Nieuw onderzoek kan deels verklaren waarom zovelen bereid zijn om misleidende berichtgeving te omarmen.

Onderzoekers verzamelden 119 proefpersonen. Elke proefpersoon werd gevraagd om een recente onplezierige gebeurtenis te beschrijven waar een goede vriend bij betrokken was. Vervolgens moesten de proefpersonen aangeven in hoeverre ze 14 verschillende emoties ervoeren, waaronder de emotie ‘jezelf buitengesloten voelen’. Daarna kregen de proefpersonen een lijstje met tien stellingen voorgelegd en moesten ze aangeven in hoeverre ze het met die stellingen eens waren. Een voorbeeld van zo’n stelling: ‘Ik ben op zoek naar een doel of missie in mijn leven’.

Complottheorie
En als laatste moesten de onderzoekers aangeven in hoeverre ze geloofden in drie complottheorieën: ‘Farmaceutische bedrijven houden bepaalde behandelingen om financiële redenen achter’ en ‘Overheden gebruiken berichtgeving die we niet bewust waarnemen om onze beslissingen te beïnvloeden’ en ‘Gebeurtenissen in de Bermuda Driehoek bewijzen dat paranormale activiteit plaatsvindt’. “We kozen deze drie complottheorieën omdat ze veel mensen aanspreken,” vertelt onderzoeker Alin Coman. “Deze drie theorieën worden door een groot deel van de Amerikaanse bevolking voor waar aangezien.”

Buitengesloten
Uit het onderzoek blijkt dat mensen die zich buitengesloten voelen, sterker geneigd zijn om complottheorieën te omarmen. En dat lijkt voort te komen uit hun behoefte om betekenis te geven aan alledaagse ervaringen. “De mensen die zich buitengesloten voelen, beginnen zich wellicht af te vragen waarom ze buitengesloten worden en dat leidt ertoe dat ze op zoek gaan naar betekenis in hun leven,” legt Coman uit. “Dat leidt er dan weer toe dat ze bepaalde complottheorieën omarmen.”

Nog een experiment
Een tweede experiment onderschrijft dat. De onderzoekers verzamelden weer een aantal proefpersonen. Deze proefpersonen moesten vervolgens twee tekstjes schrijven over zichzelf. De ene tekst had als titel ‘Wat het betekent om mij te zijn’ en de tweede had als titel ‘De persoon die ik wil zijn’. De proefpersonen kregen te horen dat andere proefpersonen de tekstjes zouden lezen en op basis daarvan zouden besluiten of ze met hen wilden samenwerken of niet. De proefpersonen werden vervolgens in drie groepen ingedeeld: sommige proefpersonen kregen te horen dat iemand anders besloten had met hen samen te gaan werken. Andere proefpersonen kregen te horen dat niemand ervoor gekozen had om met hen samen te werken (hierdoor voelde deze proefpersonen zich buitengesloten). En dan was er nog de controlegroep. De proefpersonen uit deze groep kregen niet te horen of een ander er wel of niet voor gekozen had om met hen samen te werken. Vervolgens doorliepen alle proefpersonen opnieuw de stappen uit het eerste onderzoek: ze moesten aangeven welke emoties ze ervoeren, tien stellingen beoordelen en aangeven in hoeverre ze in drie complottheorieën geloofden. Het tweede experiment onderschreef het eerste en bewees opnieuw dat mensen die zich buitengesloten voelen sterker geneigd zijn om er complottheorieën op na te houden.

Vicieuze cirkel
De wanhoop die mensen kunnen ervaren als ze buitengesloten worden, zorgt er klaarblijkelijk voor dat mensen hun toevlucht zoeken tot wonderlijke verhalen die niet per se waar zijn. En dat kan een vicieuze cirkel blijken te zijn. Want mensen die zich buitengesloten voelen en complottheorieën gaan aanhangen en ventileren, lopen het risico dat ze – vanwege hun vreemde ideeën – door nog meer mensen worden buitengesloten. En dat kan er dan weer toe leiden dat deze mensen zich aan gaan sluiten bij groepen die samenzweringen aanhangen en de overtuiging van deze mensen nog verder versterken. “Proberen om deze cyclus te doorbreken, is de beste optie voor mensen die complottheorieën op maatschappelijk vlak willen bestrijden.”

Met name beleidsmakers zouden hun voordeel moeten doen met dit onderzoek, denkt Coman. “Wanneer ze wetten, richtlijnen, beleid en programma’s ontwikkelen, moeten beleidsmakers zich buigen over de vraag of mensen zich door naleving van die wetten buitengesloten kunnen gaan voelen. Anders creëren we mogelijk samenlevingen die extra vatbaar zijn voor de verspreiding van inaccurate informatie en bijgeloof.”