eta

Zeer zware sterren zijn maar zelden in hun eentje. Dat hebben Duitse onderzoekers ontdekt. Van de achthonderd zware sterren die zij bestudeerden, bleek maar liefst negentig procent een tweelingbroer te hebben.

De onderzoekers richtten zich op sterren die tot wel honderd keer zwaarder waren dan onze zon. Ze ontdekten dat negentig procent van deze sterren niet alleen was, maar een broertje had. Dat dat broertje zo lang over het hoofd gezien werd, is goed te verklaren. “Over het algemeen staan deze sterren zo dichtbij elkaar dat ze niet van elkaar onderscheiden kunnen worden,” legt onderzoeker Rolf Chini uit.

Om dat onderscheid toch te kunnen maken, keken onderzoekers langdurig naar het licht dat sterren afgaven. Wanneer het lichtspectrum en de helderheid van de sterren varieerde, wees dat erop dat wat één zware ster leek in feite een dubbelstersysteem was.

De onderzoekers ontdekten bovendien dat deze dubbelstersystemen doorgaans bestonden uit sterren met een vergelijkbare massa. “Waarom zou een ster die een massa heeft die vijftig keer groter is dan die van de zon een ster grijpen die ook vijftig keer zwaarder is dan de zon?” vraagt Chini zich hardop af. “Het zou zoveel gemakkelijker zijn om een ster die net zo zwaar was als de zon aan te trekken.” Waarschijnlijk wijst het feit dat de sterren doorgaans even zwaar zijn erop dat ze samen ter wereld zijn gekomen en elkaar dus niet later in hun leven omarmd hebben. Sterren ontstaan uit wolken gas en stof die een steeds grotere dichtheid krijgen. In het eindstadium splitsen die wolken zich blijkbaar in twee delen van vergelijkbare grootte en daaruit ontstaan dan de twee zware sterren.