Klimaatverandering heeft een negatieve impact op gewassen. Maar het hoog in de atmosfeer tegenhouden van zonlicht is niet de oplossing.

Dat concluderen onderzoekers in het blad Nature. In hun studie richtten ze zich op één van de bekendste kunstmatige technieken om de aarde af te laten koelen (ook wel geo-engineering genoemd). Namelijk: het injecteren van kleine deeltjes in de atmosfeer, die daar zonlicht tegenhouden en het opwarmende effect dat onze uitstoot heeft (deels) compenseren. “Het wordt dan koeler, waardoor gewassen beter groeien,” stelt onderzoeker Jonathan Proctor. “Maar planten hebben ook zonlicht nodig om te groeien, dus het tegenhouden van zonlicht kan van invloed zijn op de groei. En voor de landbouw zijn de onbedoelde effecten van geo-engineering qua omvang vergelijkbaar met de voordelen. Het is een beetje zoals het uitvoeren van een experimentele operatie; de bijwerkingen van de behandeling lijken net zo slecht te zijn als de ziekte.”

Vulkaanuitbarsting
Proctor en collega’s trekken die conclusie nadat ze zich bogen over het effect dat vulkaanuitbarstingen in het verleden op de groei van gewassen hebben gehad. Wanneer een vulkaan uitbarst, worden er ook allemaal kleine deeltjes in de atmosfeer geslingerd, alwaar ze een deel van het zonlicht (tijdelijk) reflecteren, waardoor de aarde (lokaal) afkoelt. “Het is alsof je een parasol boven je hoofd houdt, wanneer je het warm hebt,” stelt Proctor. “Als je een wereldwijde parasol ophoudt, wordt de opwarming vertraagd.”

Pinatubo
Dat zagen we bijvoorbeeld gebeuren toen de vulkaan Pinatubo (Filipijnen) in 1991 20 miljoen ton zwaveldioxide in de atmosfeer slingerde, waardoor 2,5% van het zonlicht gereflecteerd werd en de gemiddelde wereldwijde temperatuur ongeveer 0,5 graad Celsius afnam.

Geen oplossing
Om het effect dat deze en andere vulkaanuitbarstingen op landbouwgewassen hadden, vast te stellen, bestudeerden onderzoekers de maïs-, soja-, rijst- en tarweproductie in 105 landen tussen 1979 en 2009. Met behulp van satellietbeelden stelden ze bovendien vast hoeveel kleine deeltjes (ook wel aerosolen genoemd) er in een gegeven jaar in de atmosfeer zaten. Vervolgens vertaalden ze de effecten die deze aerosolen op de landbouw hebben met behulp van klimaatmodellen naar het effect dat geo-engineering op onze gewassen zou hebben. En daaruit blijkt dus dat het gebrek aan zonlicht het positieve effect dat lagere temperaturen op de groei van planten hebben, wegneemt. “Het is vergelijkbaar met het gebruiken van de ene creditcard om de andere creditcard mee af te betalen,” stelt onderzoeker Solomon Hsiang. “Aan het eind van de dag ben je nog steeds waar je aan het begin van de dag was en is het probleem dus nog niet opgelost.”

Verrassend
De resultaten hebben de onderzoekers verrast, zo erkent Proctor. “Voor ik met deze studie begon, dacht ik dat veranderingen in zonlicht netto gezien een positief effect zouden hebben, dus ik was best verbaasd dat het verstrooien van licht zorgt voor een afname in de oogst.” Toch wil hij deze manier van geo-engineering nog niet helemaal afschrijven. “Voor de landbouw werkt het misschien niet zo goed, maar er zijn nog andere economische sectoren die er mogelijk substantieel voordeel bij hebben.”

Meer onderzoek
Het onderzoek naar de impact van geo-engineering is heel belangrijk. “De maatschappij moet objectief zijn over geo-engineeringtechnieken en een helder beeld krijgen van de mogelijke voordelen, kosten en risico’s,” vindt Proctor. “Op dit moment beperkt de onzekerheid over deze factoren ons begrip ervan.” Hsiang onderschrijft dat. “Wat misschien wel het belangrijkst is, is dat we de schaal, kracht en risico’s van geo-engineeringtechnologieën respecteren. Alles op deze planeet draait op zonlicht, dus we moeten de mogelijke uitkomsten ervan begrijpen, voor we gaan proberen om dat te managen.”

Hoewel geo-engineering op termijn – als we de effecten ervan beter doorgronden – een oplossing kan zijn, blijft het natuurlijk symptoombestrijding. Het heeft dan ook de voorkeur om daarnaast de bron van het probleem – onze uitstoot – aan te pakken. “De meest zekere manier om beschadigingen aan gewassen en dus ook het levensonderhoud en welzijn van mensen te beperken, is het terugdringen van de koolstofuitstoot.”