Uit onderzoek van psycholoog Ágnes Kovács blijkt dat baby’s van zeven maanden oud al in staat zijn om rekening te houden met de gedachten en overtuigingen van de ander. Dat betekent dat de ‘theory of mind’ – het vermogen om onszelf in anderen te verplaatsen – veel eerder ontstaat dan gedacht. Grote vraag: hoe ontwikkelen baby’s die vaardigheid al zo vroeg?

De onderzoekers verzamelden 56 baby’s. De kinderen waren allemaal zeven maanden oud. De wetenschappers lieten de baby’s een aantal cartoonfilmpjes zien. Het uitgangspunt van de film was elke keer hetzelfde: een smurfachtig persoontje keek naar een bal. Deze bal rolde achter een driehoek op tafel en verdween zo uit het zicht. De smurf kon daarop twee dingen doen: blijven wachten of weglopen. In de laatste scène viel de driehoek om en bleek er helemaal geen bal meer achter de driehoek te zitten.

WIST U DAT…

…kinderen sarcasme al vanaf hun vierde begrijpen?

De onderzoekers ontdekten dat de baby’s langer naar de laatste scènes keken wanneer deze een verrassende uitkomst hadden. Een voorbeeld van zo’n verrassende uitkomst: de smurf vertrok nog voordat de bal er weer was. Of de smurf bleef staan en de bal bleek weg te zijn. Van baby’s is bekend dat ze langer naar dingen kijken wanneer deze onverwacht optreden. Blijkbaar verraste de uitkomst van het filmpje de kinderen net zo als het stripfiguurtje. Met andere woorden: de baby’s verplaatsten zich in het stripfiguur.

De studie is belangrijk. Het is namelijk nog steeds onduidelijk hoe baby’s erin slagen om zich in anderen te verplaatsen. Sommige wetenschappers denken dat conversatie een belangrijk middel is om de vaardigheid onder de knie te krijgen. Maar baby’s van zeven maanden oud hebben eigenlijk geen ervaring met conversaties. Dat wijst erop dat een heel ander mechanisme de kinderen in staat stelt om zich toch al in anderen te verplaatsen.