Zeven nieuwe technologieën denderen als een niet te stoppen trein op ons af. En hun impact is enorm. Alles wordt anders.

Dat schrijft arbeids- en organisatiepsycholoog Dik Bijl in zijn nieuwste boek dat – heel toepasselijk – de titel ‘Alles wordt anders‘ draagt. In het boek stipt hij zeven technologieën aan die er hoe dan ook aan zitten te komen en een enorme impact zullen hebben op de maatschappij: robots, kunstmatige intelligentie (KI), zelfrijdende auto’s, 3D-printen, synthetische biologie, nanotechnologie en genomische geneeskunde. Het boek is een hartenkreet: “Laten we hier alsjeblieft eens goed over na gaan denken.”

Geen doemscenario’s
In het boek geen doemscenario’s over kunstmatige intelligentie die onze pet te boven gaat en de macht grijpt of genetische manipulatie die uit de klauwen loopt. Nee, Bijl blijft nuchter. En dat is een bewuste keuze, zo vertelt hij aan Scientias.nl. “Ik wil een beeld schetsen van de ontwikkelingen die op ons afkomen en de gevolgen die deze ontwikkelingen hebben. Dat kunstmatige intelligentie de macht grijpt, is niet zo aannemelijk. Ik zeg niet dat het niet gaat gebeuren, maar het lijkt niet erg waarschijnlijk. Wat we wel zeker weten, is dat robots en kunstmatige intelligentie onze banen over gaan nemen. Naar schatting gaat zo’n 40 tot 75 procent van de banen verloren. Dat is een zekerheidje en dus veel belangrijker dan de doemscenario’s.”

Meer werkgelegenheid

De nieuwe technologieën kosten banen. Maar ze creëren toch ook werkgelegenheid? Ja, stelt Bijl. Maar die nieuwe banen wegen niet op tegen de banen die verloren gaan. “Ik las laatst een artikel over een 3D-printbedrijfje. Het bedrijf had al meer dan twintig mensen in dienst en dus werkgelegenheid gecreëerd. Maar die paar banen wegen niet op tegen de tienduizend banen die bij V&D verloren zijn gegaan.”

Werkloosheid
En daarmee stipt Bijl direct misschien wel één van de belangrijkste gevolgen van de zeven opkomende technologieën aan: een enorm verlies aan banen. “Robots, inclusief zelfrijdende auto’s, gaan het lager geschoolde fabrieks-, vervoers- en dienstenwerk uitvoeren; KI-systemen nemen op termijn het hoger geschoolde kenniswerk over,” zo schrijft Bijl in zijn boek. Dat lijkt slecht nieuws. Want miljoenen mensen komen dan zonder werk te zitten. “Maar is dat erg?” vraagt Bijl zich in gesprek met Scientias.nl hardop af. “Het speelt ons vrij om een geweldige maatschappij op te bouwen.” Hij wijst erop dat uit onderzoek blijkt dat slechts 10 procent van de mensen met een baan heel blij is met die baan. “Dat betekent dat zo’n 90 procent niet blij is met zijn baan en zich liever met andere dingen bezighoudt. Zo’n 20 procent daarvan heeft zelfs een hekel aan het werk en werkt alleen om een inkomen te verkrijgen.” Voor die 90 procent heeft Bijl met het oog op de opkomende technologieën goed nieuws. “Als we het goed regelen met elkaar dan kan iedereen in de toekomst gaan doen wat hij leuk vindt.” Het dagelijkse werk wordt dan immers uitgevoerd door de nieuwe werkers: onder meer robots en zelfrijdende auto’s. En dat biedt ons de gelegenheid om onze passies na te jagen.

“Als we het goed regelen met elkaar dan kan iedereen in de toekomst gaan doen wat hij leuk vindt”

Nieuwe welvaartsverdeling
Ik hoor je denken: Ho, even, dat is allemaal leuk en aardig, maar zonder werk geen inkomen. Hoe moet dat dan? De opkomst van nieuwe technologieën en de daarmee gepaard gaande werkeloosheid schreeuwt om een nieuwe welvaartsverdeling, stelt Bijl. Stel: je werkt in de bouw. Dan heb je alle reden om de 3D-printer te vrezen. Onderzoekers zijn namelijk al aardig ver met het printen van huizen en naar schatting zal zo’n 40 tot 50 procent van de 20 miljoen mensen die wereldwijd in de bouwsector werken door toedoen van zo’n printertje aan de kant worden geschoven. Wat gebeurt er dan? De werknemers komen in armoede te leven. Terwijl de werkgevers – die hun dure arbeidskrachten inruilen voor een veel efficiëntere 3D-printer – aanzienlijk rijker worden. “Het aantal arme mensen groeit en het aantal rijke mensen neemt af, maar de weinige rijken die er dan nog zijn, worden wel steeds rijker,” zo vat Bijl het krachtig samen. De kloof tussen arm en rijk wordt onoverbrugbaar. “En dan stort de economie in: burgers krijgen niets meer en alle voordelen van de technologieën vallen ten deel aan een handjevol rijken. Dat is het doemscenario waar we op afstevenen als we de welvaart niet fundamenteel anders gaan verdelen.” Maar zo’n nieuwe welvaartsverdeling is nog niet zo eenvoudig. Het vereist namelijk dat je de welvaart weghaalt bij de mensen die welvarend zijn. En die hebben daar vaak geen zin in. Bovendien zal zo’n nieuwe verdeling van de welvaart op hoog niveau – Europees of misschien zelfs op wereldniveau – moeten worden bewerkstelligd. Dat betekent dat heel veel neuzen dezelfde kant op moeten wijzen. En diezelfde neuzen slagen er in feite nu al niet in om de armoede effectief te bestrijden. “Wat dat betreft ben ik eigenlijk best pessimistisch,” erkent Bijl. “Als wij geen manier vinden om de welvaart eerlijk te verdelen, dan stort alles in. En dat is wel het pad waarop we ons nu bevinden.”

Onlangs verrees in Dubai 's werelds eerste 3D-geprinte kantoor. Afbeelding: overheid van Dubai.

Onlangs verrees in Dubai ’s werelds eerste 3D-geprinte kantoor. Afbeelding: overheid van Dubai.

Het milieu
Behalve uitdagingen brengen de technologieën natuurlijk ook mogelijkheden met zich mee. Zo is Bijl ontzettend enthousiast over de consequenties die de nieuwe technologieën hebben voor het milieu. Neem bijvoorbeeld de 3D-printer. Deze stelt ons in staat om lokaal te produceren. Dat betekent dat producten niet meer van de ene kant van de wereld naar de andere kant verscheept hoeven worden. En dat scheelt enorm veel uitstoot. Ook de synthetische biologie is op dit gebied veelbelovend. Deze tak van sport draait om het (om)vormen van organismen tot levende fabrieken die producten vervaardigen. Denk aan bacteriën die met wat aanpassingen bioplastics of biobrandstoffen kunnen produceren en zo een bijdrage leveren aan een groenere wereld.

boek6Onze gezondheid
En ook over de consequenties die deze nieuwe technologieën hebben voor onze gezondheid is Bijl enthousiast. “In de eerste plaats heb je nieuwe werkers zoals humanoïde robots die ouderen en zieken gaan verzorgen en KI-systemen die medische diagnoses stellen en helpen om veel meer kennis te vergaren over de relatie tussen genen en erfelijke ziektes,” zo schrijft hij in zijn boek. “3D-printers en synthetische biologie worden ingezet om menselijk weefsel en menselijke organen te produceren die geschikt zijn voor transplantatie. Nanotechnologie draagt bij door het ontwikkelen van nanomedicijnen en het stellen van medische diagnoses met behulp van nanodeeltjes. De genomische geneeskunde gaat bijdragen door een betere diagnostiek, het effectievere gebruik van medicijnen en de inzet van gentherapie.” Veel van deze dingen klinken misschien nog als verre toekomstmuziek, maar daarin moeten we ons niet vergissen. “Deze technologieën komen er echt aan,” vertelt Bijl. “Daar is geen discussie over mogelijk.” Het verbieden van bepaalde aspecten van deze technologieën – bijvoorbeeld de veelgenoemde ‘designer baby’, waarbij embryo’s genetisch gescreend en eventueel gemanipuleerd worden om er zeker van te zijn dat ze uitgroeien tot gezonde baby’s met bepaalde gewenste kenmerken – is zinloos. “Er is altijd wel een plek op aarde te vinden waar je wel een designer baby kunt krijgen. Dus verbieden heeft geen zin. Wel moeten we goed nadenken over de ethische aspecten van deze technologieën.”

“Overheden moeten gaan experimenteren, bijvoorbeeld met het basisinkomen”

Samengevat kun je tot de conclusie komen dat de mens bij de opkomst van deze technologieën gebaat is. “In principe brengen ze een hoop goeds,” vindt Bijl. Mits we er goed mee om weten te gaan en op hun komst zijn voorbereid. Wat dat laatste betreft, is een belangrijke rol weggelegd voor de overheid. “De politiek is vaak zo bezig met problemen op de korte termijn: vluchtelingen, Brexit, Nexit,” somt Bijl op. “En natuurlijk is dat allemaal best belangrijk, maar dat zijn geen dingen die een wereldwijde impact hebben.” En de nieuwe technologieën hebben dat wel. “Dat is iets wat absoluut op ons af gaat komen.” En de tijd dringt. “Als we ons hier nu op gaan richten, kunnen we het tij nog keren. Maar dan moet het prominent op de politieke agenda. Overheden moeten erover gaan nadenken en gaan experimenteren. Bijvoorbeeld met het basisinkomen. Ik zeg niet dat dat de oplossing is, maar we moeten ons daar wel in verdiepen. Deze technologieën gaan enorme gevolgen hebben en zijn niet meer te stoppen. Aan ons de taak om ze goed te gebruiken, ervoor te zorgen dat niemand achterblijft en iedereen meedeelt in de bonussen die deze technologieën met zich meebrengen.”