splenda zoetstof

Zoetstof zou bij langdurig gebruik wel eens kunnen leiden tot diabetes type twee. Dat suggereert nieuw onderzoek naar de veelgebruikte zoetstof sucralose.

Zoetstof in minieme porties kan eten en drinken zoeter maken zonder dat de hoeveelheid calorieën toeneemt. Maar de zoetstof lijkt toch wat meer te doen in het lichaam dan gedacht. “Kunstmatige zoetstof is niet passief, het hééft een effect,” zegt Yanina Pepino, hoofdauteur van de studie aan Washington University School of Medicine.

Het onderzoek
Zeventien volwassenen met ernstig overgewicht (obesitas) deden mee aan het kleine onderzoek. Gemiddeld hadden zij een BMI van net over de tweeënveertig. Bij een BMI van dertig of meer heeft iemand obesitas. De deelnemers hadden geen diabetes en gebruikten normaal gesproken geen kunstmatige zoetstof. De onderzoekers kozen juist voor mensen met ernstig overgewicht, omdat zij vaak geadviseerd worden om met zoetstoffen hun calorie-inname te verlagen. Met het onderzoek dat in Diabetes Care staat, wilden Pepino en haar collega’s achterhalen of de combinatie van sucralose en glucose effect zou hebben op insuline- en bloedsuikerniveaus.

De deelnemers dronken water of een oplossing met sucralose (Splenda®). Hierna kregen zij een glucosetest met een vergelijkbare dosis glucose als de dosis glucose die iemand krijgt bij een glucosetolerantie test, een test die onderzoekt hoe het lichaam reageert op een grote hoeveelheid suiker (glucose). Iedere deelnemer werd twee keer getest op twee verschillende dagen: dus één keer krijgt de proefpersoon water en de andere keer sucralose. Op die manier was de proefpersoon zijn eigen ‘controlepersoon’. Bij de glucosetest bleek dat de deelnemers die sucralose hadden gedronken een veel hoger bloedsuikerniveau hadden dan degenen die water voor de test dronken. De insulineniveaus stegen ook met ongeveer twintig procent. “Dus de kunstmatige zoetstof zorgde voor een verhoogd insulineniveau in het bloed én een verhoogde glucosereactie,” zegt Pepino.

Eerder onderzoek

Een recente bevinding uit een dierstudie suggereert dat het maag-darmkanaal en de alvleesklier zoete dingen kunnen detecteren net zoals de mond zoet proeft. Hierdoor geeft het lichaam meer hormonen af waaronder insuline. Een andere bevinding suggereert dat wanneer het darmkanaal kunstmatige zoetstof ‘proeft’, dit zorgt voor een hogere absorptie van glucose. Het lichaam proeft dus zoetigheid door de zoetstof, maar krijgt toch niet de verwachte suiker binnen. Daarom denkt de onderzoekster dat zoetstof, in hoe kleine hoeveelheid dan ook, effect kan hebben op ons metabolisch systeem.

Resistentie
Die verhoogde insulinereactie kan volgens Pepino goed, maar ook slecht zijn. Het toont aan dat iemand in staat is genoeg insuline aan te maken om te kunnen omgaan met piekende glucoseniveaus. Maar wanneer mensen stelselmatig meer insuline produceren, kunnen zij resistent worden voor het effect en dat kan uiteindelijk leiden tot diabetes type twee (eerder vooral bekend als ouderdomssuiker). Bij diabetes type twee kan het lichaam het bloedsuikerniveau niet meer goed regelen en reageert het lichaam niet meer goed op insuline. De bloedsuiker blijft dan in het bloed zitten in plaats van dat de persoon energie krijgt.

“Hoewel we hebben gezien dat sucralose effect heeft op hoe het lichaam op glucose en insuline reageert, weten we niet welk mechanisme hier achter zit,” zegt Pepino. Het nieuwe onderzoek, met deelnemers met obesitas en zonder diabetes, geeft in ieder geval aan dat sucralose meer is dan alleen iets zoets zonder dat het andere consequenties heeft. Voor meer duidelijkheid over hoe sucralose precies invloed heeft op de glucose- en insulineniveaus, is meer onderzoek nodig. En dat is nuttig, aangezien het niet duidelijk is of en hoe zoetstof bij langdurig gebruik schadelijk kan zijn.