Ook jongeren – die praktisch met het internet zijn opgegroeid – zijn online heel gemakkelijk voor de gek te houden.

Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van de Stanford University. “Veel mensen nemen aan dat jongeren, omdat ze zo welbespraakt zijn op sociale media, heel opmerkzaam zijn op wat ze daar vinden,” vertelt onderzoeker Sam Wineburg. “Onze studie laat zien dat het tegendeel waar is.

Scholieren
Wineburg en collega’s trekken die conclusie nadat ze jongeren aan verschillende testjes onderworpen. Aan het onderzoek namen middelbare scholieren en studenten deel. Middelbare scholieren kregen tijdens zo’n testje bijvoorbeeld een artikel te zien dat ging over financiële planning en geschreven was door een werknemer van een bank. De middelbare scholieren moesten vervolgens redenen bedenken om het artikel niet al te serieus te nemen. Slechts zelden kwamen ze op het idee om de auteur te noemen of het feit dat het artikel door de werkgever van de auteur gesponsord werd. Andere scholieren kregen tijdens de testjes twee Facebook-posts te zien die aankondigden dat Donald Trump zich kandidaat stelde voor het presidentschap. De ene post was van een geverifieerd Fox News-account. De andere van een account dat eruitzag als Fox News. Slechts een kwart van de studenten merkte het blauwe vinkje achter de naam van Fox News (dat aangeeft dat het een officieel account is) op en wisten wat het betekende. Meer dan dertig procent van de studenten vond het nep-account betrouwbaarder, omdat het meer grafische elementen had. “Deze resultaten wijzen erop dat scholieren zich meer richten op de content van posts op sociale media dan op de bron ervan,” zo schrijven de onderzoekers.

Nog een voorbeeldje van een testje dat de jongeren voor de kiezen kregen. Ze kregen de voorpagina van Slate.com te zien en moesten aangeven of de met een pijltje aangeduide items advertenties of nieuwsberichten waren. De middelbare scholieren bleken prima in staat te zijn om een traditionele advertentie (met een couponcode) te onderscheiden van een nieuwsbericht. Maar meer dan 80 procent dacht dat een advertorial - ondanks dat er 'sponsored content' bij stond - een echt nieuwsbericht was.

Nog een voorbeeldje van een testje dat de jongeren voor de kiezen kregen. Ze kregen de voorpagina van Slate.com te zien en moesten aangeven of de met een pijltje aangeduide items advertenties of nieuwsberichten waren. De middelbare scholieren bleken prima in staat te zijn om een traditionele advertentie (met een coupon code) te onderscheiden van een nieuwsbericht. Maar meer dan 80 procent dacht dat een advertorial – ondanks dat er ‘sponsored content’ bij stond – een echt nieuwsbericht was.

Studenten
Voor de studenten hadden de onderzoekers een ander testje in petto. Ze lieten de studenten bijvoorbeeld verschillende sites zien, waarna de studenten moesten oordelen over de betrouwbaarheid ervan. Er bleek niet veel voor nodig te zijn om het vertrouwen van de studenten te winnen: een opgepoetste ‘Over ons-pagina’, veel nieuwsberichten en linkjes naar gerenommeerde media zorgden ervoor dat studenten de site al snel als betrouwbaar bestempelden.

Zorgelijk
Het onderzoek laat onder meer zien dat jongeren moeite hebben om vast te stellen waar informatie vandaan komt. En het tevens lastig vinden om gesponsorde artikelen te onderscheiden van ‘gewone’ content. Het baart de onderzoekers zorgen. Ze stellen dat de democratie bedreigd wordt door het gemak waarmee onjuiste informatie omtrent maatschappelijke kwesties zich verspreidt en omarmd wordt.

Hoewel het onderzoek al in januari 2015 begon, is het op het moment actueler dan ooit. Recent stelde Google-topman Sundar Pichai dat het niet ondenkbaar is dat nep-nieuws – verzonnen nieuws in het jasje van ‘echt nieuws’ – invloed heeft gehad op de verkiezingsuitslag in de Verenigde Staten. “Zoals recente krantenkoppen laten zien, is deze studie belangrijker dan ooit,” stelt Wineberg. Hij hoopt in de komende maanden – in samenwerking met docenten – lesmaterialen te ontwikkelen die jongeren helpen om wegwijs te worden in een online landschap gevuld met feiten én fabels.