Britse en Amerikaanse wetenschappers hebben de restanten van een extreem oude geëxplodeerde ster gevonden. De explosie vond meer dan dertien miljard jaar geleden plaats, oftewel minder dan een miljard jaar na het ontstaan van het heelal. De wetenschappers vermoeden dat de ster mogelijk één van de eerste sterren in het universum was. Hoewel de ster niet meer schijnt, is het gas van deze oerster nog wel te zien.

Het gas van de ster werd verlicht door heldere materie in de nabijheid van een zwart gat. Onderzoekers analyseerden het gas en kwamen tot de conclusie dat er veel verschillen zijn met atomen in het gas van hedendaagse sterren. Zo bevatten sterren in het huidige universum meer zware elementen dan de allereerste sterren. De eerste sterren bestonden alleen uit lichte elementen als helium en waterstof.

De oerster was 25 keer massiever dan de zon en leefde waarschijnlijk niet zo lang. “Alle eerste sterren branden niet meer”, zegt professor Max Pettini van de Cambridge universiteit in Groot-Brittannië. “Het is daarom alleen mogelijk om op zoek te gaan naar de restanten van dit soort sterren.”

Wellicht leren wetenschappers meer over de Donkere Periode. Voor de geboorte van de eerste ster was het heelal namelijk vele miljoenen jaren lang pikdonker. Het heelal koelde langzaam af en werd transparant, maar er ging geen kaars branden. Circa 400 miljoen jaar na de oerknal startte de Periode van Reïonisatie en klonterden de eerste waterstofwolken samen. Hier en daar ging het licht ineens aan.