ACHTERGROND  Europese wetenschappers presenteren zes droommissies die ze graag uitgevoerd zouden zien. Slechts drie of vier van de missies zien het daglicht. In 2011 kiest ESA de beste missies uit. Zes of zeven jaar later worden de sondes gelanceerd. Welk team wint en welk team verliest?

De ESA heeft per missie 475 miljoen euro klaarliggen om het idee uit te werken. Toch hebben twee missies waarschijnlijk meer nodig: 600 miljoen euro. ESA zal waarschijnlijk ook naar de kosten kijken als de Europese ruimtevaartorganisatie missies de missies gaat kiezen, want eerlijk is eerlijk: lidstaten van de Europese unie staan niet te springen om in deze crisistijd meer geld naar de Europese ruimtevaartorganisatie te schuiven.

Scientias.nl stelt u voor…

Euclid – Het donkere universum in kaart brengen

Dit is een telescoop die de donkere kosmos gaat onderzoeken. De telescoop brengt de distributie van donkere materie in kaart. De materie is niet met het blote oog te zien, maar wetenschappers weten wel dat het er is. Ze zien de bijverschijnselen van donkere materie: er wordt namelijk flink getrokken aan normale materie. ‘Iets’ moet zwaar genoeg zijn om dit trekgedrag te veroorzaken. Donkere materie is mogelijk het antwoord. Euclid brengt 20.000 vierkante graden van het heelal in kaart om de materie op te sporen. Dit geeft wetenschappers een beter beeld van donkere materie, maar ook van donkere energie: het mysterieuze kosmische fenomeen dat de expansie van het universum versnelt. “We krijgen een prachtige atlas van het heelal”, vertelt Dr. Alexandre Refregier van CEA Saclay in Frankrijk. “We kunnen alle structuren en evolutie bestuderen.”

Spica – Het infrarode gat vullen

Tijdens deze gezamenlijke missie met de Japanse ruimtevaartorganisatie JAXA wordt een infraroodtelescoop in een baan om de aarde gestuurd. Europa levert de hoofdspiegel (3,5 meter) aan en een instrument. Spica ziet nog meer objecten dan andere infraroodobservatoria als ESA’s Herstel telescoop en NASA’s James Webb telescoop. “Spica wordt gevoeliger”, legt professor Bruce Swinyard van het Rutherford Appleton laboratorium uit. “Dit betekent dat we de vorming van sterren beter kunnen bestuderen; net als de vorming van nieuwe planeten. Een flinke vooruitgang.” Een voordeel aan Spica is dat de missie relatief goedkoop is in vergelijking met de andere vijf voorgestelde missies.

Plato – Op zoek naar planeten zoals de onze

Plato is een ruimtesonde, bepakt met een aantal telescopen. Plato gaat op zoek naar planeten rondom nabije heldere sterren. De ruimtesonde richt zich vooral op planeten in de leefbare zone, een regio rondom een ster waar water in vloeibare staat is. De aarde is een planeet in de leefbare zone rondom de zon. “Uiteindelijk brengen we de helft van de hemel in kaart. Het is fantastisch”, vindt een enthousiaste dr. Don Pollacco van de Queens universiteit. “We kunnen planeten en sterren tot in detail bekijken. Hopelijk vinden we uiteindelijk planeten met een leefbare atmosfeer.” Plata zorgt er waarschijnlijk voor dat het aantal gevonden aardse exoplaneten drastisch toeneemt. Daarnaast komen wetenschappers meer te weten over hoe planetaire systemen vormen en evolueren.

Cross-Scale – Deeltjes verzamelen rondom ons

Een netwerk van ruimtesondes omringt de aarde en gaat deeltjes geladen gasdeeltjes (of plasma) verzamelen. “99 procent van het universum bestaat uit elektrisch geladen deeltjes”, vertelt professor Steve Schwartz van het Imperial College in Londen. “Zulke deeltjes worden versneld tot een hoger energieniveau dan de deeltjes in de Large Hadron Collider.” ESA levert zeven ruimtesondes; Japan en Canada overwegen hun eigen missie (Scope), waarmee nog vijf satellieten aan het netwerk worden toegevoegd. Samen verzamelen ze plasmadeeltjes en bekijken ze het gedrag van deze deeltjes in drie dimensies.

Marco Polo – Deeltjes verzamelen van een asteroïde

Marco Polo – een ruimtesonde – gaat landen op een asteroïde en daar boorwerkzaamheden uitvoeren. Deze deeltjes neemt Marco Polo mee terug naar de aarde. Daar worden de deeltjes verder geanalyseerd. “Het draait er om dat we deeltjes krijgen van een primitieve asteroïde: een object dat na het ontstaan van het zonnestelsel nauwelijks is veranderd”, legt Dr Simon Green van de open universiteit van Groot-Brittannië uit. “Het is een tijdcapsule van 4,5 miljard geleden. Het geeft ons een beter beeld van de omstandigheden in het zonnestelsel toen deze asteroïde en de aarde ontstonden.”

Solar Orbiter – Dichtbij de motor van de zon

De Solar Orbiter is de mogelijke opvolger van de Soho en Ulysses missies. De ruimtesonde gaat om de zon vliegen op een afstand van 35 miljoen kilometer van de ster. Daar brengt de sonde de activiteit van de zon in kaart: van de evenaar tot de polen. “De Solar Orbiter helpt ons om magnetische stormen op de zon beter te begrijpen. Hoe ontstaan ze en hoe bereiken ze de aarde?,” vraagt Dr Marco Velli van de universiteit van Florence zich af. “We willen graag zien hoe de bron van de zon werkt. We willen de motor van dichtbij zien.”

De eerste lanceermogelijkheid is in 2017. Toch ziet het er naar uit dat geen van deze teams deze ‘deadline’ halen. De teams wachten nog op de uiteindelijke beslissing. Welke missie krijgt een GO en voor welke missies valt het doek?