Ze weten precies of we naar ze kijken of niet.

Zilvermeeuwen zijn luidruchtige vogels die je op veel verschillende plekken kunt tegenkomen. Omdat ze ook vaak in steden leven, zijn mens en meeuw ondertussen aan elkaar gewend geraakt. Het betekent dat meeuwen ons steeds beter kunnen lezen. Want onderzoekers hebben ontdekt dat zilvermeeuwen heel goed weten waar onze ogen zitten. En die houden ze dan ook nauwgezet in de gaten.

Zak chips
Uit voorgaand onderzoek is gebleken dat meeuwen niet graag worden aangekeken. In het experiment legde onderzoekers een zak chips neer en keken een hongerige meeuw of heel intens aan, of wendden hun hoofd af. Uit het experiment bleek dat zilvermeeuwen minder snel van het eten snoepen als een mens vanaf een afstandje toekijkt. Dit betekent dat ze wat schuwer zijn als ze de ogen van een mens op hun verenkleed voelen prikken.


Experiment
De vraag is echter hoe dit precies zit. “We wilden er graag achterkomen of meeuwen specifiek aandacht besteden aan de richting van het menselijk oog,” legt onderzoeksleider Madeleine Goumas uit, “en of dit zowel geldt voor jonge, als volwassen meeuwen.” In totaal voerde het team verschillende experimenten uit onder 155 meeuwen, waaronder 50 volwassen en 45 jonge meeuwen uit stedelijke gebieden en 34 volwassen en 26 jonge meeuwen die op het platteland leven.

In de studie observeerden de onderzoekers zowel jonge als oudere meeuwen die in het plaatsje Cornwall in het Verenigd Koninkrijk voorkomen. De volwassen meeuwen hebben een leeftijd van vier jaar of ouder. Deze vogels zijn te herkennen aan hun wit met grijze verenkleed. De jonge meeuwen uit het onderzoek zijn nog hetzelfde jaar geboren. Zij beschikken dan ook nog over een volledig bruin verenkleed.

De onderzoekers benaderden de meeuwen steeds op dezelfde manier. Alleen de ogen waren op een ander punt gericht. Zo liepen ze regelrecht op de vogels af terwijl ze of naar de grond, of de meeuw rechtstreeks aankeken. “In onze studie kwam de onderzoeker dichterbij terwijl hij te allen tijden zijn gezicht naar de meeuw gewend had,” legt Goumas uit. “Hij veranderde alleen de richting van zijn ogen; of hij keek naar de grond, of direct naar de meeuw.”

In de gaten
Uit de bevindingen blijkt dat zilvermeeuwen het goed in de gaten hebben als mensen ze met priemende ogen aankijken. Ze vliegen bijvoorbeeld eerder weg als ze in de gaten worden gehouden. Keken de onderzoekers de meeuwen niet direct aan, dan slaagden ze erin om gemiddeld twee meter dichterbij te komen. Deze ‘afkeer’ voor de menselijke blik is trouwens niet het resultaat van maanden of jaren aan negatieve interacties met mensen. Jonge meeuwen reageerden namelijk hetzelfde op de doordringende blik als volwassen vogels. Dit suggereert dat ze al met een hekel voor oogcontact worden geboren of dit op jonge leeftijd ontwikkelen.


Brutaal
Bovendien bevestigt de studie de wijdverspreide opvatting dat stadsmeeuwen een stuk brutaler zijn dan meeuwen die op het platteland leven. In de stad konden de onderzoekers gemiddeld zo’n 2,5 meter dichterbij komen voordat de meeuw weg hopt of zijn vleugels uitslaat. “Zilvermeeuwen broeden en foerageren steeds vaker in stedelijke gebieden,” licht Goumas toe. “Hierdoor komen ze regelmatig in contact met mensen.”

Vliegen
Plattelandsmeeuwen maken zich dus eerder uit de voeten. Daarnaast ontdekten de onderzoekers dat de kans driemaal zo groot is dat deze meeuwen wegvliegen en niet – zoals stadsmeeuwen nog wel eens doen als iemand te dichtbij komt – wat stapjes opzij zetten. Dit suggereert dat plattelandsmeeuwen er minder aan gewend zijn om benaderd te worden.

Het lijkt misschien alsof meeuwen altijd overal in groten getale aanwezig zijn. Dat komt omdat ze heel luidruchtig kunnen krijsen en veel herrie schoppen. Maar vergis je niet. Ging het de zilvermeeuw in de jaren zestig nog voor de wind: nu is dat wel anders. Hoewel het aantal zilvermeeuwen dat in de stad leeft toeneemt, neemt het totaal aantal zilvermeeuwen al jaren sterk af. “Hierdoor lijkt het alsof er veel meer van zijn dan in werkelijkheid het geval is,” aldus Goumas. “De soort is in verval. En we hopen dat ons lopende onderzoek naar de interactie met mensen zal bijdragen aan inspanningen voor behoud van de soort.”