Nieuwe visualisaties laten zien hoe het oudere zee-ijs op de Noordpool verdwijnt. En dat is een probleem.

De Noordelijke IJszee en omringende wateren zijn bedekt met zee-ijs: een laag ijs die op het water drijft. De omvang van dit zee-ijs neemt de laatste jaren echter sterk af. En uit onderzoek blijkt dat met name het oudste en dikste ijs verdwijnt.

Dag, oud ijs!
“Wat we door de jaren heen hebben gezien, is dat het oudere ijs verdwijnt,” legt onderzoeker Walt Meier uit. “Dit oudere, dikkere ijs beschermt als het ware het zee-ijs: een warme zomer zal al het jonge, dunne ijs laten smelten, maar kan niet zomaar al het oude ijs laten verdwijnen. Maar dit oudere ijs wordt zwakker, omdat er minder van is en het overgebleven oude ijs gefragmenteerd en dunner is, dus die bescherming is niet meer zo goed als deze was.”

Groeien en smelten
Zee-ijs ontstaat elk jaar in de winter en smelt in de zomer. Het zee-ijs dat het smeltseizoen overleeft, wordt met elk jaar dat verstrijkt dikker. Een laagje ijs weet in zijn eerste levensjaar een dikte van ongeveer 90 tot 210 centimeter te bereiken. Maar ijs dat al meerdere jaren meegaat, kan tot wel 4 meter dik zijn. Het oudere ijs is beter bestand tegen smelten en wordt ook minder gemakkelijk door golven of stormen uiteen gebroken.

Visualisatie
En nu blijkt dat oudere ijs het dus moeilijk te hebben. Nieuwe visualisaties van de situatie op de Noordpool laten dat mooi zien. In bovenstaande visualisatie zie je voor verschillende jaren de minimale omvang van het zee-ijs. Jonger zee-ijs heeft een donkerblauwe tint, terwijl het ijs dat vijf jaar of ouder is, een witte kleur heeft. Het oudere ijs neemt jaar na jaar af. Met name in 1989 en de jaren erna is de afname enorm. Het heeft te maken met een verandering in de Arctische Oscillatie (een circulatiepatroon in de atmosfeer). Die verandering zorgt ervoor dat er meer zee-ijs dan normaal van de Noordpool wegdrijft. In het eerste decennium van de 21e eeuw zien we opnieuw een flinke afname in oud zee-ijs. “In tegenstelling tot in de jaren tachtig komt dat niet zozeer doordat ijs wegdrijft, ook al speelt dat proces nog steeds,” legt Meier uit. “Wat er nu gebeurt is dat het oude ijs in de Noordelijke IJszee tijdens de zomer smelt. Eén van de redenen is dat het meerdere jaren oude ijs altijd een vrij stevig ijspak was en we nu meer kleinere stukken oud ijs zien die zich mengen met jonger ijs. Deze geïsoleerde stukken dikker ijs smelten gemakkelijker.”

Inmiddels zijn we het meeste oude ijs al kwijt. “In de jaren tachtig maakte het ijs dat meerdere jaren oud was ongeveer twintig procent van het zee-ijs uit. Nu is het nog maar ongeveer drie procent. Het oudere ijs was een soort verzekeringspolis voor het zee-ijs op de Noordelijke ijszee: wanneer we het verliezen, neemt de kans op een grotendeels ijsvrije zomer op de Noordpool toe.”