Hogere intelligentie hangt nauw samen met een liberale politieke ideologie en atheïsme. Dat blijkt uit een statistisch onderzoek. Volgens psycholoog Satoshi Kanazawa zijn intelligentere mensen namelijk sneller geneigd om evolutionaire nieuwigheden en waarden over te nemen.

“Algemene intelligentie, de mogelijkheid om te denken en te redeneren, gaf onze voorouders het voordeel dat ze evolutionaire, nieuwe problemen waarvoor ze geen aangeboren oplossing hadden toch konden oplossen,” legt Kanazawa uit. “Hierdoor zijn intelligentere mensen in vergelijking met minder intelligente mensen beter in staat om zulke nieuwe entiteiten en situaties te herkennen en te begrijpen. Sommige van deze entiteiten en situaties zijn voorkeuren, waarden en levensstijlen.”

Liberaal vs. conservatief
Kanazawa onderbouwt zijn conclusies met gegevens van de National Longitudinal Study of Adolescent Health. Hieruit blijkt dat jongvolwassenen zichzelf identificeren als ‘heel liberaal’ een gemiddeld IQ van 106 hebben. Hun leeftijdsgenoten die zichzelf als ‘heel conservatief’ bestempelen, hebben gemiddeld een IQ van 95.

Religie vs. atheïsme
Religie is volgens Kanazawa een bijproduct van de neiging van de mens om gebeurtenissen voortdurend te moeten verklaren. “Mensen zijn evolutionair gezien ontworpen om paranoia te zijn en ze geloven in God omdat ze paranoia zijn.” Dat paranoïde gedrag was trouwens prima voor de oude mens. Het hielp hem om zichzelf en zijn familie en stam door voortdurend waakzaam te zijn te beschermen. Maar dat lijkt nu overbodig. “Intelligentere kinderen zullen waarschijnlijk opgroeien tegen hun natuurlijke, evolutionaire neiging om in God te geloven in en atheïst worden.”

De cijfers onderbouwen die conclusie: jongvolwassenen die zichzelf als ‘totaal niet religieus’ beschouwen, hebben gemiddeld een IQ van 103. Hun leeftijdsgenoten die zich als ‘heel religieus’ beschouwen hebben een IQ van gemiddeld 97.