vogel

Hoe voorkomt een jonge koevogel die opgroeit in het nest van een andere vogelsoort dat hij het gedrag van die andere soort overneemt?

Vogels die tot het geslacht Molothrus (koevogels) behoren, leggen hun eitjes in de nesten van andere vogelsoorten. Bijvoorbeeld in het nest van een spreeuw of een citroenzanger. Ondanks dat de jonge koevogels omringd worden door vogels van een andere soort met hun eigen gedrag en liedjes, blijven ze zichzelf. En dat is opvallend. Want vogels – en ook andere diersoorten – doen aan inprenting: ze apen het gedrag van hun ouders/verzorgers na.

Voorbeeldje
“Als ik een mees neem en ik zet deze in het nest van een mees die tot een andere soort behoort, dan zal de mees het liedje en het gedrag van die andere soort leren,” vertelt onderzoeker Matthew Louder. “En wanneer de mees oud genoeg is, zal deze bij voorkeur paren met een mees van die andere soort en dat is evolutionair gezien een doodlopende weg.”

Resistent voor inprenting
En de koevogel weet dat ook. Evolutionair gezien is het beter als hij zichzelf blijft. Dat is met name het geval wanneer hij door zijn ouders wordt achtergelaten in een nest van vogels met een heel andere levensstijl. Neem bijvoorbeeld de citroenzanger: het vogeltje doet regelmatig dienst als gastheer voor de koevogel, maar leidt een heel ander leven. Citroenvogels leven in het bos en eten insecten en rupsen. Koevogels leven in het open veld en op de prairie en eten soms insecten, maar voornamelijk zaden. “Een koevogel moet leren om te eten als een koevogel, anders blijft hij niet lang in leven,” benadrukt onderzoeker Jeff Hoover. Opvallend genoeg belandt de koevogel niet in een identiteitscrisis. Zelfs als hij opgroeit in een nest met vogels die heel anders leven dan zijn soort van oorsprong doet, ontwikkelt hij zich tot een doodgewone koevogel. Hoe doet hij dat? Hoe kan het vogeltje resistent zijn voor inprenting?

In gevangenschap
Het onderzoek kan verklaren waarom koevogels die in gevangenschap bij een andere vogelsoort opgroeien wel het gedrag van die andere vogelsoort overnemen. Ze kunnen er dan ’s nachts niet op uit.

Experiment
Louder en collega’s volgden een aantal koevogels op de voet om dat te kunnen achterhalen. En ze ontdekten iets opvallends. Zodra het donker was, verlieten de jonge koevogels het nest van hun verzorgers en keerden pas de volgende ochtend terug. Waar hing het vogeltje uit? Louder volgde er eentje en ontdekte dat de vogel het bos verliet en richting de prairie vloog om daar vervolgens de nacht alleen door te brengen. “Zodra de zon opkwam, vloog het jonge vogeltje terug naar het nest in het bos.”

De onderzoekers denken dat het vrij langdurig onttrekken aan het toezicht van hun gastheren de vogels helpt te voorkomen dat ze op die gastheren gaan lijken. Door er ’s nachts vandoor te gaan, kunnen de vogels beter hun eigen identiteit behouden. Onduidelijk blijft hoe de koevogels zich uiteindelijk bij andere koevogels aansluiten, waar ze de meeste sociale vaardigheden leren en waar ze een partner vinden.