Geen record: er zijn – sinds satellieten het gebied in de gaten houden – al zeven jaren geweest waarin het zee-ijsminimum kleiner uitviel.

De omvang van het zee-ijs op en nabij de Noordpool is seizoensgebonden. Ten tijde van de winter groeit het zee-ijs aan, om tegen het eind van de winter een maximale omvang te bereiken: het zee-ijsmaximum. Gedurende de lente en zomer neemt de omvang van het zee-ijs weer af, om tegen het eind van de zomer een minimale omvang te bereiken: het zee-ijsminimum.

Zee-ijsminimum
En het zee-ijsminimum van 2017 is nu een feit, zo stellen NASA en het National Snow and Ice Data Center (NSIDC) op basis van satellietbeelden. Op 13 september 2017 bereikte het zee-ijs zijn minimale omvang en op dat moment zagen de satellieten zo’n 4,64 miljoen vierkante kilometer ijs liggen.

Afname
Hoewel de omvang van het zee-ijs dus van nature fluctueert, zien we de laatste decennia dat de zee-ijsminima opvallend laag uitvallen. Het is te wijten aan de opwarming van de aarde. Het zee-ijsminimum van 2017 vormt daarop geen uitzondering. Zo ligt er dit jaar aan het eind van de zomer zo’n 1,58 miljoen vierkante kilometer minder zee-ijs dan we gemiddeld aan het eind van de zomers tussen 1981 en 2010 zagen.

Weersomstandigheden
“Hoeveel ijs er aan het eind van de zomer in een gegeven jaar overblijft, hangt af van de ijsbedekking eerder in het jaar (dus het zee-ijsmaximum, red.) en de weersomstandigheden die van invloed zijn op het ijs,” aldus onderzoeker Claire Parkinson. “De weersomstandigheden waren deze zomer niet noemenswaardig. Het feit dat we toch eindigen met een laag zee-ijsminimum komt doordat de uitgangspositie van het ijs vandaag de dag slechter is dan 38 jaar geleden.” Het zee-ijsminimum van 2017 gaat de boeken in als het op zeven na kleinste zee-ijsminimum sinds satellieten in 1979 begonnen met het monitoren van het zee-ijs. Kijken we naar het top van het rijtje met opvallend kleine zee-ijsminima dan komen we daar de jaren 2012, 2016 en 2007 tegen. In deze jaren had het gebied ‘s zomers te maken met ongebruikelijke weersomstandigheden. Denk bijvoorbeeld aan heftige stormen die het zee-ijs opbraken, waardoor het vatbaarder werd voor smelt. “In al deze gevallen droegen de weersomstandigheden bij aan de verminderde ijsbedekking,” vertelt Parkinson. “Maar als exact hetzelfde weersysteem drie decennia geleden een rol had gespeeld, is het zeer onwaarschijnlijk dat het net zoveel schade aan de ijsbedekking had aangerecht, omdat het ijs toen dikker was en een veel groter deel van het gebied bedekte, waardoor het dus beter bestand was tegen deze stormen.

Hier zie je de omvang van het zee-ijs in verschillende maanden en jaren. Het jaar 2017 wordt vertegenwoordigd door een blauwe lijn. Afbeelding: NSIDC.

Ondertussen op Antarctica
Terwijl het Arctische zee-ijs zijn minimale omvang heeft bereikt, stevent het Antarctische zee-ijs af op een zee-ijsmaximum. Zoals het er nu naar uitziet, worden ook daar dit jaar geen records gebroken. Wel treffen we er – voor het derde jaar op rij – opvallend weinig zee-ijs aan. Naar verwachting gaat het Antarctische zee-ijsmaximum van 2017 de boeken in als het op vier na kleinste zee-ijsmaximum dat we sinds 1979 hebben gezien. En onderzoekers denken dan ook voorzichtig een trend te ontwaren nu het zee-ijsmaximum – na recordbrekend hoge zee-ijsmaxima in 2012, 2013 en 2014 – in 2015, 2016 en 2017 opvallend laag uitvalt. “Wat zo verrassend is omtrent de veranderende zee-ijsbedekking in de afgelopen drie decennia is dat het Antarctische zee-ijs toenam in plaats van afnam,” vertelt Parkinson. “Het feit dat het Arctische zee-ijs afnam, was niet zo schokkend, want dat zou je met een warmer klimaat verwachten, hoewel de snelheid waarmee het afnam over het algemeen wel hoger lag dan de meeste modellen hadden voorspeld.” Maar dat het zee-ijs op Antarctica in een warmere wereld toenam: dat was vreemd. Die trend lijkt nu dus echter gekeerd. Poolonderzoeker Jan Lenaerts vertelde er eerder dit jaar het volgende over: “Jarenlang was het voor sceptici hét argument tegen klimaatverandering: het feit dat de hoeveelheid zee-ijs op Antarctica niet afnam. En nu is het ineens allemaal anders.” En onderzoekers kunnen alleen maar gissen naar de oorzaak daarvan. “Waarschijnlijk is het te wijten aan een combinatie van een versterkte mondiale opwarming en natuurlijke fluctuaties.”

Kijken we op dit moment naar de totale omvang van het zee-ijs op de Noord- én Zuidpool dan moeten we concluderen dat de aarde al sinds het eind van de jaren zeventig in elk deel van de jaarlijkse cyclus zee-ijs is kwijtgeraakt. “Sterker nog: dit jaar werd er in elke maand – van januari tot in augustus – een recordbrekend lage omvang van zee-ijs wereldwijd genoteerd,” stelt Parkinson. Heel concreet betekent het bijvoorbeeld dat we in de maand januari op de Noord- én Zuidpool bij elkaar nog nooit zo weinig zee-ijs hebben zien liggen als in januari 2017. En dat geldt dus ook voor alle maanden daarna. Het zijn veranderingen die nu nog lastig te doorgronden zijn, maar waar sommige onderzoekers zich wel zorgen over maken. Ze vermoeden dat de opwarming van de aarde in een stroomversnelling komt en/of eindelijk grip krijgt op het Antarctische zee-ijs. Of dat echt zo is, zal vervolgonderzoek uit moeten wijzen.