NASA onthult draaiboek voor Cassini’s kamikazeduik in de atmosfeer van de onvergeeflijke Saturnus.

Bijna twintig jaar nadat Cassini – een missie van NASA, ESA en de Italiaanse ruimtevaartorganisatie – gelanceerd werd, zit het erop. De sonde stopt ermee. En nee, Cassini gaat niet rustig met pensioen, maar eindigt met een klapper: een duik in de atmosfeer van Saturnus. De doodsduik levert mogelijk – op de valreep – nog waardevolle informatie op, maar is vooral bedoeld om te voorkomen dat de manen van Saturnus hun ongerepte karakter verliezen (zie kader).

NASA heeft er heel bewust voor gekozen om de Cassini-missie met een duik in Saturnus’ atmosfeer te laten eindigen. De ruimtevaartorganisatie wil zo voorkomen dat de sonde stuurloos in het Saturnus-systeem gaat ronddolen en neerstort op één van Saturnus’ potentieel leefbare manen. “Zo blijven zij ongerept voor toekomstige verkenning,” aldus projectmanager Earl Maize.

Het draaiboek
De laatste dagen van deze fantastische missie zijn dus aangebroken. Maar hoe zien ze er precies uit? NASA doet dat nu uit de doeken. Op 9 september zal de sonde voor de laatste keer in het gat tussen Saturnus en zijn ringen duiken. De sonde passeert de wolkentoppen van de gasreus tijdens deze snoekduik op een afstand van zo’n 1680 kilometer. Twee dagen later, op 11 september, zal Cassini een scheervlucht maken langs Saturnus’ maan Titan. Hoewel de ruimtesonde de maan op een afstand van een slordige 119.000 kilometer passeert, zal de zwaartekracht van Titan er toch voor zorgen dat Cassini iets wordt afgeremd (hierdoor zal Cassini een paar dagen later diep in de atmosfeer van Saturnus duiken). Op 14 september werpt Cassini dan een laatste blik op Saturnus en zijn manen. Het resulteert in foto’s van de manen Titan, Enceladus, de zeshoekige straalstroom op de noordpool van de planeet en de ringen. Een dag later, op 15 september, is het dan toch echt tijd voor de duik in Saturnus’ atmosfeer. Terwijl Cassini in die atmosfeer duikt, blijven de instrumenten aan boord van de sonde zo lang mogelijk data verzamelen en zolang het Cassini lukt om de antenne op de aarde gericht te houden, zal die data ook naar de aarde verstuurd worden. Heel lang houdt de sonde dat waarschijnlijk niet vol. Al snel zal de dichte atmosfeer van Saturnus de sonde in zijn greep krijgen. Waarschijnlijk gebeurt dat wanneer de sonde zo’n 1510 kilometers van Saturnus’ wolkentoppen verwijderd is. Op dat moment lukt het Cassini niet langer om de antenne op de aarde gericht te houden en zal de communicatie stilvallen. Een paar momenten later zal de sonde – door de enorme wrijving in de atmosfeer – als een meteoor uiteenvallen.

Projectmanager Earl Maize noemt het einde van Cassini “schrijnend, maar passend en nodig.” Met de duik in Saturnus’ atmosfeer komt een einde aan een missie die bijna 20 jaar geleden begon. Cassini werd in oktober 1997 gelanceerd en arriveerde in 2004 bij Saturnus. Inmiddels doet de sonde al zo’n dertien jaar onderzoek naar de gasreus en zijn manen. En dat heeft heel wat verrassende ontdekkingen opgeleverd. Bovendien trakteerde Cassini ons regelmatig op spectaculaire foto’s.

De Cassini-missie kan gezien worden als het vervolg op de Voyager-missie. Tijdens deze missie – bestaande uit twee ruimtesondes die ondertussen al veertig jaar onderweg zijn – werden we nieuwsgierig naar de gasreuzen in ons zonnestelsel, waartoe ook Saturnus gerekend kan worden.