Het is in de huidige maatschappij steeds moeilijker om zieke senioren buiten een bejaarden- of verpleeghuis te helpen. Om hen toch zo lang mogelijk op een prettige manier thuis te laten wonen, gaat een groep Europese onderzoekers robots en ‘smart home’-omgevingen aan elkaar knopen. De robot moet als verstandige huisvriend ervoor gaan zorgen dat het thuis prima toeven is. En dat de patiënt de juiste dingen doet.

Onlangs is het KSERA-project (Knowledgeable Service Robots for Aging) van start gegaan. In eerste instantie richt het project zich op COPD-patiënten. Wetenschappers van de Wereldgezondheidsorganisatie verwachten dat deze chronisch obstructieve longziekte in 2030 wereldwijd de derde doodsoorzaak is.

De eerste demonstratiewoningen zijn over drie jaar klaar. De robots en de huissystemen van een ‘smart home’ zorgen ervoor dat gordijnen vanzelf open gaan, dat een arts wordt gewaarschuwd wanneer er problemen zijn met de patiënt en geven verstandige adviezen. “Wij willen laten zien wat er mogelijk is op dit gebied”, vertelt projectcoördinator dr. Lydia Meesters van de Technische Universiteit Eindhoven over de doelstelling van het project.

De onderzoekster onthult dat de intelligente zorgwoningen niet kil zijn. “Het moet zo huiselijk mogelijk zijn. In het ideale geval zie je qua technologie alleen de robot. Die is het aanspreekpunt van alle systemen in huis. Maar verder ziet het er gewoon huiselijk uit.”

Om dit alles te bereiken, wordt de komende jaren door verschillende Europese partijen onderzoek gedaan. Dr. ir. Raymond Cuijpers van de Eindhovense universiteit kijkt bijvoorbeeld hoe een robot moet communiceren zodat een mens hem snapt en vice versa. Dit moet op een natuurlijke manier gebeuren en dat kan alleen als een robot ook echt snapt wat een mens wil. Hij moet slim zijn en kunnen anticiperen. Ook sluit KSERA aan bij het door de TU/e geleide project RoboEarth, dat een soort wereldwijd centraal geheugen voor robots aanlegt. Hierdoor kunnen robots van elkaar leren, bijvoorbeeld om beter met mensen te communiceren.

Ook ethische kwesties krijgen volop aandacht. De robot moet goede adviezen gaan geven aan patiënten, maar mag geen politieagent zijn, vertelt Meesters. Wat doe je bijvoorbeeld als een COPD-patiënt een sigaret opsteekt? En wat mag het robotsysteem doorgeven aan ‘de centrale’, en wat niet? Meesters: “We moeten duidelijk de grenzen bepalen. Want de robot meet en ziet continu privacygevoelige gegevens.”