Het zou zomaar kunnen nu er recent – na een lange periode van afwezigheid – weer zonnevlekken op onze moederster zijn gespot.

De dag voor kerst zagen astronomen twee groepen zonnevlekken op onze moederster. Nu hoor ik je denken: zo bijzonder is dat toch niet? Nou, de astronomen keken er toch even van op. Want de zon was al sinds 14 november 2019 vrij van zonnevlekken. De laatste keer dat de zon zo’n lange periode zonnevlekvrij was, was in 1996.

Cyclus
Die inactiviteit is te herleiden naar de cyclus van de zon. Onze moederster doorloopt namelijk een grofweg 11 jaar durende cyclus die gekenmerkt wordt door een zonneminimum – een periode waarin de zon heel rustig is en weinig zonnevlekken en zonnevlammen genereert – en een zonnemaximum, waarin de ster juist veel actiever is. Het zonnemaximum vond in 2014 plaats. Sindsdien neemt de activiteit op de zon af en is het wachten op het zonneminimum dat tevens het einde van deze zonnecyclus en het begin van een nieuwe markeert. Onderzoekers voorspelden eerder dat het zonneminimum zich rond april 2020 aan zou dienen. Maar dat kon ook zes maanden later of zes maanden eerder worden; de ervaring leert dat de zon het niet zo nauw neemt met de tijd.


Nu er na een lange periode van rust weer zonnevlekken op de zon opduiken, is de grote vraag of dit dan het zonneminimum was en daarmee dus een nieuwe zonnecyclus is aangebroken. Wetenschappers hebben meer data nodig om met zekerheid te kunnen zeggen dat deze zonnevlekken daadwerkelijk een nieuwe zonnecyclus inluiden, maar dat een nieuwe cyclus aanstaande is, staat vast en wordt door de komst van de zonnevlekken duidelijk onderschreven.

Wat brengt het ons?
Wat die nieuwe zonnecyclus ons brengt, is altijd enigszins koffiedik kijken. De ene cyclus is namelijk de andere niet. Soms verloopt zo’n cyclus – zoals het exemplaar waar we nu nog net (of net niet meer) inzitten – vrij gemoedelijk en is de zon zelfs tijdens het zonnemaximum nog relatief rustig. Maar er zijn ook cycli geweest waarin het zonnemaximum gekenmerkt werd door een hoop onrust op de zon. Die onrust komt tot uiting in veel zonnevlekken, zonnevlammen, en meerdere zogenoemde coronale massa-ejecties per dag. Met name die coronale massa-ejecties kunnen nog weleens venijnig zijn; tijdens deze uitbarstingen op de zon worden energierijke deeltjes en magnetische velden de ruimte ingeslingerd. Deze kunnen behalve een fraai poollicht genereren, ook schade aanrichten aan satellieten in een baan rond de aarde en – in uitzonderlijke gevallen – zelfs voor problemen zorgen op aarde (zie kader).

Onze aarde wordt omringd door een magnetisch veld dat ons onder meer beschermt tegen de grillen van de zon. Maar heel soms schiet dat aardmagnetisch veld tekort. Dat kan gebeuren als er sprake is van een samenloop van omstandigheden die leidt tot een extreme, op de aarde gerichte, uitbarsting op de zon. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 1859. Een coronale massa-ejectie raakte toen de aardse magnetosfeer – de invloedssfeer van het magnetisch veld dat de aarde zelf genereert – waardoor deze verstoord raakte. Het leidde tot het uitvallen van de telegraafverbinding tussen Europa en Amerika. En in 1989 zorgde de zon er zo voor dat een elektriciteitsnetwerk in Canada werd uitgeschakeld en zo’n zes miljoen mensen meer dan negen uur zonder stroom zaten.

Gezien de impact die een actieve zon op de aarde en omgeving kan hebben, is er onderzoekers veel aan gelegen om te kunnen voorspellen wat een zonnecyclus gaat brengen. Maar dat is zo gemakkelijk nog niet. Want nog steeds weten we niet precies hoe onze ster met name diep van binnen werkt. Toch wagen sommige onderzoekers zich wel aan een voorspelling. En die is enigszins geruststellend. Naar verwachting wordt de volgende zonnecyclus net als de cyclus waar we nu in zitten (of net uit zijn gerold) vrij rustig. Sterker nog: NASA voorspelde vorig jaar dat het wel eens de zwakste zonnecyclus in 200 jaar tijd zou kunnen worden, waarbij de intensiteit van het zonnemaximum – gemeten in het aantal zonnevlekken – 30 tot 50% lager ligt dan in de meest recente zonnecyclus. Het zou goed nieuws zijn voor de plannen van NASA, die in 2024 – dus rondom het zonnemaximum – mensen naar de maan wil sturen en daar geen gevaarlijk ruimteweer bij kan gebruiken.