Het enorme dier – dat zo’n 26 miljoen jaar geleden leefde – woog ongeveer net zoveel als vier Afrikaanse olifanten bij elkaar.

In het noordwesten van China hebben onderzoekers de resten van een reusachtige neushoorn ontdekt. De fossielen werden aangetroffen in afzettingen die stammen uit het Oligoceen en zouden zo’n 26.5 miljoen jaar oud zijn.

Nieuwe soort
Het blijkt te gaan om een nieuwe soort, die de onderzoekers de naam Paraceratherium linxiaense hebben gegeven. “De neushoorn had een lichaamsgewicht van 24 ton,” zo vertelt onderzoeker Deng Tao aan Scientias.nl. “Dat is vergelijkbaar met het gewicht van vier wat grotere moderne Afrikaanse olifanten bij elkaar. De schouderhoogte was zo’n vijf meter en het lichaam van de neushoorn was zo’n 8 meter lang. De kop van de neushoorn kon een hoogte van wel zeven meter bereiken.”

De resten van de neushoorn – onder meer bestaande uit een complete schedel – werden aangetroffen in het Linxia-bekken. “Al sinds de jaren tachtig zoekt ons team hier naar fossielen,” aldus Deng. En met succes. “We hebben al veel en vrij complete resten van verschillende zoogdieren uit het late Cenozoïcum teruggevonden. Maar daaronder bevonden zich lang slechts enkele, geïsoleerde en gefragmenteerde resten van reusachtige neushoorns. Tot mei 2015. Toen stuitten we op een complete schedel en kaak met bijbehorende atlas (de eerste wervel van de wervelkolom, red.) en de axis (tweede halswervel) en enkele borstwervels van een tweede individu. Toen we deze fossielen in het oog kregen, waren we verrast over hun omvang en het feit dat ze zo compleet waren.”

Andere reusachtige neushoorns
De nieuwe reusachtige neushoorn behoort tot het geslacht Paraceratherium. Eerder zijn in Azië al andere reusachtige neushoorns aangetroffen die tot dit geslacht horen. Ze leefden met name in China, Mongolië, Kazachstan en Pakistan en behoren tot de grootste landdieren die ooit op aarde hebben rondgewandeld. “P. linxiaense is de grootste reusachtige neushoorn uit het geslacht Paraceratherium,” zo stelt Deng. “De neushoorn is zo’n 20 procent groter dan P. bugtiense, die eerder in Pakistan is ontdekt, maar ietsje kleiner dan de reusachtige neushoorn Dzungariotherium orgosense (die miljoenen jaren geleden eveneens in het hedendaagse China leefde, red.).”

Eén van de wervels van de reusachtige neushoorn. Afbeelding: Tao Deng.

Evolutie
Wetenschappers zijn in hun nopjes met de ontdekking van P. linxiaense, omdat deze ervoor zorgt dat we – eindelijk – meer inzicht krijgen in de evolutie en verspreiding van de reusachtige neushoorns. Zo blijkt P. linxiaense nauwverwant te zijn aan P. bugtiense, een reusachtige neushoorn die in Pakistan voorkwam. “Onze analyse wijst erop dat de Mongoolse reusachtige neushoorn (P. asiaticum, red) richting het westen trok,” zo legt Deng uit. Naar wat nu Kazachstan is. Afstammelingen verspreidden zich vanaf daar verder zuidwaarts en evolueerden tot Paraceratherium bugtiense. In het late Oligoceen trokken de reusachtige neushoorns weer naar het noorden. Een deel trok westwaarts, richting Kazachstan en evolueerde daar tot een nieuwe soort (P. lepidium genaamd). En een deel trok oostwaarts en evolueerde tot P. linxiaense.

De evolutionaire geschiedenis van de reusachtige neushoorns geeft op zijn beurt weer meer inzicht in hoe dit deel van Azië er tienduizenden jaren geleden uitzag. Zo suggereert de evolutie en migratie van P. bugtiense (uit Pakistan) die leidde tot het ontstaan van P. linxiaense (in China) en P. lepidium (in Kazachstan) er bijvoorbeeld op dat het Tibetaans Hoogland nog weinig voorstelde. Blijkbaar konden de reusachtige neushoorns immers moeiteloos van Pakistan naar China reizen. “De Tibetaanse regio herbergde gedurende het Oligoceen waarschijnlijk gebieden die nog niet zo hoog waren – mogelijk lager dan 2000 meter – en die de reusachtige neushoorns vrijelijk konden doorkruisen,” stelt Deng.

Tibetaans Hoogland
Vandaag de dag is het Tibetaans Hoogland op geen enkele plek lager dan 4000 meter. Over de vraag wanneer het hoogland ontstaan is, kunnen geologen het lastig eens worden. “Sommigen denken dat het Tibetaanse Hoogland pas in het late Mioceen (enkele miljoenen jaren geleden, red.) sterk omhoog kwam. Anderen denken dat het Tibetaans Hoogland al in het Paleogeen (66 tot 23 miljoen jaar geleden) of Midden-Mioceen (rond 10 miljoen jaar geleden) de moderne hoogte bereikte.” Aan de hand van de resten van de reusachtige neushoorns en andere zoogdieren in het omringde gebied kan het Tibetaans Hoogland nauwkeuriger gedateerd worden. “Tijdens het Oligoceen (34 tot 23 miljoen jaar geleden) leefden reusachtige neushoorns in het noordwesten van China, dus ten noorden van het Tibetaans Hoogland, terwijl ze ook ten zuiden van het Tibetaans Hoogland voorkwamen. Het wijst erop dat het Tibetaans Hoogland toen nog niet zo hoog was dat het de verspreiding van grote zoogdieren dwarsboomde; reusachtige neushoorns en andere grote zoogdieren konden het Tibetaans Hoogland onderweg naar het noorden of zuiden nog steeds doorkruisen. Tijdens het Midden-Mioceen zien we echter dat de Platybelodon, een soort olifant, op meerdere plekken ten noorden van het Tibetaans Hoogland opduikt, maar afwezig is in het zuiden, wat erop wijst dat het Tibetaans Hoogland toen hoog genoeg was om de dieren tegen te houden.”

En zo kunnen fossiele resten ons dus een hoop vertellen. De zoektocht naar meer resten van reusachtige neushoorns gaat dan ook door. En Deng sluit zeker niet uit dat er in de toekomst nog meer nieuwe soorten ontdekt gaan worden.