Bang voor spinnen? Je kunt er niks aan doen! De spinnenfobie lijkt namelijk een evolutionaire oorsprong te hebben.

Heel wat mensen in de westerse wereld hebben er last van: een spinnenfobie. En het is een vrij irrationele angst. Want zeg nou eerlijk: hoe groot is de kans dat een giftige en dus werkelijk gevaarlijke spin tegenkomt in Drente of op Texel? En toch zou naar schatting zo’n tien procent van de Nederlandse bevolking bang zijn voor spinnen.

Aangeleerd of aangeboren?
Waar komt die angst vandaan? Sommige onderzoekers denken dat het aangeleerd gedrag is. We zien als kind hoe onze moeder een gilletje slaakt als ze een spin in de hoek van de keuken ontwaart en het leed is geschied. Andere onderzoekers vermoeden dat het aangeboren is. Hoe het precies zit, bleef echter in nevelen gehuld. Want de meeste experimenten naar arachnofobie maakten gebruik van volwassenen en/of oudere kinderen. En als er al kinderen deelnamen, werd er alleen gekeken of zij spinnen sneller spotten dan andere organismen of objecten en niet of zij een lichamelijke angstreactie vertoonden zodra zij een spin zagen.

Een nieuw experiment
Duitse en Zweedse onderzoekers brengen daar nu echter verandering in. Zij zijn gaan experimenteren met echt jonge proefpersonen: kinderen van zes maanden oud. En die experimenten wijzen uit dat zelfs deze jonge kinderen een stressreactie vertonen zodra zij een spin zien. En dat gedrag kan volgens de onderzoekers onmogelijk aangeleerd zijn. Want de baby’s zijn nog heel immobiel en hebben dus weinig gelegenheid gehad om te leren dat spinnen gevaarlijk kunnen zijn.

Ook van slangen krijgen baby’s van zes maanden oud de kriebels. Afbeelding: Foto-Rabe / Pixabay.

Stress
De onderzoekers lieten de baby’s verschillende plaatjes van organismen zien. Denk aan spinnen, maar ook aan slangen, beren, bloemen, vlinders en neushoorns. “Wanneer we foto’s van een slang of een spin lieten zien in plaats van een bloem of een vis met dezelfde omvang en kleur dan reageerden zij (de baby’s, red.) met significant grotere pupillen,” vertelt onderzoeker Stephanie Hoehl. En die grotere pupillen wijzen erop dat de baby’s in reactie op spinnen of slangen een deel van het brein activeren dat verantwoordelijk is voor een stressreactie. “Zelfs de jongste baby’s lijken gestrest te worden van deze dierengroepen.”

Evolutionaire oorsprong
Er is volgens de onderzoekers dan ook maar één conclusie mogelijk. “Wij concluderen dat angst voor slangen of spinnen een evolutionaire oorsprong heeft,” aldus Hoehl. De reacties die in het brein ontstaan als we een spin of slang zien – al is het maar op een foto – stellen ons in staat om deze organismen extra snel te identificeren en er dus ook snel op te reageren. Door die “geërfde stressreactie” zijn we sneller geneigd om deze organismen als gevaarlijk of walgelijk te bestempelen. Er is dan niet veel meer nodig om vervolgens een irrationele angst voor deze organismen te ontwikkelen. “Een paniekerige aversie van de ouders of een genetische aanleg voor een hyperactieve amygdala – belangrijk voor het inschatten van gevaar – kan beteken dat extra aandacht voor deze organismen uitgroeit tot een angststoornis.”

Eerder onderzoek heeft aangetoond dat baby’s plaatjes van andere gevaarlijke dieren – zoals beren of neushoorns – niet associëren met gevaar. Dat is vanuit deze nieuwe studie goed te verklaren, denkt Hoehl. Wij mensen en onze verre voorouders leven al tientallen miljoenen jaren met spinnen en slangen samen, maar delen de wereld nog maar kort met de gevaarlijke dieren van vandaag de dag. “De reactie die dierengroepen waarvoor we vanaf de geboorte bang zijn, oproepen kan dan ook wel eens al heel lang in het brein zitten.”