Wanneer Martiaanse zandkorrels eenmaal stuiteren, zijn ze niet te stoppen. Dit is de conclusie van een nieuw onderzoek. Er is niet veel wind nodig om zand te bewegen op Mars. Wanneer een zandkorreltje verplaatst op Mars, tikt het een ander zandkorreltje aan. Hierdoor ontstaat een effect dat vergelijkbaar is met kaatsende biljartballen.

Onderzoeker Jasper Kok van het Nationaal Centrum voor Atmosferisch Onderzoek in Colorado beweert dat het niet hard genoeg waait om zandduinen en -groeven te veroorzaken. Daarom heeft het biljartbal-effect er iets mee te maken. “Het is makkelijker om een proces gaande te houden, dan om het iedere keer op te starten”, legt Kok uit. “Het is net als met het rijden van een fiets. Het kost veel moeite om op gang te komen, maar als u bezig bent, dan is het een stuk gemakkelijker om door te gaan.”

Kok gebruikte een wiskundig model om te berekenen of ‘splashen’ mogelijk is. Bij splashen zorgt een vliegend zanddeeltje ervoor dat hij minimaal één ander zanddeeltje in de lucht krijgt door er tegen te botsen. Dit model is helaas moeilijk te testen in een windtunnel. De Martiaanse zwaartekracht en luchtdruk zijn veel lager dan op aarde. Een kleine windstoot is voldoende om zanddeeltjes hoog in de atmosfeer te gooien. Kok: “Het is als golfen op de maan.”

Het nieuwe model verklaart waarom er ook veel korte zanduinen zijn. Langzaam bewegende zandkorrels reizen niet ver en produceren zo korte zandduinen van slechts honderd meter lang. “Dit onderzoek is zeer informatief”, vindt planetaire wetenschapper Robert Sullivan van de Cornell universiteit. “De resultaten helpen enkele mysteries op te lossen.”