Zeehonden zijn in staat om vissen of andere lekkernijen die zich op grote afstand bevinden te detecteren. De dieren kunnen een prooi op een afstand tot 100 meter nog ‘zien’ door enkel hun snorharen te gebruiken. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek.

De wetenschappers creëerden een kunstmatige vis en lieten deze een spoor door het water maken. Vervolgens moest zeehond Henry de vis opzoeken. Om valsspelen te voorkomen, was de zeehond geblinddoekt en had hij een koptelefoon op. Al snel bleek dat Henry geen zicht of gehoor nodig had; hij hoefde alleen zijn hoofd maar te draaien om te weten waar de vis heenging.

Links of rechts
De onderzoekers lieten de kunstmatige vis van links naar rechts of van rechts naar links zwemmen. Henry wist de richting elke keer goed op te merken; hij bewoog zijn hoofd afhankelijk van de vinbewegingen van de vis naar links of rechts. Zelfs 35 seconden na de laatste beweging kon Henry deze nog opsporen.

Vorm
Volgens de wetenschappers zijn zeehonden ook in staat om de vorm van de vis op basis van de bewegingen te bepalen. Zo zou het dier kunnen achterhalen of het de moeite waard is om de vis te achtervolgen of niet.

Maar de zeehonden hadden nog meer verrassingen voor de onderzoekers in petto. Nadat de eerste zeehond achter de kunstmatige vis was aangegaan, lieten de onderzoekers een tweede zeehond los. Deze bewoog zich exact in het midden van het twee meter brede spoor dat de eerste zeehond had achtergelaten. Dat wijst erop dat zeehonden in staat zijn om ook de structuur van het spoor te analyseren.