Het is de smoes waar elk kind mee opgroeit: eet wortelen, want daar krijg je – net als het konijn – heel goede ogen van. Het verband tussen wortelen en de ogen ontstond in de Tweede Wereldoorlog en maakte deel uit van de Engelse propaganda. Het leidde ertoe dat mensen meer wortelen gingen telen en eten. Grote vraag is natuurlijk: heeft dat eigenlijk wel echt zin?

Piloot John Cunningham slaagde er in de Tweede Wereldoorlog in om ’s nachts twintig tegenstanders uit de lucht te halen. De Engelse luchtmacht meldde dat die prestatie mede mogelijk gemaakt werd door..wortelen. Cunningham en zijn collega’s zouden er dol op zijn en er haviksogen van gekregen hebben. In werkelijkheid gebruikten de piloten radar.

WIST U DAT…

Goed?
Maar de burger trapte erin en zou zelfs veel meer wortelen zijn gaan nuttigen dan daarvoor het geval was. En tot op de dag van vandaag houden ouders hun kinderen voor dat wortelen de ogen goed doen.

Onderzoek
Zij weten zich (onbewust) gesteund door de wetenschappelijke onderzoeken die naar wortelen zijn gedaan. Hieruit blijkt namelijk dat wortels een rijke bron van bètacaroteen zijn. Wanneer wij wortelen eten, zet ons lichaam dat goedje om in vitamine A en dat is goed voor de ogen.

Dat wil echter niet zeggen dat mensen een significant verschil opmerken tussen de periode waarin ze geen of weinig en veel wortelen nuttigden. De hoeveelheid bètacaroteen in wortelen is namelijk vrij klein en dus moeten er wel heel erg veel wortelen gegeten worden, wil het echt een verschil maken.