlegroep kreeg die opdracht niet. Beide groepen moesten zich na twee weken weer melden. Dan werd hun cognitief functioneren opnieuw beoordeeld. De onderzoekers keken tijdens een test naar het geheugen van de proefpersonen. Maar ook naar hun concentratievermogen en hun ruimtelijk inzicht.

Resultaat
De ouderen die voor de test al heel goed presteerden, deden het na veertien uur World of Warcraft niet beter. Hun prestaties waren gelijk gebleven. Maar de ouderen die eerder minder goed presteerden, waren na veertien uur World of Warcraft aanzienlijk vooruitgegaan. Hun geheugen was hetzelfde gebleven, maar hun ruimtelijk inzicht en concentratievermogen was sterk verbeterd. “De mensen die het het meest nodig hadden – degenen die het in de eerste test het slechtst deden – maakten de grootste verbetering door,” vertelt onderzoeker Jason Allaire in een persbericht.

In datzelfde persbericht lichten de onderzoekers ook hun keuze voor World of Warcraft toe. De keuze om juist met dit spel te experimenteren, werd ingegeven door het feit dat het een uitdaging is voor het brein. Dat komt mede doordat spelers voortdurend in nieuwe situaties terechtkomen, waarin iets van ze verwacht wordt.