karper

Zoetwatervissen eten zaden van planten op en poepen die later uit, waardoor ze belangrijke verbinders van leefgebieden zijn. Wetenschappers beweren dat een zaadje soms uren in de darmen van een vis blijft zitten, omdat de vertering trager werkt bij flinke inspanning. Het resultaat: vissen poepen het zaadje pas vele kilometers verder uit.

“Het maakt voor onze darmen ook uit of we een marathon aan het lopen zijn of voor de tv zitten met een zak chips,” legt dierecoloog Casper van Leeuwen uit. Zo werken de darmen van een karper in rust anders dan wanneer de zoetwatervis actief zwemt. Een actieve vis poept een paar uur later, en dat is goed voor de natuur.

Omdat veel zaden de reis door de darmen overleven, bereiken ze nieuwe leefgebieden, zoals stroomopwaarts in rivieren. De zaden kunnen kilometers verder komen dan vooraf gedacht.

Welk zaadje overleeft de reis?
Volwassen karpers maken bijna alle zaden kapot. Dit bleek uit eerder onderzoek van de Radboud Universiteit. Wetenschappers schotelden verschillende vissen 36.400 zaadjes voor. Harde zaden overleefden een reisje door het lijf van de karper het best, maar de weinige zachte zaden die heelhuids door de karper werden uitgepoept, ontkiemden weer beter.

Verkeerde inschatting
Tot nu toe schatten onderzoekers wereldwijd de zaadverspreiding aan de hand van rustende dieren. “Terwijl ze per definitie juist bewegen als ze zaden verspreiden,” aldus de onderzoekers. Voor het eerst berekende het team van het NIOO, de Universiteit van Oslo en Wageningen UR het met de hulp van zwemmende vissen. De karpers mochten zaden van moerasplanten eten en daarna rusten of juist zwemmen. De darmen werkten tijdens het zwemmen één tot twee uur trager, waardoor de vissen pas vele kilometers verder de zaden uitpoepten.

Andere vissen
Waarschijnlijk gelden de resultaten niet alleen voor karpers, maar ook voor andere vissen. En ook gaat het niet alleen om zaden. Er zijn namelijk ook allerlei waterbeestjes die levend een vis kunnen verlaten. “Volgende week ben ik op de internationale conferentie Fish Passage 2015 in Groningen,” merkt Van Leeuwen op. “Daar bespreken we met een paar duizend mensen het belang van vistrappen in rivieren voor het verbinden van verschillende leefgebieden. We weten nu dus dat dit niet alleen voor trekkende vissen zelf belangrijk is, maar voor het hele zoetwater-ecosysteem.”

Hoofdonderzoekers Bart Pollux & Liesbeth Bakker denken nog verder. Het is tijd voor meer opnieuw berekende records, van belang voor natuurbeheer. “Buiten het water wordt er ook van alles verspreid door dieren. Of beweging ook impact heeft op hun darmen? Er is eigenlijk geen reden waarom het daar anders zou werken.”