In tegenstelling tot wat veel onderzoekers dachten, lijkt het Y-chromosoom de komende miljoenen jaren toch niet te verdwijnen.

Voor wie niet bekend is met de theorie van het verdwijnende Y-chromosoom: even snel een update. Het chromosoom takelt al jaren af en daarom dachten wetenschappers dat het de komende miljoenen jaren het loodje zou leggen.

Hoe kan dat?
De achteruitgang van het chromosoom begon zo’n 300 miljoen jaar geleden. In die tijd waren het Y- en X-chromosoom nog geen geslachtschromosomen en waren de twee zelfs nog identiek. Net als de andere 22 paar chromosomen die we vandaag de dag nog bij ons dragen. Om schadelijke mutaties de baas te blijven en genetische diversiteit te behouden, wisselen identieke chromosomen genen uit. De X- en Y-chromosomen deden dat honderden miljoenen jaren geleden ook. Maar zo’n 300 miljoen jaar geleden kwam daar verandering in. Een deel van het X-chromosoom stopte de uitwisseling, waardoor het Y-chromosoom in een rap tempo in verval raakte. In de jaren die volgden, stopten nog eens vier segmenten van het X-chromosoom de uitwisseling. Hierdoor hebben het X- en Y-chromosoom vandaag de dag nog maar negentien genen gemeen. Dat is aanzienlijk minder dan de 600 exemplaren die ze ooit deelden. “Het Y-chromosoom bevond zich al vroeg in een vrije val en genen gingen ongelofelijk snel verloren,” vertelt onderzoeker David Page.

Is de man gered?

Stel dat het Y-chromosoom toch zou verdwijnen, zouden we het dan ook voortaan zonder mannen moeten doen? Nee. “Als het gebeurt, dan is dat niet het einde van de mannen,” vertelt onderzoeker Kateryna Makova (zij was niet bij dit onderzoek betrokken). “In plaats daarvan zal een nieuw paar chromosomen (die op dit moment geen geslachtschromosomen zijn, red.) waarschijnlijk beginnen om uit te groeien tot geslachtschromosomen.”

Onterecht
En zo ontstond het idee dat het Y-chromosoom niet al te lang meer mee zou gaan en binnen enkele miljoenen jaren zou verdwijnen. Onterecht, zo stelt het onderzoeksteam van Page nu in het blad Nature.

Onderzoek
De onderzoekers baseren die conclusie op genetisch materiaal van de resusaap. De resusaap splitste zich zo’n 25 miljoen jaar geleden van de stamboom die zou leiden tot de mens af. De onderzoekers brachten de chromosomen van deze aap in kaart en vergeleken deze met de chromosomen van de mens en de chimpansee. Uit de vergelijking blijkt dat het Y-chromosoom van de mens en de resusaap sinds hun afsplitsing opvallend stabiel is gebleven. Zo blijkt het chromosoom van de resusaap in 25 miljoen jaar tijd geen enkel voorouderlijk gen te zijn verloren. De mens is in die periode slechts één zo’n gen verloren, maar dat verlies vond plaats in een segment dat slechts drie procent van het gehele chromosoom uitmaakt.

Het menselijk chromosoom is al zeker zes miljoen jaar stabiel en heeft nog een lang leven voor zich. “Aangezien het chromosoom van de resusaap geen genen is verloren en het menselijke chromosoom slechts één gen is verloren, is het duidelijk dat het Y-chromosoom nergens heengaat,” concludeert onderzoeker Jennifer Hughes.