Dagelijks worden wereldwijd miljarden emoji heen en weer geslingerd. Hoe is het zover gekomen en..what’s next?

Via Facebook alleen worden per dag maar liefst vijf miljard(!) emoji verstuurd. En uit Engels onderzoek blijkt dat 80 procent van alle telefooneigenaren appt met emoji. Het moge duidelijk zijn: de emoji hebben de wereld veroverd. Die conclusie trekt ook historicus en emoji-expert Lilian Stolk in haar nieuwe boek, met de prikkelende titel ‘Het zonderwoorden-boek, waarom we steeds meer zeggen met emoji‘. Prikkelend, omdat de titel suggereert dat woorden en dus het traditionele alfabet overbodig aan het worden zijn. Stolk kadert in: “Ik heb me in mijn boek beperkt tot het onderzoeken van het gebruik van emoji. Die worden meestal gebruikt in sms-contact, voor heel korte berichtjes waarvoor we niet de moeite nemen om beeldend te schrijven. Beeldend schrijven is een bijzondere kwaliteit, waar ik met dit boek zeker geen afbreuk aan wil doen.”

Ironie
Waarom gebruiken zoveel mensen eigenlijk emoji? Stolk legt uit: “Met emoji kun je ook non-verbale communicatie kwijt in je schermpje. Nieuw is dat we met zijn allen, over de hele wereld, beschikken over dezelfde beeldtaal via een apart toetsenbord op onze smartphone. De helft van de comments op Instagram bestaat uit emoji. Het mooie is dat je, zonder dat je de taal van de zender spreekt, kunt aangeven of je bijvoorbeeld kleding leuk vindt. Met emoji kun je ook ironie aan je geschreven tekstje toevoegen. Denk aan het gezichtje met de opgetrokken wenkbrauw of Tears of Joy (😂) waarmee je aangeeft: zo bedoel ik het eigenlijk niet. Verder voegen emoji een speels karakter toe aan de taal. Vooral kinderen vinden dat erg leuk.”

Nog veel onbekend
Er moet nog veel onderzoek verricht worden naar het gebruik van emoji, heeft Stolk bij het schrijven van haar boek ondervonden. Zo is bijvoorbeeld nog niet onderzocht, hoe het zit met de ‘emoji-geletterdheid’ van Nederland. Ofwel: welke groepen mensen (leeftijden, sekse, opleiding enzovoorts) het meest emoji gebruiken, en welke emoji precies het vaakst worden gebruikt en in welke situaties. Stolk verklaart: “Onderzoek is lastig, omdat je het privé-domein van mensen in moet. Appjes bijvoorbeeld zijn privé en daar kom je als onderzoeker niet gemakkelijk bij.” Twee Sloveense onderzoekers onderzochten in 2016 voor Twitter de ‘emoji-dichtheid’ (percentage tweets dat emoji bevat) in 17 miljoen tweets in verschillende landen. Hieruit blijkt dat Nederlanders in hun tweets niet zo heel fanatiek emoji meesturen. De emoji-dichtheid is het grootst in Indonesië, een aantal Noord-Afrikaanse landen en in Zuid-Amerika.

Je komt de emoji overal tegen. Zelfs langs de kant van de weg.

Ver-emoji-de producten
Maar emoji kom je niet alleen in appjes en op sociale media tegen. Je vindt ze bijvoorbeeld ook op billboards langs de kant van de weg: de reclame ‘onderweg ben ik offline’ over niet appen achter het stuur. En bij de Action op een schoolagenda. En Sony lanceerde in 2017 The Emoji Movie. Jonge kinderen die nog geen eigen smartphone hebben, kennen emoji dan ook van – zoals Stolk dat noemt – ver-emoji-de producten: t-shirts en etuis bijvoorbeeld.

In de rechtszaal
Het gebruik van emoji in een sms kan zelfs in de rechtszaken voor de bewijsvoering gebruikt worden. “Dat is in Nederland nog niet aan de hand, wel zijn er rechtszaken geweest in de VS en in Israel.” We nemen die laatste als voorbeeld. “Na een bezichtiging appten twee geïnteresseerde kopers aan de huisbaas van het pand: “Goedemorgen (gevolgd door de emoji die je hierboven ziet afgebeeld, red.), geïnteresseerd in het huis. Alleen nog details bespreken. Wat is een goede tijd voor jou?” Uit het bericht maakte de huisbaas op dat de deal rond was en verwijderde daarom de advertentie van het huis. Toen de potentiële kopers vervolgens niet meer antwoordden, klaagde de huisbaas hen aan. Hoewel een app-bericht natuurlijk geen bindend contract vormt, vond de rechter de reactie wel zo optimistisch en instemmend overkomen, dat hij de potentiële kopers een schadevergoeding van 2200 dollar liet betalen.”

Over Lilian Stolk
De in Amsterdam woonachtige Lilian Stolk wordt door velen gezien als dé emoji-expert van Nederland. Zij studeerde geschiedenis, deed een master journalistiek en volgt nu de opleiding beeld en taal aan de Rietveld-academie. Drie jaar geleden raakte zij in de ban van emoji. Stolk vertelt: “Apple had op een gegeven moment – er waren toen alleen nog maar blanke poppetjes – nieuwe huidskleuren geïntroduceerd voor emoji, en dat vertaald naar onder meer een donkere kerstman. Mijn oude iPhone kon die update niet aan en ik zag een witte kerstman met een alien ernaast. Toen realiseerde ik me dat een emoji eigenlijk een computercode is. Ik vroeg me af hoe emoji eigenlijk op mijn telefoon terechtkwamen. Ik kwam erachter dat er nog heel weinig onderzoek is gedaan naar emoji. Toen besloot ik er zelf een boek over te schrijven. Ik ben met een Japanse vriendin ter ondersteuning naar Japan gereisd om de ontwerper van het emoji-toetsenbord (1999), Shigetaka Kurita, en andere emoji-deskundigen te interviewen. Verder deed ik voor mijn boek uitgebreid literatuuronderzoek, vooral in het buitenland want in Nederland wordt er weinig onderzoek naar gedaan. Belangrijk was ook het gesprek dat ik had met de directeur van Unicode in de VS, het bedrijf dat bepaalt welke emoji er bijkomen en hoe die er uit zien.” Ook doet Stolk zelf praktisch onderzoek: zij verspreidde in 2016 een enquête over de interpretatie van emoji via de website van het jeugdprogramma Het Klokhuis (kinderen tot 12 jaar), en voor oudere emoji-gebruikers via het Parool, Metro en Quest. Tot dusver kreeg ze 6000 antwoorden. In het boek bespreekt Stolk alvast de betekenissen die worden toegekend aan elf emoji, van de meest gebruikte Tears of Joy (😂) tot Open Hands (👐). De enquête loopt nog steeds. Wie mee wil doen, kan hier terecht.

Zoveel te vertellen
Als je ‘Het zonderwoorden-boek‘ leest, wordt wel duidelijk dat er veel te vertellen valt over emoji. En dat kun je met een gerust hart aan Stolk overlaten (zie kader hierboven). In haar boek geeft ze ons een beeldende rondleiding langs allerlei aspecten van emoji. Waar komen emoji vandaan? Wie is de baas van de emoji? Hoe kan het dat deze beeldtaal ontplofte tot wereldwijde mainstream? Hoe is de functie van emoji in digitale gesprekken? Stimuleren emoji onze creativiteit en wat staat ons te wachten met stickers, de next-level emoji? Betekenen emoji in alle culturen hetzelfde? Hoe zit het met de politieke lading van sommige emoji? Het is zeker geen straf om dit boek te lezen. Het is in sneltreinvaart geschreven, uiteraard doorspekt met emoji en er staan tal van interessante observaties en wetenswaardigheden in. Natuurlijk gaan we niet alles verklappen, maar we lichten alvast wel een tipje van de sluier op. Om te beginnen onthullen we hoe het allemaal begon.

Hoe het begon
De emoji-beeldtaal is in Japan ontstaan. Veel beelden waarvan de betekenis in de Japanse cultuur voor iedereen duidelijk is, worden daardoor niet altijd als zodanig herkend door bijvoorbeeld Nederlanders. Een typisch Japans gebaar is het meisje dat haar armen rond het hoofd buigt (🙆). Dit meisje maakt het Japanse oké-gebaar. “In plaats van de duim die wij omhoog steken, maken ze in Japan een ‘o’ van hun armen.” Nederlandse vrienden van de auteur zagen er een meisje dat aan ballet doet in, een meisje dat haar haren waste of een meisje dat uit wanhoop haar handen in haar haar deed. Dat veel emoji (niet te verwarren met emoticons, de door leestekens gevormde gezichtjes) op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden, blijkt ook uit lopend onderzoek (zie kader hierboven) van Stolk. Bij sommige mensen – vooral 40-plussers, aldus de Britse onderzoeker Vyvyan Evans – kan dit tot onzekerheid leiden. Wat bedoelt degene die je net een gezichtje met een zonnebril stuurde hier eigenlijk mee? Maar volgens Stolk is die interpretatieslag zeker voor de jongere generatie, die met beeldtaal is opgegroeid, geen probleem: “Zij vinden dat open karakter van emoji juist leuk. Het gebruik van emoji is intuïtiever dan het gebruik van het eenduidige alfabet. En vaak blijkt uit de context – de korte zinnetjes die in de buurt van de emoji staan – wel, wat er bedoeld wordt.”

Een zombie

Stolk wilde wel eens uittesten hoe het in zijn werk gaat om bij Unicode, het Amerikaanse consortium dat voor de hele wereld beslist over welke emoji erbij komen en hoe die er precies uit komen te zien, een idee voor een emoji in te dienen. Ze vertelt: “Bij een emoji-actie op de website van Het Klokhuis werd een zombie als winnaar gekozen (je ziet ‘m hierboven, red.). Ik heb toen een document naar Unicode gestuurd met een argumentatie waarom deze zombie moest worden toegevoegd en hoe hij ingezet kan worden. Voor een zombie zijn – en dat vinden ze belangrijk – meerdere interpretatiemogelijkheden. Zo kun je een ‘smartphone-zombie’ zijn, en kun je eruit zien als een zombie. Er waren bij Unicode ook andere voorstellen voor een zombie-emoji ingediend, er was draagvlak voor. Deze emoji is inderdaad toegevoegd. Wel naar eigen ontwerp van Unicode – want dat houden zij in eigen hand – maar wel heel leuk natuurlijk!” Er waren eind 2017 2666 emoji. Jaarlijks komen er honderd bij, dit jaar in juni. Van de basis-emoji die Unicode ontwerpt, maken de diverse platforms als Twitter, Facebook en Android vervolgens hun eigen ontwerpen. Daarbij wil ieder platform natuurlijk de coolste hebben”, aldus Stolk.

Politieke lading
Soms kunnen platforms door het aanbieden van een specifieke emoji ook een politiek statement maken. Stolk geeft een voorbeeld: “Apple gebruikte voor een pistool-emoji sinds 2016 uitsluitend het waterpistool. Zo wilde het bedrijf zich te weer stellen tegen het wapenbezit in de VS. Inmiddels is voor het pistool door ieder platform een waterpistool gekozen.” Unicode, de non-profitorganisatie die de baas is over de emoji, weert niet alleen emoji die met geweld te maken hebben, maar ook emoji die rechtstreeks aan seks refereren. De gebruikers zijn echter creatief en kiezen er dan maar zelf hun emoji voor, zoals de aubergine (met een fallus-vorm 🍆). Ook vanuit de maatschappij zelf wordt het emoji-beleid van Unicode beïnvloed. Zo slingerde een 15-jarig meisje de discussie over een emoji van een meisje met een hoofddoek aan. Die kwam er. Stolk geeft nog een voorbeeld: “Begin 2016 begon een golf van emoji-feminisme. Alle vrouwelijke emoji waren destijds met hun uiterlijk bezig, geen van allen beoefenden een beroep. Unicode gaf gehoor aan deze kritiek en voegde later een serie professionele vrouwen, en ook mannen toe. Daarvoor vond er ook een diversiteitsbeweging plaats. In plaats van alleen de witte huidkleur was er nu verloop van wit tot zwart en werd ook de Simpsons-gele kleur beschikbaar.”

Next level: stickers
Met die al bijna 6000 emoji rijst de vraag wat hierna op ons af komt. Ook hiervoor is het antwoord in Japan te vinden: digitale stickers. Stolk ziet ze als de next-level-emoji. Ze vertelt: “De Japanners hebben een eigen berichtendienst opgezet naast Whatsapp. Die heet LINE. Ik heb ze opgezocht in Japan. In LINE staan wel emoji, maar die vallen niet onder Unicode en zijn dus anders dan de symbolen die wereldwijd gebruikt worden. Doordat LINE zelf zijn emoji ontwikkelt, hoeft er niet jarenlang vergaderd te worden en kunnen er gemakkelijk en snel nieuwe karakters worden toegevoegd. Wanneer je het woord ‘pizza’ in het chatvenster typt, verschijnen er maar liefst acht suggesties. Zo is er een pizza met olijven en eentje met vooral kaas. Elke emoji heeft zijn eigen tekenstijl. Naast emoji biedt de app ook stickers aan: grotere plaatjes die soms bewegen en ook tekst bevatten.” Stolk ziet stickers als volwassen emoji. Voordeel ten opzichte van de emoji van Unicode voor de gebruiker is dat in principe iedereen in Japan zijn eigen stickers kan maken. “Dat is veel democratischer”, zegt Stolk. Dagelijks komen er honderden stickers bij. Stolk: “Het maken van een sticker is creatief en ambachtelijk, je moet er wel wat tijd in willen steken.” Ze noemt het voorbeeld van een jongeman die zijn vrienden iedere dag op een andere manier ‘goedemorgen’ wil zeggen en er ook zijn best voor doet door elke nieuwe dag een nieuwe sticker te ontwerpen. Natuurlijk is de vraag, of en wanneer de stickers ook naar Nederland komen. Stolk: “Dat is moeilijk te voorspellen. Het hangt er onder meer vanaf in hoeverre platforms dit gaan ondersteunen. Apple ondersteunt via iMessage al wel het maken van stickers. Ook is het de vraag of Nederlanders de sticker gaan omarmen. Japanners zijn van oudsher al veel met beeldtaal en het aankleden van karakters bezig: denk aan de manga’s, Japanse strips, kledingstijlen. Het is echter de vraag of Nederlanders het ook leuk vinden om hier hun tijd in te steken.”

Christa van der Hoff heeft Italiaanse taal- en letterkunde gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Leiden (1986) en heeft het grootste deel van haar 30-jarige loopbaan in de dagbladjournalistiek gewerkt (Haagsche Courant, Algemeen Dagblad). Ze heeft een brede maatschappelijke belangstelling en beeldend schrijven is haar passie. Voor Scientias.nl schrijft ze verhalen over onder meer talen en culturen, (kunst)geschiedenis, culinaire geschiedenis en sociaal-economische onderwerpen.