De ontdekking bewijst onder meer dat slapeloosheid geen puur psychische aandoening is.

Een internationaal team van onderzoekers – waaronder ook Nederlandse wetenschappers – vonden de genen in een steekproef van meer dan 113.000 personen. De zeven genen spelen een rol in de regulatie van transcriptie. Dit is het proces waarbij DNA wordt afgelezen om er een RNA-kopie van te maken. Ook zijn de genen betrokken bij exocytose, het proces waarbij cellen communiceren met hun omgeving door stoffen af te geven.

MEIS1
Eén van de zeven risicogenen werd eerder al in verband gebracht met andere slaapstoornissen. Het gaat om het gen MEIS1. Dit gen speelt ook een rol bij Periodic Limb Movements of Sleep (kortweg PLMS) en Restless Legs Syndrome (RLS). Beide stoornissen worden gekenmerkt door onrust van bewegen (PLMS) en voelen (RLS). En dat terwijl slapeloosheid voornamelijk gekenmerkt wordt door onrust in de gedachtestroom.

Genetische overlap
Daarnaast ontdekten de onderzoekers dat er in het geval van slapeloosheid sprake is van een sterke genetische overlap met andere eigenschappen. Denk aan angststoornissen, neuroticisme, depressie en een lager algemeen welbevinden. Onderzoeker Anke Hammerschlag, verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam, noemt het “een interessante bevinding”. Ze wijst erop dat de genoemde eigenschappen – angststoornissen, depressie, enzovoort – vaak samen gaan met slapeloosheid. “We weten nu dat dit deels komt door een gedeelde genetische basis.”

Mannen versus vrouwen
De onderzoekers gingen ook na of dezelfde genetische varianten in mannen en vrouwen van belang zijn. “Een deel van de genetische varianten bleek verschillend,” vertelt onderzoeker Danielle Posthuma, eveneens verbonden aan de VU. “Dit suggereert dat bij mannen en vrouwen deels verschillende biologische mechanismen tot slapeloosheid kunnen leiden.” Overigens kwam slapeloosheid onder de bestudeerde mannen ook minder vaak voor dan onder de bestudeerde vrouwen. “In de onderzochte steekproef van grotendeels vijftigplussers rapporteerde 33% van de vrouwen last te hebben van slapeloosheid. Bij de mannen was dit 24%.”

De onderzoekers hopen dat hun studie leidt tot nader onderzoek, waardoor uiteindelijk de biologische mechanismen die ervoor zorgen dat sommige mensen aanleg hebben voor slapeloosheid, worden blootgelegd. “In verhouding tot de ernst, prevalentie en risico’s van slapeloosheid wordt er nauwelijks onderzoek naar oorzaken gedaan,” vindt onderzoeker Eus van Someren. “Te vaak wordt het probleem afgedaan met ‘het zit tussen de oren’. Ons onderzoek opent een ander perspectief: het zit namelijk ook in de genen.”