Twee wetenschappers komen met een nieuwe methode om buitenaards leven op te sporen: zoeken naar lichtvervuiling.

Dat de aarde bewoond is, is vanuit de ruimte goed te zien. Vooral ‘s nachts en vooral boven goed verlichte, grote steden. Dat bracht onderzoekers Abraham Loeb en Edwin Turner op een idee. Wij hebben licht nodig ‘s nachts. En dat geldt hoogstwaarschijnlijk ook voor buitenaards leven. Aangezien het luisteren naar aliens niet zoveel oplevert, is het misschien een idee om te kijken naar aliens. Of beter gezegd: naar hun straatverlichting.

Hoe?
Nu klinkt dat gemakkelijker dan het is, zo stellen de twee in hun paper. Want daarvoor moet dat kunstmatige licht eerst onderscheiden worden van het licht van de ster nabij de planeet. Maar daar zijn wel trucjes voor, zo leggen Loeb en Turner uit. Wanneer een exoplaneet in een elliptische baan om de ster draait, verandert de hoeveelheid licht die de ster op de planeet werpt. Maar het kunstmatige licht blijft stabiel. Klinkt goed, maar het is lastiger dan u denkt. Om het kunstmatige licht te zien, moet de nachtzijde een kunstmatige helderheid hebben die vergelijkbaar is met de natuurlijke verlichting op de dagzijde van de planeet. En die kans is klein. Neem de aarde: de verlichting aan de nachtzijde is altijd 100.000 keer minder sterk dan de verlichting aan de dagzijde.

WIST U DAT?

…andere onderzoekers ervoor pleiten om op aarde te zoeken naar sporen van aliens?

Dichtbij
Maar niet getreurd. De onderzoekers hebben nog een idee. Dit idee is bedoeld om dichter bij huis op zoek te gaan naar leven. Loeb en Turner hebben namelijk berekend dat de beste telescopen in staat moeten zijn om een stad met dezelfde verlichting als Tokyo vanaf een afstand van zo’n 6000 miljoen kilometer te zien moet zijn. Zo moet leven in de Kuipergordel te zien zijn. “Kunstmatig verlichte objecten in de Kuipergordel kunnen zijn ontstaan nabij andere sterren,” zo stellen Loeb en Turner. Het vinden van die objecten kan ons dus weer leiden naar beschavingen verder weg.

Het klinkt misschien als een wanhoopspoging, maar laten we eerlijk zijn: ondertussen zijn we de wanhoop wel nabij. SETI zoekt al tientallen jaren naar leven, maar kan maar niets vinden. Elke andere aanpak is dan ook het overwegen waard, nietwaar?