Planeet X blijft de beste verklaring voor de vreemde dingen die aan de rand van ons zonnestelsel gebeuren, aldus astronoom Konstantin Batygin.

Het is januari 2016 en Konstantin Batygin en collega Mike Brown maken bekend dat ons zonnestelsel hoogstwaarschijnlijk niet acht, maar negen planeten telt. Aan de rand van ons zonnestelsel zou zich een planeet ophouden – zo’n 10 keer zwaarder dan de aarde – die er tot wel 20.000 jaar over doet om een rondje rond de zon te voltooien. Batygin en Brown hadden deze planeet niet met eigen ogen aanschouwd, maar leidden het bestaan ervan af uit het vreemde gedrag van zes Kuipergordelobjecten. De Kuipergordelobjecten in kwestie hebben allemaal elliptische banen, maar volgen dezelfde richting de fysieke ruimte. En dat is opmerkelijk, zo legde Brown in 2016 uit. “De kans dat dit toeval is, is slechts 0,007 procent. Kortom, het kán haast geen toeval zijn. Er moet iets zijn dat de koers van deze objecten bepaalt.” En dat was, zo concludeerden Brown en Batygin, nadat ze alle mogelijke scenario’s hadden onderzocht, een negende planeet die er al die tijd in geslaagd was om in het verborgene zijn rondjes om de zon te draaien.

Niet teleurgesteld
Natuurlijk werd de zoektocht naar deze planeet in alle opwinding direct gestart. Maar inmiddels zijn we 3,5 jaar verder en is Planeet X nog altijd niet gevonden. Dat is niet teleurstellend, zo stelt Batygin desgevraagd. “Het zou natuurlijk geweldig zijn geweest als we Planeet X al gevonden zouden hebben, maar ik ben helemaal niet teleurgesteld dat dat nog niet gelukt is. Het was altijd al duidelijk dat de zoektocht lang kon gaan duren.” Direct na de ontdekking liet Brown al aan Scientias.nl weten dat hij er zo’n vijf jaar voor nodig dacht te hebben. Dat er zoveel tijd voor nodig is om een planeet in ons eigen zonnestelsel op te sporen, is volgens Batygin voornamelijk te verklaren doordat de hypothetische planeet X op zo’n grote afstand staat. Naarmate de afstand tot een object toeneemt, neemt de helderheid rap af. “Dus zelfs heel grote objecten zien er heel donker uit als ze ver weg staan. Er zijn tal van sterren in ons sterrenstelsel die veel groter en helderder zijn dan planeet X, maar we kunnen ze niet zien, simpelweg omdat ze ver weg staan en dus weinig helder lijken.” En Planeet X is echt niet groot. “Zelfs als planeet X tien keer de massa van de aarde heeft, is de straal slechts 2 tot 3 keer groter dan die van de aarde.”


“Op het gebied van observaties zijn we niet veel verder gekomen, maar op theoretisch gebied hebben we wel veel vooruitgang geboekt”

De zoektocht
Dat de zoektocht lang kon gaan duren en lastig zou zijn, stond dus al vast. Maar het weerhield onderzoekers er niet van om te gaan zoeken. In november 2017 speurden Brown en Batygin zo’n 20% van het stukje heelal waarin ze de planeet verwachtten af. Zonder resultaat. Ongunstig weer weerhield ze er vervolgens van om de zoektocht in het begin van 2018 voort te zetten, waarna er pas in de herfst van dat jaar weer gezocht kon worden. Opnieuw zonder resultaat. “Op het gebied van observaties zijn we niet veel verder gekomen,” vertelt Batygin aan Scientias.nl. “We hadden in december 2018 een paar nachten op rij waarin we goed konden observeren, maar dat was het dan ook. Op theoretisch gebied hebben we echter wel veel vooruitgang geboekt. Zo hebben we duizenden nieuwe simulaties uitgevoerd en vergeleken met een geüpdatete dataset van objecten aan de rand van het zonnestelsel. Op basis daarvan konden we vaststellen dat we sommige parameters van Planeet X overschat hebben. Zo weten nu bijvoorbeeld dat de omlooptijd van Planeet X eerder 10.000 jaar dan 20.000 jaar is. En de massa van Planeet X zit dichter bij de 5 aardmassa’s dan bij de 10 aardmassa’s.”

Sterk bewijs
Dat Planeet X zich aan de rand van het zonnestelsel ophoudt, is volgens Batygin nog altijd vrijwel zeker. “Ik weet 99,8 procent zeker dat de planeet bestaat,” zo vertelt hij aan Scientias.nl. Het bewijs daarvoor is in het afgelopen jaar niet veranderd, noch verzwakt. “Het sterkste bewijs voor het bestaan van de planeet blijft dat deze meerdere raadsels binnen het zonnestelsel kan oplossen.” Batygin denkt dan niet alleen aan de Kuipergordelobjecten die met hun elliptische banen dezelfde richting in de fysieke ruimte volgen, maar ook aan Transneptunische Objecten (TNO’s) met sterk gehelde en zelfs retrograde banen. En aan een groepje hemellichamen met een baanvlak dat haaks staat op dat van de andere planeten in het zonnestelsel en zich precies bevindt op de plek waar we het in aanwezigheid van planeet X zouden verwachten. “Het feit dat al deze schijnbaar niet met elkaar in verband staande kenmerken verklaard kunnen worden door de zwaartekracht van hetzelfde object, is wat de Planeet X-hypothese zo overtuigend maakt.”

Alternatieve verklaringen
Terwijl Brown en Batygin blijven zoeken naar Planeet X en middels theoretisch onderzoek een steeds nauwkeuriger beeld van de hypothetische planeet proberen te vormen, hebben verschillende andere onderzoeksgroepen gekeken of de vreemde dingen die aan de rand van het zonnestelsel spelen ook anderszins te verklaren zijn. Het resulteerde heel recent nog in een paper dat stelde dat Planeet X net zo goed een primordiaal zwart gat zou kunnen zijn. “Wat dit onderzoek benadrukt, is dat de wiskunde je alleen meer kan vertellen over de massa – en niet over de samenstelling – van het afgelegen object dat alles aldaar verstoort. In die zin zou Planeet X een planeet, een primordiaal zwart gat, maar ook een vijf aardmassa’s zware hamburger kunnen zijn. Als we Planeet X nooit detecteren, maar de vreemde patronen in de omlopen van andere objecten ook tijdens nader onderzoek standhouden, dan moeten we inderdaad eens naar dit soort en andere exotischere verklaringen gaan kijken.” Maar zover is het – wat Batygin betreft – nog niet. “Het is altijd een goed idee om alternatieve theorieën in overweging te nemen en ik ben blij dat mensen serieus kijken naar andere verklaringen. Tot op heden blijft Planeet X echter de meest plausibele verklaring.”


En Batygin is dan ook vastbesloten om te blijven zoeken. “Want het is leuk. En het kan zomaar zijn dat we de planeet – als we blijven zoeken – daadwerkelijk gaan vinden.”