Het is bijna 40 jaar geleden dat het sterke radiosignaal gedetecteerd werd. En nog altijd is het in nevelen gehuld.

Het is 15 augustus 1977. Met behulp van het Ohio State University Radio Observatory speuren astronomen de hemel af op zoek naar radiosignalen afkomstig van buitenaards leven. Astronoom Jerry Ehman buigt zich over de gegevens die de radiotelescoop in de afgelopen dagen verzameld heeft, wanneer zijn oog valt op een sterk, smalbandig radiosignaal. Het intrigeert hem meteen. Hij omcirkelt het signaal en schrijft er in de kantlijn in zijn enthousiasme ook nog eens het veelzeggende ‘Wow!’ bij. Het Wow!-signaal was geboren.

Hier zie je de radiotelescoop die het Wow!-signaal in 1977 detecteerde. De telescoop – bijgenaamd Big Ear – is uitgerust met twee ‘oren’. Normaliter werd een radiosignaal eerst door het ene oor opgevangen en zo’n 70 seconden later door het andere. Maar het Wow!-signaal vormt hierop een uitzondering. Dat werd alleen door het eerste oor opgevangen. Dat wijst erop dat het radiosignaal vrij abrupt werd afgebroken.

Onverklaarbaar
Inmiddels zijn we veertig jaar verder en is het Wow!-signaal nog steeds zo af en toe het gesprek van de dag. Astronoom Ignas Snellen, verbonden aan de Universiteit Leiden, denkt wel te weten hoe dat komt. “Het is het enige signaal waarvan SETI (het onderzoeksinstituut dat met radiotelescopen zoekt naar signalen van intelligente buitenaardse wezens, red.) beweert dat niet te verklaren is waar het vandaan komt. Als je kijkt naar alle signalen die SETI in de afgelopen vier of vijf decennia heeft opgepikt, is dit eigenlijk het enige signaal dat we niet goed begrijpen.” Volgens astronoom Seth Shostak, verbonden aan het Search for Extraterrestrial Intelligence Institute (kortweg SETI-instituut) zijn er de afgelopen decennia wel meer van dit soort eenmalig waargenomen, mysterieuze radiosignalen opgevangen, maar springt het wow!-signaal er vooral uit vanwege die opmerking in de kantlijn, waar het uiteindelijk naar vernoemd is. “Het wow!-signaal is beroemd, omdat het zo’n bijdehante naam heeft,” vertelt hij aan Scientias.nl.

Een terechte ‘Wow!’?

Hadden Shostak en Snellen wanneer zij het Wow!-signaal voor het eerst onder ogen hadden gekregen er ook een enthousiaste ‘Wow!’ bijgeplaatst? “Ik had het signaal zeker onderstreept, denk ik,” stelt Shostak. “Het signaal is opmerkelijk en sterk.” Ook Snellen kan zich het enthousiasme van Ehman wel enigszins voorstellen. “Het signaal was niet alleen heel sterk, maar werd ook nog eens aangetroffen in een stukje hemel waar je geen radiostraling verwacht.”

Eenmalig
Dat we na veertig jaar nog altijd niet met zekerheid kunnen zeggen waar dit signaal zijn oorsprong vond, lijkt misschien verbazingwekkend. Maar astronomen stuiten in de zoektocht naar de bron van het radiosignaal continu op hetzelfde probleem: het signaal is slechts één keer gedetecteerd. “We hebben het sinds augustus 1977 nooit meer gezien,” vertelt Shostak. “Je moet je voorstellen dat je op een avond in de kamer zit en een geluid hoort in de kelder. Je staat op om te gaan kijken, maar wanneer je de kelder binnengaat, hoor je het niet meer. Het is op dat moment onmogelijk om vast te stellen wat de bron van het geluid is.” En zo is het ook met het Wow!-signaal: zolang het geen tweede keer waargenomen wordt, is het onmogelijk om vast te stellen waar het vandaan kwam.

Een aards signaal?
En dus zijn onderzoekers – en het publiek – al bijna vier decennia naar de bron van het signaal aan het gissen. Sommigen schrijven het signaal toe aan een buitenaardse beschaving. Anderen houden het wat dichter bij huis. “Meestal is dit soort signalen het resultaat van menselijke activiteiten die de waarnemingen van de telescoop verstoren,” stelt Shostak. Snellen is het met hem eens. “We hebben hier te maken met een heel sterke radiobron op een heel nauwe frequentieband, wat betekent dat het signaal een heel specifieke golflengte heeft,” vertelt Snellen. “Dergelijke signalen komen normaliter niet uit de ruimte, maar zijn afkomstig van de aarde en worden bijvoorbeeld veroorzaakt door elektrische apparaten of straaljagers.” Maar hoe aannemelijk het ook lijkt dat het Wow!-signaal het resultaat is van een op aarde gecreëerde verstoring: het is niet te bewijzen. “Er zijn manieren om dergelijke aardse verstoringen uit te filteren en dat is in het geval van het Wow!-signaal ook gebeurd,” legt Snellen uit. “En dan lijkt het signaal toch weer afkomstig te zijn uit de ruimte. Maar zeker weten doe je het niet. Daarom willen we het signaal ook graag nog een keer zien.”

De equivalent van het Wow!-signaal

Zijn er recent nog equivalenten van het Wow!-signaal aangetroffen? We vroegen het Shostak. “Het gebeurt niet vaak meer dat we een onverklaarbaar signaal tegenkomen,” stelt Shostak. “Als we nu een vreemd signaal detecteren, checken we het meteen nog een keer.” En meestal levert dat voldoende data op om wilde verhalen nog voor hun ontstaan te ontkrachten en de bron van het signaal te identificeren. Dat er in Ohio in 1977 niet meteen een tweede blik op het vreemde signaal werd geworpen, is te wijten aan de techniek van toen, die de nodige beperkingen kende.

Kometen?
Terwijl Snellen en Shostak hun geld op een aardse verstoring zetten, zijn er ook onderzoekers die er heel andere ideeën op nahouden. Antonio Paris bijvoorbeeld. Hij beweerde recent nog dat het Wow!-signaal veroorzaakt werd door kometen. Snellen kan er heel kort over zijn: “Ik vind dat een heel raar verhaal.” Shostak is nog duidelijker over het werk van Paris. “Het is gewoon fout.” Er is geen hard bewijs dat kometen in staat zijn om zo’n radiosignaal te produceren. En zelfs als kometen in staat zouden zijn om zo’n radiosignaal te produceren, dan zou Big Ear dat met beide oren moeten hebben opgevangen. Het is namelijk ondenkbaar dat een komeet binnen anderhalve minuut (de tijd die verstrijkt tussen het moment waarop het eerste en tweede oor van Big Ear een radiosignaal detecteren) uit het gezichtsveld van de radiotelescoop verdwijnt. “Die hele theorie (van Paris, red.) werkt gewoon niet,” merkt Shostak op.

Loslaten
En zo blijven we dus in een kringetje ronddraaien. “Zonder nieuwe data zal het heel lastig worden om dit mysterie op te lossen,” denkt Shostak. Wordt het dan misschien tijd om het mysterie los te laten? “Als je er elke maand uren over nadenkt en je persoonlijke relaties eronder gaan lijden, zou ik zeker zeggen: ‘Get over it‘,” merkt Shostak lachend op. Hoe je je precies over zo’n mysterie heenzet, lijkt Shostak – die nog regelmatig over het Wow!-signaal schrijft op de SETI-website, er regelmatig over spreekt met de grote media en nog altijd hoopt dat de SETI-telescopen het Wow!-signaal een tweede keer waarnemen – ook niet precies te weten.

“Ik denk dat we in de komende twintig jaar buitenaards leven gaan vinden”

Ondertussen zoeken de radiotelescopen van SETI niet alleen naar het Wow!-signaal dat veertig jaar geleden werd waargenomen, maar speuren ze vooral de hemel af op zoek naar een echt Wow!-signaal: een signaal dat we wel herhaaldelijk kunnen waarnemen en dat (op termijn) onomstotelijk toegeschreven kan worden aan aliens. Wanneer dat signaal zich aandient, is koffiedik kijken. Maar het zal zeker niet nog eens veertig jaar duren, denkt Shostak. “Ik denk dat we in de komende twintig jaar buitenaards leven gaan vinden,” stelt hij. Snellen is het met hem eens, maar verwacht niet dat radiosignalen ons op de aanwezigheid van aliens gaan wijzen. “De kans dat een buitenaardse beschaving zich zo dichtbij bevindt dat we de radiostraling ervan kunnen zien, is echt heel klein.” Hij ziet meer in het bestuderen van de atmosfeer van exoplaneten. “Als we van een afstandje naar de atmosfeer van de aarde kijken, zien we dat deze zuurstof bevat. En dat zit in de atmosfeer, omdat er leven is. Over een jaar of tien kunnen we met nieuwe instrumentatie – zoals de Extra Large Telescope die in Noord-Chili wordt gebouwd – ook de atmosfeer van exoplaneten bestuderen en mogelijk aantonen dat daar leven is. Eigenlijk kunnen we dus pas over een jaar of tien goed gaan zoeken naar buitenaards leven en het is natuurlijk nog maar de vraag of we het gaan vinden. Maar als het er is, lijkt het me heel redelijk dat we het binnen een jaar of 20 vinden.”