vleermuis

Wetenschappers hebben ontdekt hoe een vleermuis een stilzittende prooi in het donker kan opsporen.

De meeste vleermuizen vangen prooien door de bewegingen van die prooien (meestal vliegende insecten) met behulp van echolocatie te detecteren. Maar ongeveer een derde van alle vleermuizen is in staat om prooien die in het donker stilletjes op een oppervlak (bijvoorbeeld een blad) zitten, te detecteren en te pakken. Wetenschappers wisten lang niet hoe de vleermuizen deze prooien opspoorden en gingen ervan uit dat de vleermuizen de insecten detecteren door geluidjes die de insecten maakten of een geur die de insecten bij zich droegen.

Ander beeld
Maar een onderzoek naar de vleermuis Micronycteris microtis schetst nu een heel ander beeld. Wetenschappers hebben ontdekt dat deze vleermuis – die in Zuid- en Centraal Amerika leeft – door middel van echolocatie alleen, in staat is om een in het donker stil zittende prooi te detecteren.

WIST JE DAT…

Details
Uit het onderzoek blijkt dat de vleermuis niet direct op zoek gaat naar de prooi, maar in plaats daarvan eerst – met behulp van echolocatie – vastlegt hoe zijn omgeving eruitziet. En dat doet de vleermuis heel gedetailleerd: tot aan het oppervlak van individuele blaadjes en stenen aan toe. Wanneer een insect vervolgens op één van deze blaadjes of stenen gaat zitten, worden de echo’s die de vleermuis normaal gesproken hoort wanneer hij kreten slaakt, verstoort.

De vleermuizen blijken vooral gladde oppervlakken te ‘scannen’ op de aanwezigheid van insecten. Dat is goed te verklaren. Uit het onderzoek blijkt dat niet de omvang van de insecten, maar het oppervlak waarop ze zitten van invloed is op de kans dat de vleermuis de insecten detecteert. Zo kan een vleermuis insecten het best detecteren wanneer ze op gladde oppervlakken zitten en is dat het lastigst wanneer de insecten op de ruwe stam van een boom zitten.