sjamaan aan het werk

Zendelingen kunnen enorme invloed hebben op mensen: ze veranderen denkwijzen en harten. Maar het gaat verder dan dat, zo suggereert nieuw onderzoek. Zendelingen veranderen mogelijk ook de biodiversiteit.

Wetenschappers ondervroegen bijna 10.000 mensen die deel uitmaakten van inheemse stammen in de Amazone en bekeerd waren tot het Christendom. De onderzoekers vroegen ze onder meer welke dieren ze niet aten. Vervolgens keken de onderzoekers welke dieren deze mensen – voordat ze bekeerd waren – van hun sjamaan niet mochten eten.

Tapir
De resultaten zijn opvallend. Neem bijvoorbeeld de Makushi-stam. In beginsel krijgen deze mensen van hun sjamaan het advies om het vlees van de laaglandtapir niet te eten. Het dier wordt namelijk in verband gebracht met allerlei gevaarlijke spirituele zaken en mensen zouden er ziek van kunnen worden. Veel leden van de Makushi-stam eten de tapir toch, omdat ze ervan overtuigd zijn dat hun sjamaan ze kan genezen. Mensen die zich tot een bepaalde tak van het Christendom hadden bekeerd die het sjamanisme verwerpt (bijvoorbeeld de Zevendedagsadventisten) aten veel minder vaak dan mensen die zich niet hadden bekeerd tapir. Dat komt doordat zendelingen die deze tak van het Christendom promoten nog sterk aan de wetten in het Oude Testament hechten. En één van de wetten die we daar aantreffen is dat mensen geen varkensvlees mogen eten. En daar rekenen de zendelingen ook tapirs onder.

Een jonge tapir. Foto: Michelle Bender (cc via Flickr.com).

Een jonge tapir. Foto: Michelle Bender (cc via Flickr.com).

Toch niet
De Anglicaanse en katholieke kerk hanteert die wetten niet: mensen mogen dus gewoon tapirs eten. Ook mogen ze over het algemeen hun sjamaan nog bezoeken. Toch bleken ook veel van deze bekeerde mensen ervoor te kiezen om geen tapir meer te eten, simpelweg omdat de Bijbel het eten van varkensvlees in het Oude Testament verbiedt. En dat is voor mensen toch een reden om het doden van dieren die traditioneel als onrein worden gezien, te vermijden.

Goed voor de tapir
Uiteindelijk kan zo’n ontwikkeling de tapir goed doen, zo stellen de onderzoekers. De tapir wordt bedreigd en plant zich traag voort. Als er niet meer op gejaagd wordt, lijken de overlevingskansen van het dier te groeien. En er zijn meer dieren die minder vaak gedood worden wanneer mensen in hun leefgebied zich tot het Christendom bekeren. De capibara bijvoorbeeld. Maar ook de kolenbranderschildpad.

Maar lang niet alle diersoorten varen wel bij de bekering van mensen. Zo wijzen de onderzoekers erop dat sjamanen vaak bepaalde delen van hun leefgebied aanmerken als ‘heilig’. In deze gebieden mag niet gejaagd worden. Wanneer mensen een ander geloof aan gaan hangen, verliezen die gebieden hun heiligheid en gaan velen er gewoon jagen. En dat terwijl deze gebieden – die de sjamanen altijd beschermden – door dieren gebruikt worden om in alle veiligheid te paren en hun jongen op te voeden. Dat er nu in deze gebieden gejaagd wordt, heeft mogelijk invloed op de biodiversiteit in de gehele regio. “Gebaseerd op veldwaarnemingen denk ik dat het verwijderen van sjamanen erin geresulteerd heeft dat er meer dieren gedood worden,” stelt onderzoeker Jose Fragoso. “Wij hebben het idee dat mensen meer dieren die niet taboe zijn doden en dat ze ook in heilige gebieden doden.”