Een historicus weet mogelijk waar de laatste rustplaats is van bergbeklimmer Andrew Irvine. Hij stierf tijdens een poging om de Mount Everest te beklimmen in 1924, bijna dertig jaar voor de eerste succesvolle klim van van Edmund Hillary en Tenzing Norgay. Niemand weet of Irvine en zijn partner George Mallory de bergtop bereikten. Een bevroren camera moet dit mysterie oplossen.

Mallory en Irvine verlieten op 8 juni 1924 hun kamp: een kilometer onder de top van de Mount Everest. Daarna keerden ze nooit meer terug. Mollory’s lichaam werd in 1999 gevonden door een expeditieteam. De laatste rustplaats van Irvine en zijn Vest Pocket Kodak camera is nog nooit ontdekt. Als de camera wordt gevonden, kunnen de foto’s aantonen of de bergbeklimmers op de heenweg of de terugweg zijn overleden.

Historicus Tom Holzel onderzoekt al decennialang kaarten en foto’s van de noordkant van Everst. Hij beweert dat hij de lokatie weet van de restanten van Irvine. Het 1,8 meter lange object werd ontdekt toen Holzel twee foto’s samenvoegde: een foto uit 1933 van bergbeklimmer Wynn Harris en een luchtfoto uit 1984. Holzel gaat met een groep van vijf collega’s de plek over enkele maanden bezoeken.

Als het object het lichaam van Irvine blijkt te zijn – en de bevroren camera wordt gevonden – kan het zijn dat de geschiedenis herschreven moet worden. Hillary en Norgay blijven echter altijd degenen die de eerste succesvolle expeditie naar de top maakten. Zij keerden immers levend terug.


Irvine had dit type camera bij zich: de Vest Pocket Kodak.