Het Melkweg-achtige sterrenstelsel blijkt er maar twee te hebben. En dat is verrassend.

Onze Melkweg wordt omringd door buren: kleinere satellietstelsels zoals de Grote en Kleine Magelhaense Wolk. De Melkweg heeft zo’n tien van deze buurtjes die elk minstens een miljoen sterren herbergen. Maar hoe zit dat eigenlijk met andere sterrenstelsels die qua grootte vergelijkbaar zijn met het onze? Wetenschappers besloten het uit te zoeken en richtten zich op M94. Ze verwachtten er ook een stuk of tien buren te vinden, maar kwamen bedrogen uit.

Spookdorp
Met behulp van de krachtige Subaru-telescoop werden slechts twee satellietstelsels ontdekt. En elk van deze stelsels bezat maar weinig sterren. In andere woorden: waar de Melkweg met al die buren meer lijkt op een Vinexwijk, heeft M94 en omgeving meer weg van een spookdorp.

Foutje?
Natuurlijk vroegen de onderzoekers zich bij het zien van die twee satellietstelsels direct af of ze misschien andere stelsels over het hoofd hadden gezien. Om dat uit te kunnen sluiten, maakten ze een foto van M94 en omgeving en monteerden er extra satellietstelsels in. Vervolgens keken ze of ze die satellietstelsels met dezelfde methoden die ze gebruikt hadden om de twee echte satellietstelsels te vinden, konden detecteren. En dat lukte. Het bewijst volgens de onderzoekers dat er geen satellietstelsels over het hoofd zijn gezien en M94 er echt maar twee heeft.

Het is een verrassende waarneming. Die bovendien niet strookt met de modellen die we momenteel gebruiken om de totstandkoming van sterrenstelsels te simuleren en verklaren. Geen van die modellen is namelijk in staat om een sterrenstelsel ter grootte van de Melkweg te genereren dat nauwelijks buren kent. “Onze resultaten wijzen erop dat Melkwegachtige sterrenstelsels waarschijnlijk een veel diversere populatie satellietstelsels kunnen bezitten dan elk huidig model voorspelt,” aldus onderzoeker Adam Smercina. Het onderzoek suggereert dan ook dat we ons nog eens over die modellen moeten buigen. Dat klinkt misschien als een tegenslag, maar zo moeten we dat zeker niet zien, aldus Smercina. “We zien iets wat simulaties niet voorspellen. En als je iets ontdekt waarvan je echt niet dacht dat het er was, dan kun je een bijdrage leveren aan het begrip omtrent hoe ons universum werkt. En dat is mooi.”