robot

De robots komen eraan. En of u het nu leuk vindt of niet: ze gaan de wereld veranderen. Een nieuw en fascinerend boek laat zien hoe ze dat precies doen en hoe we ons daar het beste op kunnen voorbereiden.

In de film Bicentennial Man uit 1999 wordt voorspeld dat elk gezin tegen 2005 de beschikking zou kunnen hebben over een eigen huishoudrobot. Het is inmiddels 2012 en nog steeds heb ik geen stalen vriend die mijn was doet, het huis stofzuigt en de hond uitlaat. Ik ken wel mensen met een robotstofzuiger of zo’n kekke grasmaaier die op eigen houtje de hele tuin onder handen neemt, maar dat zijn niet de robots waar ze in 1999 over droomden. Het ging toen over échte robots: stalen mannen die leken op mensen en min of meer ook zo functioneerden. Zouden ze er ooit nog komen? Wees niet bang, zo schrijft Marcel Heerink in zijn nieuwste boek ‘Zolang je robot maar van je houdt‘. Misschien zien we het niet zo, maar de robots beginnen hun plekje in de samenleving al aardig op te eisen. Ze werken in fabrieken, assisteren tijdens operaties en gaan waar nog geen mens gegaan is (Mars). Natuurlijk zal het nog wel even duren voor ze echt overal zijn. “Maar dat neemt niet weg dat het ooit zal gaan gebeuren,” schrijft Heerink. “Misschien niet volgend jaar, maar zeker deze eeuw.”

Overbodig

Bang dat robots mensen overbodig maken? Heerink kan zich daar niet in vinden. Hij wijst erop dat robots nooit aan ons gelijk zullen zijn. Hij geeft drie redenen. Robots zijn niet geboren. Ze zijn voor één doel gemaakt en zullen – tenzij ze worden omgebouwd – nooit een ander doel kunnen najagen. Ten tweede zijn wij mensen kwetsbaar en dus saamhorig: we kunnen liefhebben. Ten derde kunnen wij kiezen hoe we de robots die we ontwikkelen, gaan inzetten. Wij bepalen dus wat ze straks kunnen en of ze daadwerkelijk de volgende stap in onze evolutie gaan zijn. “Die keus is aan ons, niet aan de robots.”

Overzichtelijk
Dat lijkt misschien optimistisch, maar Heerink onderbouwt zijn uitspraken goed. Hij zet keurig uiteen waar de robotica nu staat, waar onderzoekers wereldwijd aan werken en waar robots nu reeds worden ingezet. Tegelijkertijd erkent hij dat er een aantal hindernissen zijn die nog genomen moeten worden, willen we de robot straks overal tegenkomen. Enkele van die hindernissen zijn de hoge kosten die robots met zich meebrengen en het vraagstuk van de aansprakelijkheid. Wie is er aansprakelijk als een robot die oma in bed legt haar per ongeluk tegen het bed laat stoten, waardoor ze een been breekt. Ligt het aan de gebruiker? Of aan de fabrikant? Of aan de programmeur?

Oplossing
Het zijn zulke vraagstukken die de echte doorbraak van de robotica afremmen. En we zullen die vraagstukken moeten oplossen. Niet per se om de robotica verder te helpen; de opmars ervan lijkt reeds onstuitbaar. Nee, deze vraagstukken moeten we nu overdenken om te voorkomen dat we er straks – als de robots eenmaal overal zijn – daadwerkelijk mee te maken krijgen en met een mond vol tanden staan.

Sociaal
En het juridische vraagstuk is niet het enige vraagstuk waar we nu reeds over zouden moeten nadenken. De opkomst van robots brengt namelijk nogal wat vraagstukken met zich mee. Bijvoorbeeld op sociaal-psychologisch gebied. Heerink merkt terecht op dat we het nu al heel gewoon vinden om tegen apparaten te praten. Zo bedankt hij zelf regelmatig zijn navigatiesysteem. Ik herken het wel: nog niet zo lang geleden was ik nog boos op mijn vastlopende computer. We behandelen apparaten in toenemende mate alsof het mensen zijn: we praten er tegen en staan toe dat ze bepaalde emoties bij ons oproepen. En in het geval van robots zal dat in de toekomst niet anders zijn. We krijgen er een band mee. Nu moet een bedankje nadat de robot het hele huis gestofzuigd heeft, kunnen. Maar wat als het verder gaat dan dat? Wat als we straks verliefd worden op robots? Het moet worden toegegeven: dat lijkt nog wat ver weg. Het andere voorbeeld dat Heerink geeft, lijkt op korte termijn ietsje realistischer: wat als uw kind trots verkondigt dat zijn beste vriendje een robot is?

De wetten

Eerste Wet: Een robot mag een mens geen letsel toebrengen of door niet te handelen toestaan dat een mens letsel oploopt.
Tweede Wet: Een robot moet de bevelen uitvoeren die hem door mensen gegeven worden, behalve als die opdrachten in strijd zijn met de Eerste Wet.
Derde Wet: Een robot moet zijn eigen bestaan beschermen, voor zover die bescherming niet in strijd is met de Eerste of Tweede Wet.

Ethiek
En dan is er het ethische vraagstuk nog: waar leggen we de grenzen voor robots? Isaac Asimov formuleerde natuurlijk drie prachtige wetten (u ziet ze hiernaast) die voor zich lijken te spreken en zo op het eerste gezicht van elke robot een ethische robot lijken te maken. Maar voldoen ze altijd? Nee. De wetten gaan er namelijk vanuit dat een robot weet wat schade toebrengen is. Maar dat is wat subjectief. Neem een terrorist die een land aanvalt. De inwoners van dat land zullen zeggen dat hij schade toebrengt, terwijl de terrorist ervan overtuigd is dat hij goed doet. Datzelfde kan gebeuren met robots. “Robots die intelligent en lerend zijn, zijn manipuleerbaar. Je kunt ze de meest vreselijke dingen laten doen, terwijl ze geloven iets goeds te doen.” Er is maar één optie: Robots nooit en te nimmer vertrouwen. Tegelijkertijd zijn ze wel overal en zullen we op tal van vlakken met ze moeten samenwerken. We zullen dus op zoek moeten naar een balans: in hoeverre vertrouwen we de robot en op welke gebieden blijven we voorzichtig? Uiteindelijk komt het waarschijnlijk aan op de vraag: welke robots bouwen we wel en welke robots bouwen we niet?

Schat aan informatie
Het boekje van Heerink is heerlijk compact, met lekker veel beeldmateriaal en bovenal een schat aan informatie. Zo komen ook de cyborgs bijvoorbeeld nog aan bod, is er aandacht voor de identiteitscrisis die de robots kunnen oproepen en worden ook de enige robots waar Heerink zelf de kriebels van krijgt: de zwerm, nog aangestipt.

robotliefdeDat de robots eraan kwamen, daar was ik al wel van overtuigd. Ik zag er ook niet tegenop. Het leek me ergens wel spannend. En bovenal gemakkelijk. Want robots kunnen ons tenslotte flink wat werk uit handen nemen. Maar het boek van Heerink maakt wel duidelijk dat ik er nog niet diep genoeg over heb nagedacht. Robots zullen de wereld zoals we die nu kennen, veranderen. De grote vraag is in hoeverre we ze toestaan om dat te doen. Waar trekken we de grens? “Kijk, zoals bij zovele veranderingen brengt deze ontwikkeling veel goeds. Maar we zullen ons ook af en toe achter de oren krabben, ons afvragend wat de prijs is die we hiervoor betalen. En het zou heel goed kunnen dat we ons op dat moment realiseren dat we grenzen moeten stellen aan de invloed van robots. Dat we onze kinderen in de gaten moeten houden als ze met hun robotvriendjes spelen, zoals we nu onze kinderen in de gaten moeten houden als ze aan het internetten zijn. Dat we onze ouderen in de gaten moeten houden als ze verzorgd worden door robots. En meer. Dat we onszelf in de gaten moeten houden. Dat we grenzen moeten stellen. Misschien kent u dat gevoel: op het moment dat je je realiseert dat je grenzen moet stellen, is het eigenlijk al te laat. Dus misschien moeten we die grenzen nu al stellen.”

Nieuwsgierig geworden naar het boek van Heerink? Klik hier om het boek ‘Zolang je robot maar van je houdt‘ direct bij Bol.com te bestellen!